Uitgebuit, genegeerd en tot reservaat gemaakt

Antropoloog Louisa Lombard komt al tien jaar in de Centraal-Afrikaanse Republiek. De problemen zijn oud: de Franse kolonisatie frustreerde al de expansie van de islam.

We zien een groep Afrikaanse mannen in camouflagepakken, bewapend met automatische geweren, poserend met een oud-strijder van het Franse Vreemdelingenlegioen. Het zijn wildwachters – pisteurs heten ze hier – uit een natuurpark in het noordoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek die met EU-geld jacht maken op stropers.

Het beeld hoort bij een lezing aan de Universiteit Leiden. De Amerikaanse antropologe Louisa Lombard legt uit hoe in dit vrijwel onbestuurde deel van de Centraal-Afrikaanse Republiek – de CAR – ‘gewapend natuurbeheer’ uitliep op een mensenjacht, waarbij pisteurs en stropers op elkaar jagen. Ze vertelt ook hoe enkele gewapende wildwachters, onder leiding van ene ‘kolonel Tarzan’, hun militaire training op een andere manier verzilverden. Ze werden rebellen. Vorig jaar sloten zij zich aan bij Seleka, een coalitie van opstandelingen die in maart de macht overnam in de hoofdstad Bangui en een bloedige burgeroorlog ontketende.

Louisa Lombard is een van de weinige westerlingen die in dit deel van Afrika de weg weten. Ze deed hier haar promotieonderzoek en was er in 2012 voor het laatst, vlak voordat de opstand uitbrak. Wie waren die rebellen? En waar draait dit conflict om?

Lombard: „In de koloniale periode had het noordoosten van wat nu de CAR is de status van ‘autonome zone’. Het was te afgelegen en er woonden te weinig mensen om er alle koloniale directieven te kunnen uitvoeren. Grenscontroles vonden plaats op 700 kilometer van de feitelijke grens. Het gebied is nu officieel deel van de CAR, maar voor mensen in Bangui zijn de bewoners buitenlanders.”

Waarom?

„Onder meer om hun religie; in het noordoosten wonen moslims, elders in het land vooral christenen. Maar het gaat dieper. Het houdt verband met de expansie van de islam in Afrika, die zijn hoogtepunt bereikte in de 19de eeuw. Via handelslijnen door de Sahara ontstonden in de Sahel en Centraal-Afrika nieuwe sultanaten. De Franse koloniale opmars doorkruiste dit proces. De Fransen brachten christendom en bestuur. Tegenwoordig wordt in de CAR ‘de staat’ nog steeds geassocieerd met die westerse erfenis en het noorden met de islamitische expansie die door de Fransen tot staan is gebracht.”

Waarom is het noordoosten zo dun bevolkt?

„Door slaventochten vanuit het noorden. En de Fransen gingen er grof te werk. Ze legden de bevolking een hoofdelijke belasting op. Omdat er zo weinig mensen woonden, was die vijfmaal hoger dan elders in Frans Afrika. Het resultaat was een vorm van dwangarbeid. In theorie was het equivalent van de jaarlijkse belasting vijf dagen werk, maar omdat er geen enkel toezicht was, moesten mensen vaak vier of vijf maanden werken om aan hun verplichtingen te voldoen. Ze werden vooral ingezet als lastdragers bij militaire expedities; per man moesten ze 60 kilo torsen. Velen ontvluchtten om die reden het gebied.”

Wanneer besloten de Fransen om van het noordoosten één groot natuurreservaat te maken?

„In de jaren 30. Zij beschouwden het gebied als een paradijs voor groot wild en dat was het ook. Ze zagen ook economische mogelijkheden: safaritoerisme en ivoor. Het parkenproject beleefde zijn hoogtepunt in de jaren vijftig.”

Nu is de CAR in het nieuws. Waar draait dit conflict om?

„Het heeft drie lagen. De eerste is een vorm van politiek-militair ondernemerschap. Neem Michel Djotodia, een politieke avonturier uit het noordoosten. Hij kwam vorig jaar aan het hoofd van de rebelse coalitie Seleka, greep de macht en werd ’s lands eerste moslimpresident. Deze mensen hebben geleerd dat ze de macht in de hoofdstad alleen kunnen veroveren met gewapende bendes. Er is immers geen Wall Street waar je je eerst kunt opwerken als bankier.

„Een andere reden waarom dit conflict zo uit de hand liep, is dat in de CAR leden van een gemeenschap elkaar wantrouwen; er is veel jaloezie en angst.

„Er is nóg een laag, die de andere twee verbindt. Het gebied wemelt van de gewapende lieden die pendelen tussen verschillende landen en diensten verlenen aan de meest biedenden. Veel van hen hebben zich aangesloten bij Djotodia. De manier waarop hij vervolgens zijn macht uitoefende, riep verzet op en leidde tot de vorming van de overwegend christelijke militie Anti-Balaka, anti-machete.”

Wat bewoog noorderlingen om zich aan te sluiten bij de opstand?

„Er is veel oud zeer. De regering in Bangui beschuldigde de plaatselijke bevolking in 2006 van heulen met Tsjadische rebellen, waarop de Presidentiële Garde bij hoge uitzondering opdook in het gebied en er hard huishield.

„Een tweede grief was, zoals gezegd, dat hun woongebied nooit is beschouwd als volwaardig deel van de CAR. Ze kregen niets van de regering, geen wegen, geen gezondheidszorg, niets. Als ze naar andere delen van het land reisden, werden ze behandeld als buitenlanders. Bij wegversperringen moesten ze meer betalen dan anderen. Omdat zij moslimnamen hebben, kwamen zij moeilijker aan nationale identiteitsbewijzen.”

Is dit nu een conflict tussen moslims en christenen?

„Het is geen religieus conflict, al speelt religie wel een rol. Ongeveer 15 procent van de bevolking is moslim; 60 a 70 procent is christen. Het conflict heeft meer van doen met politieke uitsluiting, het feit dat moslims worden beschouwd als mensen die eigenlijk thuishoren in Tsjaad of Soedan. Dat er geen scherpe scheidslijn loopt tussen moslims en christenen bleek wel toen Seleka in maart de macht greep. Meteen daarop begon ze nieuwe mensen te rekruteren in Bangui en omgeving. Toen waren er waarschijnlijk meer christenen dan moslims lid.”

Er lijkt een Europese interventie te komen in de CAR. Wat kan die uitrichten?

„In Bangui heeft geen ambtenaar de laatste maanden salaris ontvangen. Er is bijna geen particuliere sector in de CAR. Overheidssalarissen zijn cruciaal voor de economie. Als een ambtenaar een biertje koopt in een bar, heeft daar een hele keten van personen baat bij. Als de betaling van salarissen weer op gang komt, kan dat de gemoederen tot bedaren brengen. Zo’n economische impuls kan het sociale weefsel veel sneller herstellen dan enigerlei verzoeningsprogramma.”

Gaat u terug?

„Ik hoop dit voorjaar terug te gaan, want ik moet gauw weer met gewone Centraal-Afrikanen gaan praten. Mensen opzoeken, kijken hoe ze het maken. Ik heb geprobeerd contact te houden, maar dat is heel lastig. De laatste keer dat ik iets hoorde van kolonel Tarzan was medio vorig jaar. Hij is teruggegaan naar het noordoosten en in zijn woonplaats is geen gsm-verkeer.”