Togo en Oost-Timor zijn er ook

Vandaag beginnen de Winterspelen in Sotsji. Niet iedere winnaar krijgt hetzelfde.

Tom Vennink

Televisie
Televisie Foto’s AFP, Reuters

Misverstand 1 Er is één wedstrijd waar iedereen naartoe leeft

Bij de Zomerspelen is het duidelijk: de honderd meter sprint is het koningsnummer. Wie die wint is onsterfelijk, zie Usain Bolt. Maar de winterspelen hebben niet één duidelijk koningsnummer. Moeten mensen er toch een aanwijzen, dan komt het kunstrijden bij de vrouwen vaak naar voren. Het is de oudste olympische winterdiscipline en een van de best bekeken nummers. Ook belangrijk is de – roekeloze- afdaling bij de mannen. De opdracht is simpel: met ski’s van de heuvel af en de snelste wint. De Noor Aksel Lund Svindal heeft de beste papieren volgens de bookmakers.

Voor veel Russen, Amerikanen, Zweden, Finnen en Canadezen is de mannenfinale ijshockey zonder twijfel het belangrijkste nummer. Schaatsen is vooral voor Nederland belangrijk. 6,7 miljoen Nederlanders keken naar Sven Kramer in Vancouver. Maar buiten Nederland doet schaatsen er minder toe.

Misverstand 2 De hele wereld doet mee

De Winterspelen zijn vooral een feestje van het noordelijk halfrond. Met 88 deelnemende landen doet meer dan de helft van de wereld niet mee. 250 miljoen Indonesiërs, nul deelnemers. 175 miljoen Nigerianen, nul deelnemers. India doet wel mee. Van de 1,2 miljard Indiërs, komen er drie. Toch is 88 landen een recordaantal. En er zijn 7 debutanten: Zimbabwe (doet mee met alpineskiën), Togo (alpineskiën en langlaufen), Dominica (langlaufen), Malta (alpineskiën), Oost-Timor (alpineskiën), Tonga (bobsleeën) en Paraguay (freestyle skiën).

Ter vergelijking: aan de Zomerspelen in Londen deden 204 landen mee. De enige landen zonder ticket waren Kosovo, Vaticaanstad en Zuid-Soedan. De Zomerspelen zijn anders, die zijn van iedereen.

Misverstand 3 De Amerikanen domineren de Winterspelen, net als die in de zomer

Nee, winterspelenkampioen is Noorwegen, met stip. Geen land dat zoveel medailles (303) en zo vaak goud (107) won. Tenzij je het aan een Rus vraagt. Die telt de prestaties van de Sovjet-Unie bij die van de Russen op. In dat geval zijn de Russen nummer één qua goud, met een voorsprong van zeven medailles op de Noren. Maar als je het IJzeren Gordijn wegdenkt, en Oost- en West-Duitsland als één telt, dan zijn de Duitsers weer Weltmeister.

De Amerikanen horen wel tot de vedettes van de Winterspelen. Net als de Oostenrijkers en de Canadezen, die in het eigen Vancouver de laatste medaillespiegel wonnen. Nederland staat met 29 keer goud uit 19 Spelen op de dertiende plek – bijna allemaal schaatsmedailles.

Sportief gezien kunnen de Spelen voor de Russen bijna niet mislukken, want slechter presteren dan vier jaar geleden kan haast niet. Rusland viel in Vancouver met slechts drie keer goud buiten de top tien – het zwakste optreden ooit (en dan tellen we de Sovjetjaren mee). Vladimir Poetin werd maanden na de slotceremonie nog steeds achtervolgd door de blamage. „Mensen vroegen me zelfs niet meer naar hun salaris, of naar de economie”, zei hij na die tijd. „Waar ik ook kwam, de eerste vraag ging over Vancouver.”

Dat nooit meer. En zeker niet op de Grote Poetin Spelen. Er ligt nogal wat druk op de schouders van de Russische equipe, en dan met name op die van de ijshockeyers en de kunstschaatsers. Volksheld op kunstschaatsen Jevgeni Ploesjenko weet wat hem te doen staat.

Misverstand 4 Win je olympisch goud, dan ben je binnen

Hoeveel prijzengeld een medaillewinnaar krijgt, bepaalt ieder land zelfstandig. Voor elke Nederlandse gouden medaille trekt sportkoepel NOC*NSF 30.000 euro uit, voor zilver 22.500 euro en voor brons 15.000 euro. Die bedragen liggen iets lager voor de Amerikanen. De Russische overheid, daarentegen, pakt flink uit. Een Rus die wint, kan 85.000 euro ontvangen. Zie het als een zetje in de rug van het Kremlin.

Maar zelfs de Russische prijzenpot is mager vergeleken met andere sporten: tennisser Stanislas Wawrinka kreeg 2 weken geleden bijna 2 miljoen euro mee na winst op de Australian Open. De sporter die op 15 februari goud wint, krijgt van de Russen iets speciaals: een medaille ingelegd met stukjes meteoriet. De stukjes komen van de ruimtesteen die dan precies een jaar geleden insloeg bij de stad Tsjeljabinsk.

Misverstand 5 De Winterspelen zijn een olympisch idee

De Zomerspelen komen uit Griekenland, de Winterspelen uit Scandinavië. Tenminste, daar werden de eerste wintersportwedstrijden gehouden, de Nordic Games. Een toernooi alleen voor Scandinaviërs, iedere vier jaar vanaf 1901. De Zomerspelen bestonden toen net vijf jaar. De eerste winterdiscipline die op de Olympische Spelen debuteerde, was kunstrijden in 1908. Dat wil zeggen: de Zomerspelen van Londen waren al drie maanden voorbij toen de kunstschaatswedstrijd plaatsvond en de Zweed Ulrich Salchow zich naar goud danste.

De Nordic Games bracht het IOC op ideeën. Het comité wilde Winterspelen en vroeg Zweden om de eerste te houden in 1912. De Zweden sloegen dat af omdat zo’n toernooi de Nordic Games zou bedreigen. Dan maar in Duitsland was het plan. Maar in 1916 was het oorlog en uiteindelijk kreeg het Franse Chamonix de primeur in 1924. De Nordic Games stopten in 1926.