Plasterk was bewust te stellig

De verklaring van minister Plasterk, vorig jaar oktober en november, dat de Amerikaanse inlichtingendienst NSA 1,8 miljoen Nederlandse telefoongesprekken onderschepte, was volgens direct betrokkenen gebaseerd op een „best guess” van de AIVD. Toch presenteerde verantwoordelijk minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) deze hypothese als zeer geloofwaardig in televisieprogramma Nieuwsuur en in de Tweede Kamer.

Dat blijkt uit een reconstructie die morgen in deze krant staat en waarvoor is gesproken met direct betrokkenen.

Op 6 november zei Plasterk over het feit dat Nederlandse telefoontjes zouden zijn getapt in de Tweede Kamer: „Ik heb al eerder gezegd dat Nederland dat niet heeft gedaan.” Deze week meldden Plasterk en minister van Defensie Hennis (VVD) dat Nederland zelf gegevens heeft onderschept en vervolgens met de NSA heeft gedeeld.

Uit de gesprekken van deze krant met direct betrokkenen blijkt dat Plasterk wist dat het NSA-scenario slechts één van de opties was, maar dat hard bewijs daarvoor ontbrak. Het enige ‘bewijs’ was een getalsmatige analyse van het aantal telefoongesprekken van Nederland naar de Verenigde Staten (ongeveer 60.000 per dag). Maal dertig zou dat kunnen wijzen op de 1,8 miljoen gesprekken die genoemd werden in een NSA-presentatie die in de zomer van 2013 naar buiten kwam via NSA-contractant Edward Snowden.

Lang was onduidelijk wat het getal van 1,8 miljoen precies betekende. Deze week schreven Plasterk en Hennis dat het 1,8 miljoen ‘records’ van buitenlandse telefoongesprekken betreft.

Opvallend is dat de verklaring van Plasterk vanaf het begin in twijfel is getrokken door Defensie. In reactie op vragen over de 1,8 miljoen verwezen woordvoerders van Defensie tegen onder meer de Volkskrant naar het verzamelen van inlichtingen in het kader van militaire missies en het delen van deze gegevens met de VS.

Een woordvoerder van de AIVD verwijst voor een reactie naar Binnenlandse Zaken vanwege het debat met Plasterk komende dinsdag.