‘Paris Mortel’ is met liefde afgepoetst

Een nieuw fotoboek van Willem van Zoetendaal laat de fascinerende wordingsgeschiedenis zien van een klassiek fotoboek uit de jaren zestig: Paris Mortel van cineast Johan van der Keuken (1936-1991).

Sinds de Amerikaanse verzamelaar Andrew Roth in 2001 The book of 101 books publiceerde, een soort canon van de beste fotoboeken aller tijden, is het een trend geworden: fotoboeken over fotoboeken. Inmiddels is er een fikse plank te vullen met vaak lijvige, rijk geïllustreerde geschiedschrijvingen. De meest invloedrijke fotoboekenboeken zijn de twee stoeptegels van de Britse fotograaf Martin Parr en fotohistoricus Gerry Badger: The Photobook: A History, Volume 1 en Volume 2. De belangrijkste Nederlandse publicatie in het genre is het even volumineuze Het Nederlandse Fotoboek, in 2012 verschenen naast een grote tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum.

De publicaties markeren de veranderde status van het fotoboek. Van het stiefkind van de boekwinkel, vaak voor een krats eindigend in de uitverkoop, zijn bijzondere fotoboeken veranderd in antiquarisch zeer gezochte objecten, met gespecialiseerde handelaren, beurzen en veilingen. Enigszins gechargeerd zou je kunnen stellen dat het fotoboek niet langer een noodzakelijk bijproduct is, maar eerder een makkelijk toegankelijke en draagbare expositie, misschien wel de beste manier om fotografie te tonen.

Trend

Paris Mortel retouché past in de trend van gefotoboekte fotoboeken. Het gaat zelfs nog een stap verder dan de eerder genoemde overzichtswerken: Paris Mortel retouché is volledig gewijd aan slechts één boek: het in 1963 verschenen Paris Mortel van Johan van der Keuken.

Na een inleiding over de ontstaansgeschiedenis van het boek en een selectie ongebruikte foto’s volgen de integraal gereproduceerde laatste dummy die Van der Keuken van zijn boek maakte en foto’s van alle pagina’s van het gedrukte boek zelf. Dat laatste is geen overbodige luxe, want een gaaf exemplaar van het oorspronkelijke boek is lastig te vinden en kost al snel 1.500 euro.

Van der Keuken (1936-1991) vertrok als twintigjarige naar Parijs voor een studie aan de filmacademie IDHEC. Met zijn Leica-kleinbeeldcamera zwierf de student door het twaalfde arrondissement van de hoofdstad, waar hij een kamer had. Joan van der Keuken (zoals hij zich nog noemde) had op dat moment al twee fotoboeken gepubliceerd, Wij zijn zeventien (1955) en Achter glas (1957). Vooral de portretten van zijn lethargische klasgenoten in Wij zijn zeventien werden destijds als schokkend ervaren.

In Parijs werkte Van der Keuken aan een nieuw boek, dat hij als werktitel ‘Paris Immortel’ gaf. Terwijl hij daarmee bezig was, werd hij, naar eigen zeggen, „als door een vuist getroffen” door het boek dat de Amerikaanse fotograaf William Klein over New York publiceerde. „Zo direct had nog niemand gesproken”, zei Van der Keuken later over Kleins intense zwart-witfoto’s van New York.

Daarna begon Van der Keuken niet-romantische beelden van zijn omgeving te schieten. Niet de Eiffeltoren en de Seine, maar mensen in de metro, een slapende clochard en deelnemers aan een extreemrechtse manifestatie en een militaire parade (in de kolonie Algerije woedde een onafhankelijkheidsoorlog). ‘Paris Immortel’ veranderde al snel in ‘Paris Mortel’, schrijft Willem van Zoetendaal in zijn inleiding.

Afstand

In FOAM in Amsterdam hangen nog tot 12 maart de New Yorkfoto’s van William Klein. Van der Keuken mag dan onder de indruk zijn geweest, hij heeft geen poging gedaan Klein te imiteren. Van der Keukens foto’s zijn donkerder en vaak leger, hij hield meer afstand tot de mensen die hij fotografeerde. Dat maakt dat Van der Keukens Parijs minder energiek oogt dan het New York van Klein.

Paris Mortel retouché is een voorbeeldig vormgegeven en uitgevoerde studie naar een van de belangrijkste Nederlandse fotoboeken. Tussen de dummy en het uiteindelijke boek zitten grote verschillen in beeldselectie, presentatie en ritme. Al bladerend krijgt de kijker een goed beeld van de wordingsgeschiedenis van Paris Mortel. Dat smaakt naar meer. Het zou fijn zijn als andere klassieke fotoboeken net zo liefdevol aangeraakt en afgepoetst worden.