Olympische clowns

Prince Hubertus gaat in dit idiote pak de slalom skiën.
Prince Hubertus gaat in dit idiote pak de slalom skiën. Foto AP

Wat: Olympische sprookjes, drama en bloopers

Wanneer: 7 februari-23 februari

Heerlijk, twee weken Olympische Spelen kijken. En dat is heus niet alleen leuk voor de liefhebber, ook voor mensen die niet van sport houden is het prachtige televisie. Met veel spanning en emotie natuurlijk, en bloopers doen het altijd goed. Maar ook veel drama. Denk aan Nederlandse episodes als Het Wax-incident (Nicolien Sauerbreij, Salt Lake City, 2002), De Bange Bobber (Edwin van Calker, Vancouver 2010) en De Foute Wissel (Sven Kramer, ook Vancouver). En een beetje Spelen heeft een spectaculaire politie-inval en een opgerold dopingnetwerk (Langlaufers, en de gehele Oostenrijkse biatlonselectie, Turijn, 2006).

Het mooiste zijn de sprookjes, de antihelden die uitgroeien tot iconen, de sporters voor wie meedoen zo veel belangrijker is dan überhaupt de finish halen. Neem Eddy the Eagle, geboren als Michael Edwards. Een Britse skiër, al geen beste combinatie, die uitgroeide tot wereldster, hoewel hij met afstand de slechtste schansspringer was in Calgary (1988). Maar juist omdat ie zo belabberd was – en te zwaar en met een beslagen brilletje de schans af ging – groeide hij uit tot publiekslieveling. Velen herinneren zich ook wel de zwemmer in 2000, Eric Moussambani uit Equatoriaal Guinea, die nog net niet verdronk in het 50-meterbad van Sydney. En natuurlijk de Jamaicaanse bobsleeërs in Calgary, waarvan zelfs een film werd gemaakt, Cool Runnings – ze zijn er dit jaar weer bij.

Mooi voorbeeld van een olympisch sprookje is Steven Bradbury. De Austaliër die in 2002 in de kwartfinales van de 1.000 meter shorttrack eigenlijk al was uitgeschakeld, vanwege diskwalificatie en valpartijen per ongeluk de halve finale en zelfs de eindstrijd bereikte. Dat was een idiote race. Bradbury reed achteraan, maar doordat alle vier andere finalisten vlak voor de eindstreep onderuit gingen, won hij tot zijn eigen verbazing de olympische titel – de eerste voor Australië op de Winterspelen.

En memorabel is ook het verhaal van de eerste Keniaan op de Winterspelen, Philip Boit. In 1998 (Nagano) deed hij mee aan de 10 kilometer langlaufen en stond in Japan voor het eerst op de ski’s in de sneeuw. Hij had natuurlijk wel geoefend, in het zand – want sneeuw kennen ze niet in Kenia. Hij kon er weinig van, maar verwezenlijkte wel zijn droom – die liefst 47 minuten duurde – en haalde door zijn ongelooflijke uithoudingsvermogen zelfs de finish. Daar kreeg Boit een ovatie en een knuffel van de winnaar, Bjørn Daehlie, die 20 minuten nodig had gehad voor de race en de huldigingsceremonie had laten uitstellen voor Boit. De Keniaan was daarvan zo onder de indruk, dat hij een van zijn zoons Daehlie heeft genoemd.

Laten we hopen dat het verdriet beperkt blijft tot de sport en dat de terreur bij dreiging blijft. Maar een beetje leedvermaak en een leuke incidentje, dat hoort erbij. Misschien De Ventilatie Rel bij het schaatsen – Russen die de ventilator een harder zetten als hun landgenoten aan de beurt zijn, zodat ze meer wind mee hebben? En wie worden de clowns en iconen? De wereldberoemde violiste Vanessa Mae op ski’s? Wellicht de Mexicaanse prins – en popzanger – van 55 jaar, Prince Hubertus of Hohenlohe-Langenburg, die in een idioot mariachi-skipak de berg af slalomt? En anders hebben we altijd nog de sequel van Cool Runnings.