Museum over prostitutie stipt de tragiek erachter hooguit aan

Omringd door ‘echte’ ramen is er nu ook een museum over prostitutie. Maar veel verder dan een oppervlakkig kijkje achter de schermen gaat het niet.

In het Prostitutiemuseum loop je onder meer door twee nagemaakte peeskamers en een SM-ruimte. Ook kan je op een kruk plaatsnemen achter het raam.
In het Prostitutiemuseum loop je onder meer door twee nagemaakte peeskamers en een SM-ruimte. Ook kan je op een kruk plaatsnemen achter het raam. Foto Olivier Middendorp

Een vies wastafeltje. Een pot vaseline, tandenborstel, een roze glimmend toilettasje. Daarnaast een kastje met dildo’s, een pruik, goedkope eau de toilette. En heel veel condooms. Het zijn de attributen in de gemiddelde peeskamer op de Wallen, die „in zo natuurlijk mogelijke staat” is nagebouwd in het Prostitutiemuseum dat gisteren op de Wallen zijn deuren opende. En dus ontbreekt ook het (eenpersoons) bed niet met het smoezelige bevlekte hoeslaken en een handdoekje. Het is klein en bedompt – de lust vergaat je meteen. Toch zijn er op de Wallen driehonderd van dit soort kamertjes.

„En dan zijn de meeste in het echt nog kleiner”, zegt Ilonka Stakelborough, directeur van Stichting Geisha, ‘belangenbehartiger voor sekswerkers’, die bij de totstandkoming van het museum werd betrokken. „Bedacht door mannen, enkel uit op geld – totaal geen rekening houdend met de vrouw die hier moet werken. Zodra een man een ander standje wil op dat veel te smalle bed stoot ze zich aan die harde randen. De wasbak zit te hoog. Blacklight boven het bed zodat je er als halfnaakte vrouw als een monster uitziet. Dit is geen werkplek, het is een afwerkplek. 95 procent van de kamers op de Wallen ziet er zo uit.”

Stakelborough, zelf 26 jaar werkzaam geweest in het vak, hield het welgeteld twee dagen uit op de Wallen, „toen liep ik gillend weg”. Ook al vanwege de vele kinderen die haar vanaf straat aanstaarden. De Wallen is over het algemeen het lagere segment, zegt ze. „Verreweg het grootste deel van de vrouwen hier bestaat uit slachtoffers van vrouwenhandel, of ex-slachtoffers die weer terug zijn gekomen.” Omdat veel vrouwen gedwongen 500 tot 1.000 euro per dag moeten afdragen doen ze het „voor extreem lage prijzen, 30 euro, en zelfs onbeschermd”– alles om maar zoveel mogelijk mannen naar binnen te krijgen.

Dat de prostitutiebusiness een zwarte, voor duizenden vrouwen tragische kant heeft en dat een museum daar, te midden van het rood getinte vertier op straat de aandacht op wil vestigen is op zichzelf een mooie gedachte. Het zou de mannen die hier bereid zijn 50 euro neer te leggen voor gemiddeld zes minuten peeskamer (inclusief uit- en weer aankleden) en zich nooit afvragen of de vrouw in wie ze net klaarkwamen dat vrijwillig deed of uitsluitend omdat ze geen keus had, wellicht aan het denken kunnen zetten. „Dat wil ik ook bereiken”, zegt oprichter Melcher de Wind. „Ik heb geen oordeel over prostitutie, iedereen moet zelf weten of hij een prostituee bezoekt; maar ik vind wel dat mensen moeten weten wat er ook aan de hand is. En ik hoop dat het tot meer respect leidt voor die hardwerkende vrouwen.” Er komt nog een educatieruimte in het pand en een lespakket voor scholieren, vertelt hij. En het museum werkt behalve met Stichting Geisha ook samen met projectgroep 1012 en Programma Prostitutie van de gemeente Amsterdam, om ook dat ándere verhaal te vertellen.

Maar juist daar schort het hier nogal aan. De bedoeling is, legt De Wind uit, dat je al lopend door de verschillende ruimtes vanzelf een ander gevoel bij prostitutie krijgt. Maar dat is lastig als je binnen een kwartier alles al gezien hebt – en gelezen, want als één ding hier opvalt dan is het wel hoe summier de informatie is. Ja, het peeskamertje is ranzig. En het iets ‘chiquere’ bordeelkamertje ernaast heeft gouden palmen, een rond bad en een kitschbed. En kijk, daar hebben we een soort martelkamer, waar een man stroomstoten kan ondergaan voor zijn genot. Voor de gemiddelde voyeur (en wie is dat niet) best leuk om eens doorheen te lopen. Daarna komt dan het educatieve gedeelte. Gezeten op een kruk kijk je naar een filmpje van mannen die jou keuren in het voorbijgaan. Maar meer is het niet, op een enkel informatiebordje en een hartenkreet op de muur („I miss my family. I don’t know when I will speak to them again”) na. Ook het ‘biechtkamertje’ waarin eenieder op een briefje anoniem zijn sekszondes kwijt kan die later op een muur worden geplakt, alsmede de door klanten achtergelaten voorwerpen voegen inhoudelijk niets toe.

Uitzondering is het korte campagnefilmpje van de internationale beweging tegen mensenhandel Stop the Traffik, dat laat zien hoe mannen op de Wallen op het verkeerde been worden gezet. Ze genieten volop van dansende prostituees achter de ramen – tot op de gevel de volgende tekst wordt geprojecteerd: „Every year, thousands of women are promised a dance career in Western Europe. Sadly, they end up here.” De omslag buiten – geschrokken gezichten, schaamte – wordt mooi in beeld gebracht. Het was helaas het enige kippenvelmoment.

Op papier leek het Prostitutiemuseum een mooi concept, maar in praktijk leert de bezoeker hier vrijwel niets – en al helemaal niet hoe een prostituee zich wérkelijk voelt tijdens haar werk. Een gemiste kans. Maar toeristen zullen het museum ongetwijfeld weten te vinden.