Live uit het crisisgebied, via Twitter

Storyful levert authentieke informatie uit crisisgebieden aan CNN en The New York Times

De verhalen van Mark Little zijn doorspekt met het soort anekdotes dat rampenjournalisten kenmerkt: „toen ik tijdens de tsunami in Banda Atjeh was...”, „toen ik in Kandahar was...”

Het is niet wat je verwacht van de oprichter van een jong, succesvol online bedrijf dat na nog geen vier jaar The New York Times, The Wall Street Journal, CNN en Reuters als klanten heeft. En dat vlak voor het nieuwe jaar voor 18 miljoen euro werd gekocht door het Amerikaanse NewsCorp van mediamagnaat Rupert Murdoch.

Maar het was juist de ervaring van de 45-jarige Little als Washingtoncorrespondent en rampenverslaggever voor RTÉ, de Ierse publieke nieuwszender, en als presentator van Prime Time, de Ierse versie van Nieuwsuur, die hem het idee gaf voor Storyful, het eerste online persbureau. De verslaggevers trekken er niet op uit, maar begeven zich louter online om nieuws te halen.

„In 2009 werd er in Iran hevig gedemonstreerd. Normaal zou ik erheen zijn gestuurd, maar RTÉ had geen geld. Via Twitter bleek ik echter alles te kunnen volgen; ik zag foto’s, las ooggetuigenverslagen. Terwijl mijn collega’s op het dak van hun hotel hun stand-ups deden en Teheran niet in konden, had ik vanuit Dublin een goed idee wat er op straat gebeurde.”

Storyful verzamelt onder de miljoenen tweets en uren video op sociale media als Facebook, Instagram, YouTube, en Twitter nuttige informatie over nieuwsgebeurtenissen. Het persbureau voorziet daarmee andere media van lokale ooggetuigenverslagen. En belangrijker: Storyful onderzoekt en verifieert voor hen wie de bron is. Juist op internet verspreiden geruchten en propaganda zich vaak sneller dan feiten.

Op de redactie in Dublin laat Gavin Sheridan zien hoe Storyful te werk gaat. Op zijn linker computerscherm staat Tweetdeck open, waarmee hij microberichten vanuit de hele wereld bijhoudt. Die tweets worden verstuurd door journalisten, hulpverleners, en gewone burgers van wie hij weet dat ze op de juiste plekken zitten. Via algoritmen – bijvoorbeeld de woorden ‘ramp’, ‘vliegtuig’, ‘doden’ – houdt hij bij of er iets bijzonders gebeurt.

Wapendepot

Op zijn middenscherm staat het Storyful-programma open. Daarmee speurt hij naar ooggetuigen. Google Translate helpt het woord overstroming te vertalen als banjir in het Indonesisch. De combinatie met Manado, de hoofdstad van Sulawesi, levert beelden. Tijdens de aanslag in Boston vond Storyful op dezelfde wijze ooggetuigen achter de politielinten die foto’s van de daders op Instagram zetten. Uit Syrië ‘haalde’ het persbureau meer dan 3.000 beelden en video’s, onder meer van een bloedbad in Tremseh en vluchtelingen in Aleppo.

Zijn rechterscherm gebruikt Sheridan om de beelden te verifiëren: heeft diegene al eerder beelden online gezet, is het inderdaad bewolkt, dragen mensen in die buurt altijd zulke kleding, klopt het accent, is de omgeving ook op Google Maps heuvelachtig, lijken de huizen op wat Google Streetview eerder opnam? Soms is het eigen kennis over landen of wapens, soms ervaring. „Tijdens de opmars van het leger van Gaddafi in Libië in 2011 ontplofte er een wapendepot. Diezelfde video zie je nu zogenaamd uit Homs in Syrië verschijnen.”

Zodra de inhoud is geverifieerd, wordt deze aangeboden aan de afnemers. En kan CNN komen met een verhaal over Sulawesi, zonder dat de zender er zelf een cameraploeg ter plekke heeft. „Parachutejournalistiek wordt verleden tijd”, meent Little. „Redacties moeten er aan wennen dat je niet per se ergens heen moet als er een bom ontploft. De jongens hier vinden bij breaking news de eerste beelden.”

Zijn steekwoord is ‘authenticiteit’. „Niet autoriteit. Het zijn juist niet gezagsdragers, geen traditionele bronnen die het nieuws brengen, maar gewone burgers.” En het draait niet om vertrouwen. „Ik vertrouw de Syriër die een video online zet niet. Maar zit wel het dichtst op het nieuws.”

Deze manier van werken is bevrijdend voor de journalistiek, denkt Little. „Het geeft journalisten de tijd achter de onderliggende dynamiek aan te gaan, om de context uit te leggen. De journalist wordt iemand die vervolgens op persoonlijk gezag analyseert en interpreteert wat er gebeurt.” Die ter plekke is, maar niet onmiddellijk in beeld hoeft te zijn, of regels tekst hoeft te produceren.

Zuid-Soedan

Breaking news is volgens Little niets meer dan „een nutsvoorziening”. „Zoals water, afhankelijk van hoe je het verpakt, wordt het Perrier of Evian.” En het basisingrediënt kunnen journalisten onderling makkelijk delen. „Ik herinner me dat ik na de schietpartij in Columbine met zestig andere journalisten allemaal dezelfde getuigen bestookten voor hetzelfde citaat. Wat een verspilde tijd.”

Dat het sociaal mediagebruik niet overal ter wereld even wijdverspreid is, is geen probleem. „Soms duurt het dagen voor een hulpverlener in Zuid-Soedan iets online zet. Dat blijft nieuws”, zegt redacteur Gavin Sheridan. Om aan te tonen dat het niet alleen om Afrika gaat, laat hij Duitsland zien. Nauwelijks twitteraars, nauwelijks beelden van Google Streetview.

De Arabische Lente betekende de doorbraak van Storyful. En daarop volgde de belangstelling van Murdochs NewsCorp. Little weet hoe er over de mediamagnaat – wiens kranten in het Verenigd Koninkrijk onder vuur liggen wegens het afluisteren van honderden Britten – wordt gedacht. „Maar Murdoch was ook een van de eersten die internet begreep. En NewsCorp is een enorm bedrijf, maar werkt als een start up. Men is geïnteresseerd in innovatie. En men heeft een hart voor journalistiek.”

Storyful levert bovendien alleen nieuws. „Ik heb geen enkele behoefte om mensen te vertellen wat ze moeten denken.” De redactionele bemoeienis waar Murdoch om bekendstaat, zal daarom gering zijn, denkt Little, die aanblijft als directeur. Inmiddels werken er 35 journalisten bij het persbureau, van wie een aantal in Hongkong, Atlanta en New York. Over vijf jaar hoopt Little dat Storyful „de eerste halte voor breaking news” is. „De AP van de 21ste eeuw”.