In het Florence van vorst Cosimo III passeren clichés en het regent altijd

Bij elk nieuw boek dat Rupert Thomson uitbrengt, vragen Britse recensenten zich af wanneer hij nu eens doorbreekt. Enkele boeken werd genomineerd voor literaire prijzen, maar het grote succes bleef uit. Aan Thomsons voorkeur voor de macabere kanten van het bestaan kan het niet liggen. Ook in zijn nieuwe roman Verzwijging komen die ruimschoots aan bod.

Verzwijging is een historische roman, die zich afspeelt aan het begin van de achttiende eeuw. Hoofdpersoon is Gaetano Zummo, een beeldhouwer die wassen beelden maakt. Zummo (die echt heeft bestaan) arriveert in 1701 in Florence, waar hij in opdracht van Cosimo III de’ Medici gaat werken aan een wassen beeld van de perfecte vrouw. Hij komt uit Sicilië, en gebeurtenissen uit het verleden hebben diepe sporen achtergelaten in zijn geest. In Florence komt hij terecht in intriges en geheimen, liefde en haat, moord en doodslag. Dat levert een spannend verhaal op, vol elementen uit achttiende- en negentiende-eeuwse gothic novels.

De manier waarop Thomson die elementen gebruikt, zorgt voor een vervreemdende leeservaring, want hij doet er niets nieuws mee. Oude literaire thema’s en motieven past hij volstrekt serieus toe. Zo wordt ergens in het boek vanaf de galerij van een paleiszaal een belangrijk gesprek afgeluisterd. Een in het voorbijgaan opgevangen blik van een mysterieuze vrouw zorgt voor liefde op het eerste gezicht. De zo vriendelijke ogende raadsheer van de koning heeft een dubbele agenda. De vorst zelf, Cosimo III, is een sentimentele, wat naïeve man. De aan het hof verbonden Dominicaanse monnik Stufa is een doortrapte, verdorven intrigant.

Al deze tegen het cliché aanleunende personages en motieven worden omgeven door een barokke sfeer van decadentie en verrotting, die (hernieuwd cliché-alarm) in vrijwel elke scène wordt weerspiegeld in de weersomstandigheden. Luchten zijn grauw of bruin, hitte is loom en benauwd. Wat gebeurt er wanneer Zummo zijn mysterieuze, fatale vrouw kust? Er hingen al dreigende wolken, en inderdaad: het begint te onweren.

Met haar romans over Thomas Cromwell heeft Hilary Mantell laten zien dat het genre van de historische roman oude vormen kan overwinnen door andere manieren van vertellen (korte scènes, laconieke stijl, tegenwoordige tijd) te gebruiken. En ook in haar roman The Luminaries liet Booker Prize-winnares Eleanor Catton zien dat spelen met negentiende-eeuwse vormen intrigerende en verrassende resultaten kan opleveren. Thomson houdt het bij die oude vormen. Dat levert een spannend boek op, met mooie beschrijvingen van personen en landschappen, maar de te grote nadruk op sfeer en weer en de toepassing van die oude motieven doen je zo nu en dan vol ongeloof in de lach schieten. Dat kan toch niet de bedoeling van de auteur zijn geweest.