Ik lees 100 procent legaal, maar koop zelden een boek

‘Ah, ben jij soms een van de mensen die illegaal zitten te lezen?’ Tja, wat zeg je dan, van boven je iPad in de voetbalkantine. Geen cent betaald voor Het bittere kruid of voor een van die andere door de uitgevers vriendelijk opgestuurde bestanden waar mijn apparaat vol mee staat. Niet dat ik vrees dat de 93-jarige Marga Minco vanmiddag iets zal twitteren als: ‘Zo zijn er van mij op 1 torrentsite 15.319 bittere kruiden gejat’ – wat Saskia Noort een week geleden deed aangaande haar thriller Debet, maar toch. Waarschijnlijk lezen we minder, zeker is dat we er minder geld aan uitgeven. The Social Book Company vraagt alle goedwillende lezers om in de Boekenweek ‘Ik lees legaal’ in hun e-mailhandtekening zetten. Ik lees 100 procent legaal, maar koop zelden een boek. Behalve Debet, haast ik me dan maar te zeggen, daar heb ik de volle papieren mep van € 19,95 voor neergeteld. (Stelling: de literaire kritiek zou erbij winnen als recensenten voor hun eigen boeken moesten betalen, maar dit ga ik natuurlijk niet in de krant zetten).

Niet illegaal, maar wel schuldig: negenenveertig drukken van Het bittere kruid zijn voorbijgegaan zonder dat ik één exemplaar kocht – of las – en als de vijftigste druk in aantocht is, vraag ik, me schuldig voelend over de literaire omissie, de uitgever om me een pdf te mailen.

In de kantine heb je uitzicht op een vlag waarop groot ‘Samenspel Doet Zegevieren’ staat. De (geweldige) club is uit 1920, het geboortejaar van Marga Minco. Maar de roman krijgt snel vat op de clubnaam. Samenspel Doet Zegevieren zorgt voor steeds donkerder associaties, naar mate je verder leest. In je gedachten zie je je eigen clubvlag ineens op de trucks van de bezetter wapperen als die door de Lepelstraat stormen.

Niet omdat Het bittere kruid literair nu zo’n bijzonder verhaal is. Het is geen Boslowits of Damokles; de verhoudingen tussen (goeddeels onzichtbare) daders en slachtoffers is eendimensionaal. Maar deze ‘kleine kroniek’ is belangrijker dan de knikkers van Anne Frank.

Ondergang is opgedeeld in kleine stukjes alledaagsheid. In het eerste hoofdstuk staat het hoopvolle ‘Zie je wel, ze doen ons niets’, bij de eerste ontmoeting met een bezettingssoldaat in Breda. Later twijfelen de ouders over de vraag of ze ’s avonds thee moeten drinken. Want als de razzia komt en je halsoverkop naar de achtertuin vlucht, wil je niet dat je verraden wordt door dampende koppen op tafel. Op een avond wordt het gezin toch nog verrast door de mannen die ineens in de kamer staan. ‘Ik zag mijn moeder naar haar halfgevuld theekopje kijken en wist dat ze het leeg wilde drinken. Maar ze bewoog zich niet.’ Even later ziet de moeder toch kans om het restje naar binnen te slurpen, juist wanneer de dochter naar buiten vlucht. Het kind overleeft, door – inderdaad – het samenspel van een hele reeks verzetsmensen, al valt hier niets meer iets te zegevieren.

Legaal gelezen, goddank.