Iedereen kent Annie

Het CDA vroeg haar als lijstduwer, maar nu wil Annie Schreijer-Pierik zélf het Europees Parlement in. Tegen de zin van haar partij. Maar ze is populair.

Op de keukentafel van Annie Schreijer-Pierik, oud-Tweede Kamerlid van het CDA, ligt een tafelkleed van damhertenleer. Er staan borden van boerenbont, een pan tomatensoep met reeënvlees, boterhammen, boter, kaas, smeerworst en een pak vanillevla. Het uitzicht: weilanden en varkensstallen. Aan de muur hangt een schilderij van een koe – precies het soort, Maas-Rijn-IJssel, dat ze van haar ouders meekreeg toen ze trouwde.

Nog een maand of vier en dan zit ze, als alles gaat zoals haar bedoeling is, rond het middaguur in een van de restaurants van het Europees Parlement in Brussel, met uitzicht op andere kantoorgebouwen. Of in een brasserie op Place Luxembourg, net voor het parlement.

„Veertien dagen voor de Kerst belde Hein Pieper, CDA-voorzitter in Overijssel. Het bestuur wilde mij voordragen als lijstduwer voor de Europese verkiezingen. Ik zei: ‘Hein, wat is dit nou echt een grote eer.’ Hij zei ook dat het niet de bedoeling was dat ik dan in het parlement ging zitten. Ik zei: ‘Je weet wie je vraagt, Hein.’”

Annie Schreijer, bijna 61, noemt zichzelf een „boerinneke”. Ze haalde haar diploma op de landbouw-huishoudschool, zat later nog op de moedermavo en werkte vanaf eind jaren zestig in het varkensbedrijf van haar man. Maar wie haar onderschat, lacht ze vrolijk uit. Zij komt tot nu toe áltijd met voorkeurstemmen waar ze maar wezen wil: in de gemeenteraad van Ambt-Delden, de Provinciale Staten van Overijssel, de Tweede Kamer. Waarom dan niet in het Europees Parlement?

Dolf Ruesink, redacteur bij de Twentse krant Tubantia, kreeg de primeur – op de nieuwjaarsreceptie van de provincie. „Dolf”, zei Annie Schreijer. „Ik moet je even hebben.” CDA-voorzitter Pieper kwam erbij staan en probeerde het opnieuw: „Maar Annie, je bent dan alleen lijstduwer. Je gaat er niet in.”

Het CDA-bestuur in Den Haag had al lang een eigen lijst met kandidaten, waar het partijcongres morgen definitief over beslist. Esther de Lange, die het ledenreferendum won, staat op één. De Limburger Jeroen Lenaers op twee, Europarlementariër Wim van de Camp op drie. De partij had al eens eerder meegemaakt dat een kandidaat, Ria Oomen, steeds maar weer met Limburgse voorkeurstemmen terugkwam in het Europees Parlement – hoe laag ze ook op de lijst werd gezet. Nu hield Oomen er eindelijk mee op en was daar opeens Annie Schreijer.

Zij zegt: „Het is tegen de Kieswet en tegen de democratie om je plaats niet in te nemen als de kiezer jou wil. Ik vind dat er een boete op zou moeten staan.”

In Oost-Nederland was het wekenlang groot nieuws, ook door het gedoe eromheen: Pieper gaf in Tubantia toe dat Annie Schreijer natuurlijk niet kon worden tegengehouden. „Het was alsof er een vibe door de provincie ging”, zegt Raymond Strikker, directeur en eigenaar van hotel-restaurant De Bloemenbeek in De Lutte. „Je voelde het bij iedereen: Annie is weer terug.”

Tubantia zette haar foto over twee pagina’s in de krant met een gefotoshopte hermelijnen mantel om en twee kroontjes: de koningin van Twente – en van Europa.

Op een woensdagavond zitten Strikker en zo’n tachtig andere Twentse ondernemers, bestuurders en politici aan gedekte tafels in het Haagse perscentrum Nieuwspoort. Ze hebben hun jaarlijkse ‘Twente diner’, een lobbyavond met Kamerleden, bedacht door Annie Schreijer in de tijd dat ze zelf Kamerlid was – van 1998 tot 2010. Ze is er nog steeds elk jaar bij.

Minister van Economische Zaken Henk Kamp (VVD), afkomstig uit Hengelo, spreekt de zaal toe. „Fijn om zoveel oude bekenden te zien”, begint hij. En dan: „Je wordt ieder jaar knapper, Annie.”

Hij draait zijn hoofd naar een andere tafel, met transportondernemer Henk Bolk uit Almelo – een partijgenoot van Kamp. „Dat geldt dan weer niet voor jou, Henk.”

De Twentenaren hebben de chef-koks meegenomen van twee toprestaurants: De Bloemenbeek en De Wilmersberg. Er is geroosterde snoekbaars met vanillekool, bonte bentheimer, bouillon van ree uit ’t Lutterzand, gegrilde kalfszijlende, een bitterbal van kalfswang.

Henk Bolk organiseert zelf elke zomer een haringparty voor Twentse ondernemers. VVD-kopstukken zijn er graag bij, ook premier Mark Rutte en Henk Kamp. In Nieuwspoort zegt Bolk dat hij bij de Europese verkiezingen niet op zijn eigen partij zal stemmen. „Ik stem op Annie. Dat is een mevrouw die zich iets ten doel stelt en dat dan voor elkaar krijgt.”

Weet Bolk wel wie de VVD-lijsttrekker is voor de Europese verkiezingen? „Nee.”

Een tafel verderop zit Jan Davids, directeur van het Twentse glasvezelbedrijf Reggefiber – ook al een VVD’er die op Schreijer wil stemmen en geen idee heeft wie de Europese lijsttrekker is van zijn eigen partij. „Iedereen kent Annie”, zegt hij. „Maar wat haar geheim is? Ze is niet iemand van de briljante vergezichten. Zij is van het politieke handwerk: ze regelt de dingen. En ze is toegankelijk en bescheiden.”

In de Tweede Kamer kwam Annie Schreijer fel op voor de economische belangen van Twente, voor de boeren – vooral de familiebedrijven – en de jagers. Zij was het, zegt ze, die in Den Haag voor het eerst over ‘de keukentafel’ begon. „Dat was in de debatten over de toekomst van de landbouw, het Varkensbesluit [over de eisen aan de inrichting van varkensstallen]. Ik probeerde duidelijk te maken dat de boer en de boerin aan de keukentafel moeten beslissen hoe ze overleven, en hoe zwaar dat is. Daar moeten politici rekening mee houden.”

Komend weekend beslist het partijcongres ook over de lijstduwers: naast Annie Schreijer zijn dat, volgens Haagse bronnen, oud-bewindslieden als Yvonne van Rooy, Gerrit Braks, Ben Bot en Karla Peijs. Van de zittende Europarlementariërs of andere kandidaten op de lijst belde nog niemand uit zichzelf met Annie Schreijer. Ze wordt gezien als een serieuze bedreiging van hun eigen plek.

Na het telefoontje van Hein Pieper, begin december, was Annie Schreijer ’s avonds met haar man Jan op de bank gaan zitten. Fles wijn erbij. „Ik weet dat de politiek in jouw genen zit”, zei Jan. Ze moest het maar doen.

Net vóór de soep, in de boerderij in Hengevelde, zegt Annie Schreijer: „Ik ben een gewone katholiek en weet niet veel van de Bijbel. Ik weet wel dat je met je talenten moet woekeren.”

Ze is nu al zover dat ze nadenkt over een appartement in Brussel: kopen of huren? Ze heeft haar Engelse studieboeken uit de kast gehaald, nog van de taalcursus die ze als Kamerlid deed bij de nonnen in Vught. „Je kan daar beter eerlijk over zijn. Mijn Duits is beter dan mijn Engels. Maar als ik zie dat president Hollande op bezoek komt in Nederland en iedereen Frans met hem spreekt, ook Rutte en de koning, waarom zou ik het dan niet gewoon met mijn Nederlands mogen doen?”

Het CDA-verkiezingsprogramma zal Annie Schreijer nog gaan bestuderen. Maar haar ervaring is: „Op de markt is er geen kip die ernaar vraagt.”

De Europese Unie, zegt ze, „is een product van ons allemaal: voor onze veiligheid sinds de Tweede Wereldoorlog en ook voor onze voedselzekerheid en de werkgelegenheid”.

Ze hoort Haagse politici vaak zeggen dat iets „niet mag van Brussel”, maar Schreijer denkt dat Nederland aan de Europese richtlijnen veel vaker een eigen interpretatie kan geven. „Dat recht heb je wel als land.”

In de verkiezingscampagnes voor de gemeenteraad, de Provinciale Staten en de Tweede Kamer ging ze, samen met haar dochter en vriendinnen van haar dochter, met schalen eigengemaakte worst en kaas de straat op. Ze weet nog niet wat ze nu zal doen. Veel steunbetuigingen krijgt ze vanzelf: van VNO-NCW in Overijssel, als ze in het ziekenhuis komt of bij de Rabobank. „Ik hoor steeds: ‘We hopen met zijn allen dat je erin komt, Annie.’”

Een slogan heeft ze al: ‘Brussel dichtbij’. „Dat hoef ik hier niet uit te leggen.” Nu wacht ze het CDA-congres van morgen af. „En misschien zegt mijn zoon Arjan net voor de verkiezingen: ‘Ma, we slachten een varken en draaien er worsten van.’”

Dan legt ze die weer netjes op een schaal.