Het moderne lawaai

Als u dit stukje leest zijn de Olympische Spelen in Sotsji een dag aan de gang. Er nemen 88 landen aan deel. Dit zijn de grootste Spelen uit de geschiedenis en waarschijnlijk ook de zwaarst bewaakte. Het evenement duurt tot het einde van de maand.

Kort daarna, op 23 maart, begint in Den Haag de tweedaagse nucleaire topconferentie waaraan 58 wereldleiders deelnemen. Ze worden bewaakt door 13.000 agenten. Er worden 5.000 delegatieleden verwacht en 3.000 journalisten. Gewoon verkeer zal in de verre omstreken van de conferentie praktisch onmogelijk zijn en ook de luchtvaart zal het merken. En het voetbal, want zoals het er nu uitziet, zullen sommige wedstrijden uit de eredivisie niet doorgaan. Woede in de voetbalwereld.

Overigens is deze bijeenkomst behalve een politieke gebeurtenis ook een publiek evenement van de eerste orde. Dan, op 12 juni begint het wereldkampioenschap voetbal in São Paulo. Dat wordt op 13 juli in Rio de Janeiro afgesloten.

Intussen is op 5 juli in Engeland, Leeds, de Tour de France begonnen. Die duurt tot 27 juli. En daarna komt eindelijk de zomer, die er voorlopig nog rustig uitziet.

Sinds de Olympische Spelen in Berlijn in 1936 hebben grote gebeurtenissen in de sport altijd een politieke lading gehad. In datzelfde jaar, niet in Berlijn maar in New York, sloeg de Duitse bokser Max Schmeling de zwarte Amerikaan Joe Louis knock-out. Louis werd voor onverslaanbaar gehouden.

Volgens de nazi’s was met de overwinning van Schmeling de superioriteit van het arische ras bewezen. Overigens was Schmeling (geboren in 1905, gestorven in 2005; hij is net geen honderd geworden) absoluut geen nazi, wat hij herhaaldelijk metterdaad bewezen heeft.

Dat ‘het volk’ graag naar grote sportgebeurtenissen kijkt is oud nieuws. De Romeinse dichter Juvenalis leeft voort door de uitdrukking ‘brood en spelen’. Het Colosseum in Rome is gebouwd om zoveel mogelijk mensen naar de sporten van dit tijdvak te laten kijken. Gevechten tussen gladiatoren, en er werden christenen voor de leeuwen gegooid. Dat daar veel belangstelling voor was blijkt uit de omvang van dit stadion. In de loop der eeuwen is het allemaal veel humaner geworden. Ik heb enige ervaring. Toen ik een kleine jongen was, nam mijn vader me een keer mee naar een voetbalwedstrijd Holland-België. Tegen het einde stonden we voor met 9-3. Het publiek begon te schreeuwen: „Tien! Tien!” Ik geneerde me. Iedere wedstrijd moet in een gelijkspel eindigen, dacht ik. Bij die vruchteloze opvatting ben ik gebleven.

In deze tijd is het evenement, niet alleen in de sport, principieel veranderd. Na de Tweede Wereldoorlog is dat begonnen met de komst van televisie als belangrijkste volksmedium voor evenementen. Daniel Boorstin signaleerde als eerste de bijverschijnselen daarvan, in zijn The Image, A Guide to Pseudo-events in America (1962). Het veld van onderzoek bouwde zich onweerstaanbaar uit. In 1985 kwam Neil Postman met zijn Amusing Ourselves to Death en ook in deze eeuw is het onderzoek verdergegaan. Er is een complete bibliotheek ontstaan.

De oorzaak daarvan is dat het evenement als verschijnsel zich blijft uitbreiden. Dit komt door de voortdurende wisselwerking tussen media en publiek. Het wordt meer en meer een levensdoel, zo opzienbarend mogelijk tevoorschijn te komen. Vandaar het geschreeuw en gehos in de reclame, het dramatische kabaal in de shows. En grootschalig zien we het de komende tijd in de verpletterende hoeveelheid sport op wereldschaal. De laatste jaren is deze ontwikkeling versterkt door de snelle, wereldwijde groei van internet. Het klinkt dramatisch maar ik denk dat het waar is: Onze beschaving bereikt een nieuwe fase, waarin zelfkritiek wordt verdrongen door zelf geproduceerd lawaai.