Fluiten in je spijkerbroek

Ik mag dit weekend wéér niet fluiten. De wedstrijd is afgelast, dus sta ik als eenzame supporter langs een keurig kunstgrasveld waarop mijn vroegere vriendenteam een potje zesdeklassevoetbal afwerkt. Mijn blik valt op de enige persoon die net als ik een spijkerbroek draagt. Het is de scheidsrechter.

Ruim twee maanden geleden was grensrechter Richard Nieuwenhuizen precies een jaar dood. Ik luisterde die dag naar de radio en hoorde hoe Bernard Fransen, voorzitter amateurvoetbal bij de KNVB, werd geïnterviewd over agressie op het voetbalveld. De journalist wilde graag „de balans opmaken” en meneer Fransen vertelde vol trots over het nieuwe actieplan tegen geweld. Hij was nog niet geheel tevreden, maar zei wel dat we er „ons stinkende best voor doen” dat we er „met elkaar de schouders onder blijven zetten” en dat bepaalde maatregelen – en ik citeer letterlijk – „bijdragen dat steentje naar beter doen”. Ik denk dat ik best wel een beetje begreep wat mijn voorzitter probeerde te zeggen, maar begon pas goed te luisteren toen er een stapeltje feiten op tafel kwam.

In Nederland zijn ongeveer 27.000 scheidsrechters. Volgens meneer Fransen zijn 7.000 van hen „echt KNVB-gekwalificeerd” en hebben die 20.000 anderen – de zogeheten clubscheidsrechters – allemaal een basisopleiding gehad. Dat vond ik verwarrend. Elk weekend worden er in ons land ruim 32.000 voetbalwedstrijden gespeeld, en zoals de voorzitter het op de radio uitlegde, leek het alsof het overgrote deel van die wedstrijden door min of meer opgeleide scheidsrechters wordt gefloten.

Maar dat is niet waar.

In het lagere amateurvoetbal, de zogenaamde B-categorie waarin het gros van de voetballende Nederlanders zijn of haar kunsten vertoont, is de gemiddelde scheidsrechter een onervaren en ongetrainde nitwit. Bijna altijd is het een speler van een ander team die bij wijze van straf (de verplichte vrijwilliger) het potje van voor hem vaak onbekende clubgenoten tot een goed einde moet proberen te brengen.

Vandaag is het niet anders. Tweeëntwintig mannen hebben zich in sportkleding gestoken, maar de aangewezen scheids draagt dus – zoals ik dat zo vaak zie – een spijkerbroek. Hij lijkt ermee te willen uitstralen dat hij zijn rol als leidsman niet zo belangrijk vindt. Want wie gaat er nou sporten in z’n gewone kloffie? Wacht eens even… Fluiten ís dus geen sport!

Het grote probleem van de spijkerbroekfluiters is dat ze door de spelers die ze zogenaamd onder hun hoede hebben, vaak niet serieus worden genomen. Het grote probleem van spelers die de scheidsrechter niet serieus nemen, is dat ze vaak ongeoorloofd gedrag vertonen. Het grote probleem van ongeoorloofd gedrag is dat… Ja, precies.

Als we werkelijk ons stinkende best willen doen, de schouders eronder willen zetten en dat steentje willen bijdragen naar beter doen, zou het een goede eerste stap zijn om spijkerbroeken op het voetbalveld met onmiddellijke ingang te verbieden.