De stad biedt vrijheid maar tolerantie neemt af

Amsterdammers beoordelen hun vrijheidsgevoel gemiddeld met een 7,8 op een schaal van 1 tot 10. Dat staat in het onderzoek ‘Vrijheidsbeleving van Amsterdammers’ van Bureau Onderzoek en Statistiek, dat vandaag verschijnt. Voor het bepalen van dit vrijheidsgevoel zijn meerdere punten beoordeeld, zoals ‘vrijheid van meningsuiting’, ‘jezelf kunnen zijn’ en ‘veiligheid’.

Ondanks dit relatief hoge cijfer verschillen de gevoelens sterk per buurt en per bevolkingsgroep. Zo voelen bewoners van Nieuw-West zich van alle buurten het minst vrij (7,2). Dit lage cijfer komt vooral door overlast in het gebied, bijvoorbeeld door geluid of jongeren. Centrum (8,2) en Zuid (8,1) scoren het hoogst. Met name de vrijheid van meningsuiting in deze buurten krijgt een hoge waardering.

Dan de bevolkingsgroepen. Homo’s beoordelen ‘jezelf kunnen zijn’ (7,0) en ‘tolerantie’ (7,6) flink lager dan heteroseksuele stadsbewoners (respectievelijk 7,3 en 8,1). Opvallend is dat bijna eenderde van de Amsterdammers vindt dat de stad minder tolerant is dan vijf jaar geleden. Van alle groepen in de stad voelen moslims (7,1) zich het minst vrij. Zij vinden vooral dat het schort aan tolerantie en dat er te veel overheidsmaatregelen zijn.

De gemeenteraad bespreekt het onderzoek (met ruim 1200 respondenten) 20 februari, op verzoek van D66.