‘De mening van de luisteraar telt’

Pianist Alexander Melnikov programmeert als artist in residence van het Muziekgebouw onconventioneel.

Alexander Melnikov: „In het Muziekgebouw kan ik doen wat spannend is.”
Alexander Melnikov: „In het Muziekgebouw kan ik doen wat spannend is.” Foto Marco Borggreve

Z’n eclatante, wereldwijde succes staat in geen verhouding tot z’n bescheidenheid. Terwijl kenners hem „een van de spannendste pianisten van zijn generatie” noemen, laat Alexander Melnikov (1973) zich niet graag over z’n artistieke opvattingen uit. Melnikov: „Wat ik zelf vind doet eigenlijk niet ter zake. Als musicus heb je een publiek beroep, dus het is de mening van de luisteraars die telt.”

Naast z’n vlekkeloze, stralende pianistiek, wordt Melnikov vooral om z’n veelzijdigheid geroemd. Als ‘artist in residence’ van het Muziekgebouw aan ’t IJ presenteert hij dit jaar op zes concerten een scala aan concertvormen en muzikale stijlen: naast een mainstream solo-recital is er aandacht voor de fortepiano, voor kamer- en orkestmuziek en voor hedendaags repertoire. „In het Muziekgebouw kan ik alles doen wat ik spannend vind”, zegt Melnikov. „Ze hebben daar een zeldzame interesse voor onconventionele programma’s. Neem mijn kamermuziekfestival zondag, met drie concerten op één dag. Daar klinkt virtuoze kamermuziek van Franz Schubert, die botst met het beeld van Schubert als romantische mijmeraar. Ook is er veel Hindemith, die ten onrechte als een saaie dogmaticus bekend staat. Met Teunis van der Zwart speel ik onder meer zijn Trombone-sonate (1941). Zo’n stuk hoor je echt maar zelden.”

Toch ziet Melnikov diversiteit niet als ideaal op zichzelf. Melnikov: „Ik heb altijd geworsteld met mijn muzikale identiteit. Flexibiliteit is mijn kracht, maar ook mijn zwakte. Ik zou zonder twijfel beter spelen als ik me ergens in had gespecialiseerd. Maar ik heb nooit de behoefte gehad om overbekend repertoire twintig keer achter elkaar te spelen. Ik heb honger naar al die verschillende soorten muziek.”

Van grote invloed was Melnikovs kennismaking met Svjatoslav Richter in 1993. „Op mijn twintigste werd ik ineens bij hem thuis uitgenodigd. Dat maakte een verpletterende indruk. Richter was een enorme persoonlijkheid. Het was al overweldigend om tegenover hem te zitten, of de blaadjes bij hem om te slaan. In het begin probeerde ik hem wel eens na te doen, maar later heb ik een eigen weg gevonden.” Die weg ging onder andere via de oude muziek. Met Alexej Lubimov en Andreas Staier, beiden grootheden op oud instrumentarium, bouwde hij een hechte muzikale vriendschap op. „Ik was meteen aangestoken door hun geweldige historische interesse”, zegt Melnikov. „Zij hebben mij geleerd wat klank en instrumentarium aan een uitvoering kunnen toevoegen. Inmiddels speel ik Mozart het liefst op een instrument uit z’n eigen tijd.”

Ondanks zijn veelzijdigheid, brandt Melnikov zich liever niet aan compositie en improvisatie. „Voor componeren moet je een zelfvertrouwen hebben dat voor mij onbereikbaar is. Dat moet je eigenlijk alleen doen als je het echt niet kunt laten. Een enkele keer schrijf ik wel eens een cadens voor een Mozart concert, maar die laat ik dan nakijken door mijn zusje, die compositieleraar is. Tegen de echte talenten op dit gebied, zoals Robert Levin of Andreas Staier, kan ik heus niet op.”