Conclusie te koop! Nu voor maar 270.000 euro

Volgens een door de PVV betaald onderzoek door bureau Capital Economics zou Nederland kunnen profiteren van een vertrek uit de Europese Unie. In het minst optimistische scenario zou het Nederlands Bruto Binnenlands Product (bbp) met 0,36 procentpunt per jaar extra kunnen groeien. In het optimistische scenario zou dat kunnen oplopen tot 0,5 procentpunt, zo concludeert het Britse Capital Economics.

PVV-leider Geert Wilders was tevreden over de resultaten van het gisteren gepresenteerde onderzoek. De uitkomst zal hem niet hebben verrast. Eind vorig jaar berichtte deze krant dat het bureau voor aanvang van het onderzoek in een email aan Wilders al aangaf „vrijwel overtuigd” te zijn dat de studie „zal laten zien dat uittreding [uit de EU] voordelig voor Nederland zal zijn”. Wilders en het bureau kwamen overeen de studie voor 270.000 euro uit te voeren.

In de uitgewerkte onderzoeksopzet die Wilders van de Britten ontving stond ook dat een Nederlandse uittreding niet zonder risico’s is. De onderzoekers schreven dat hoge kosten bij de terugkeer naar de gulden en maatregelen om het kapitaalverkeer te beheersen „kunnen leiden tot een kredietcrisis, wat betekent dat de overheid de private sector zou moeten ondersteunen”.

Deze zorgen zijn in het definitieve rapport van Capital Economics omfloerster verwoord. Het rapport benoemt risico’s van uittreding, maar relativeert ze ook direct. De onderzoekers schrijven dat het „simpelweg onmogelijk is om te voorspellen wat de reactie van markten zou zijn.” Dat het best mogelijk is dat ratingbureaus de kredietwaardigheid van Nederland naar beneden bijstellen. Dat de nationale bankensector instabiel kan worden. Maar van al deze risico’s betogen of stellen de onderzoekers dat ze tijdelijk en beheersbaar zijn.

Betwistbare aannames

De conclusie dat vertrek uit de EU Nederland geld oplevert, is gebaseerd op een aantal betwiste aannames. Zo gaat het bureau er in het optimistische scenario van uit dat Nederland in uittredingsonderhandelingen met de EU dezelfde status als Zwitserland zou kunnen verkrijgen, dat grotendeels toegang tot de interne markt van de EU heeft. De vraag is of Nederland door de overgebleven EU-landen erg welwillend tegemoet zou worden getreden.

Een andere te betwisten aanname is dat EU-regulering 4 procent van het bbp kost, en dat deze reguleringskosten zouden wegvallen bij uittreding. Overigens zou Nederland in het ‘Zwitserlandscenario’ de regels voor productstandaarden en vrije concurrentie moeten aanhouden.

Volgens het onderzoeksbureau zouden de handelsstromen tussen Nederland en andere EU-landen niet noemenswaardig lijden onder het uittreden. De onderzoekers stellen: Duitsland heeft evenveel belang bij het goedhouden van handelsconnecties met Nederland als Nederland zelf. Daarnaast betogen de onderzoekers dat Nederland ook als niet EU-land even aantrekkelijk zal blijven voor internationale handelspartners als nu het geval is. Maar daarvoor nemen ze wel aan dat Nederland toegang tot de interne markt houdt.

De onderzoekers schrijven net als veel economen dat het bezuinigingsbeleid van de EU de economische groei drukt. Als gevolg daarvan nemen zij aan dat Nederland dat bezuinigingsbeleid zou loslaten als het zelf zijn financiële, fiscale en monetaire beleid zou kunnen bepalen. Overigens ontkennen alle Nederlandse partijen dat zij vanwege Brusselse regels bezuinigen.

Zwaaien met ‘feiten’

De onderzoekers gaan er ook vanuit dat een veel strenger immigratiebeleid meer dan 7 miljard euro per jaar kan opleveren – zij baseren zich een kritisch ontvangen rapport van onderzoeksinstituut Nyfer. Het is overigens gezien de politieke verhoudingen en internationale verdragen niet goed voor te stellen dat zo’n beleid realiteit wordt.

Een mogelijk risico waar het rapport niets over zegt, is wat de politieke, maatschappelijke en economische effecten binnen en buiten Europa zouden kunnen zijn van een Nederlandse uittreding uit de EU. De aanname is blijkbaar dat de Nederlandse stap tot nauwelijks of geen reacties zou leiden. Toch bleken eerdere berichten van een potentieel instabiele unie tot zeer grote reacties op financiële markten te leiden.

Deze beperkende factoren in het onderzoek zullen Wilders er niet van weerhouden er uitgebreid gebruik van de maken in de aanloop naar de Europese Verkiezingen in mei. Hij kan uitgebreid met deze hem welgevallige ‘feiten’ zwaaien, en daarmee de verkiezingen maken tot een referendum over de populariteit van de EU. Voor zijn tegenstanders is er geen makkelijke uitweg. Hem negeren geeft Wilders de gelegenheid zijn tegenstanders politieke blindheid te verwijten. Pogingen de conclusies van het rapport te weerspreken zullen Wilders ook helpen, omdat daarmee de aandacht voor het rapport enkel toeneemt.