Brits referendum ‘kan Europa in crisis storten’

Nog nooit stapte een land uit de Europese Unie, maar het Verenigd Koninkrijk dreigt ermee. Het zou de machtsverhoudingen in Europa drastisch veranderen.

Hij komt in beeld: de volgende existentiële crisis van Europa. Ditmaal niet veroorzaakt door een rammelende Europese munt, maar door een Britse regeringspartij die dreigt met uittreding als Brussel geen bevoegdheden teruggeeft.

„Hervorm of we verlaten de EU”, zei de Britse minister George Osborne (Financiën) onlangs. Hij verwoordde daarmee precies de toon van het nog altijd hevige debat in het Verenigd Koninkrijk over het Britse lidmaatschap. Dit wordt breder, en al veel langer, gevoerd dan de door Geert Wilders in Nederland gestarte ‘Nexit’-discussie.

Met bloed, zweet en tranen slaagden Europese politici er tijdens de eurocrisis nog net in de Unie bijeen te houden. Maar door een ‘Brixit’ (Britse uittreding) kan zij alsnog scheuren.

Luuk van Middelaar, speechschrijver van ‘Europees president’ Herman van Rompuy, noemde de Britse kwestie dinsdag tijdens een lezing in Brussel „mogelijk de volgende grote crisis”. „Voor de opvolger van Van Rompuy wordt dit de moeilijkste klus’’, zei de Nederlandse historicus en politiek filosoof. „Dit kan de crisis van 2017 of 2018 worden.”

Althans: als het EU-referendum dat de Britse premier David Cameron onder druk van eurosceptici in 2017 wil houden, inderdaad leidt tot Britse uittreding. Dit is volgens Britse opiniepeilingen heel wel mogelijk.

„De psychologische klap zou enorm zijn”, zegt Mats Persson, directeur van denktank Open Europe. De EU zou 12,5 procent van haar bevolking verliezen en 14,8 procent van de omvang van haar economie. En een van de grootste nettobetalers zou er opeens niet meer zijn, met grote gevolgen door de Europese begroting. Bovendien zou de ‘Brixit’ een precent scheppen: als de Britten opstappen, kunnen anderen dat ook.

Nog nooit heeft een land de EU verlaten. Sinds het in werking treden van het Lissabon-verdrag (2009) is uittreding juridisch mogelijk. Maar tijdens de eurocrisis was Europese regeringsleiders er alles aan gelegen – vaak tegen de publieke opinie in – om Griekenland binnenboord te houden.

Cameron denkt de Britten ervan te kunnen overtuigen vóór voortzetting van het EU-lidmaatschap te stemmen, als hij maar voldoende concessies loskrijgt van zijn collega-regeringsleiders. Hij wil macht naar Londen terughalen en daartoe de Europese verdragen wijzigen. Maar de irritatie over de Britten is groot. In Brussel zijn ze al met de rug naar de EU gaan staan en op tal van dossiers werken ze tegen. Aan de ergernis draagt bij dat Cameron onduidelijk is over wat hij wil. Welke punten in het verdrag wil hij precies aanpassen? Het blijft vaag.

Vorige week maakte de Franse president François Hollande duidelijk dat hij er niet over piekert om ‘alleen voor de Britten’ de verdragen open te breken. De Duitsers voelen meer voor verdragswijziging, maar om heel andere redenen: zij willen er de economische integratie in de eurozone mee bevorderen.

In Europese hoofdsteden wordt er tijdens etentjes en achter gesloten deuren steeds meer gefilosofeerd over de Britse exit. Officieel is het een ‘binnenlandse, Britse aangelegenheid’. Daar schuilt deels strategie achter: wie nu al erkent dat de EU niet zonder de Britten kan, verzwakt zijn onderhandelingspositie. Maar de bezorgdheid groeit. Want er staat meer dan de eenheid van Europa alleen op het spel.

Open Europe onderzocht hoe een Brixit de stemverhoudingen in Europa verandert. „De meeste kwesties”, zegt Persson, „worden nu bepaald met gekwalificeerde meerderheid: de noordelijke landen hebben een blokkerende meerderheid, de mediterrane landen ook. Zonder de Britten neemt de noordelijke invloed af.”

„Het zou heel problematisch zijn, zeker voor kleinere lidstaten en zelfs voor Duitsland dat een sterke partner in Noord-Europa nodig heeft”, stelt ook Peter Mandelson, de Britse voormalig EU-commissaris, in een e-mail. Dat geldt zeker ook voor Nederland dat meer dan andere landen sterk Angelsaksisch is georiënteerd. Nederland deed er in de jaren zestig alles aan om de Britten erbij te krijgen, wat in 1973 ook lukte.

Van Middelaar denkt dat vooral het buitenlandse beleid van de EU, nu al geen eenvoudige zaak, een stuk zwakker zou worden zonder de Britten, die diplomatiek en militair veel gewicht in de schaal leggen. Volgens de Britse europarlementariër Andrew Duff zou de EU „zonder de eindeloze Britse uitvluchten” in veel opzichten sterker zijn. „Maar ze zou wat van haar liberale geest en internationale blik verliezen.”

Het verwijt in Brussel is overigens juist dat de Britten die internationale blik zijn verloren: Cameron ageert al maanden tegen het vrije verkeer van personen en de komst van Oost-Europese arbeidsmigranten.

Politicoloog Tim Oliver denkt dat de EU hoe dan ook niet van de Britten af zijn, ook niet na een uittreding. „Zij zullen uit eigenbelang blijven lobbyen in Brussel. Ze hebben de ervaring en de contacten, op regeringsniveau maar ook bij bedrijven, en zullen landen tegen elkaar uitspelen. De vraag is of de EU dan met één stem kan blijven praten. Dat lukt nu al vaak niet.”

Persson van Open Europe verwacht niet dat de EU „harmonieuzer” wordt zonder de Britten. Lastige regeringsleiders heb je altijd, zegt hij. „Als David Cameron niet bestond, zou hij worden uitgevonden.”