Alleen Kramer kan na 5.000 de verliezer zijn

Sven Kramer start morgen met zijn lievelingsafstand, de 5.000 meter. Zijn tegenstanders moeten het hebben van een strohalm. Goud is logisch, zilver een nederlaag.

Eigenlijk kan er maar één schaatser winnen, morgen op de vijf kilometer, de eerste schaatsafstand in de Adler Arena. Sven Kramer weet het zelf en loopt er niet voor weg. „Goud, de rest is teleurstellend.” Maar er is ook slechts één schaatser die de vijf kilometer kan verliezen, stelde de Russische bondscoach Kosta Poltavets gisteren met pretoogjes in de mixedzone onder de prachtige ijsbaan. „Kramer moet winnen, de andere kanshebbers hebben niets te verliezen. Dat geeft een ander soort spanning.”

Kramer (27) bouwde op zijn lievelingsafstand aan een ongeëvenaard oeuvre. Schitterende wereldrecordraces, zoals de 6.08,78 waarmee hij in 2005 ploeggenoot Carl Verheijen vanuit geslagen positie toch nog de baas bleef. Twee jaar later gleed hij achteloos naar 6.07,48. En toen de Italiaan Enrico Fabris hem dat record in de herfst van 2007 ontfutselde, sloeg een boze Kramer nog geen week later genadeloos terug: 6.03,32, nog altijd de snelste tijd ooit. Zelf slaat de meester zijn races onder de 6.10 op zeeniveau in Berlijn (2006) en Hamar (2009) overigens hoger aan. Aan de reeks zeges en titels komt geen eind: vijf keer goud bij de WK afstanden, olympisch zilver (2006) en goud (2010).

Met meer zekerheden kan Kramer niet starten als hij morgen begint aan zijn race tegen de Amerikaan Jonathan Kuck, in de tiende rit. Vóór concurrenten als Jorrit Bergsma (rit 11), Jan Blokhuijsen (rit 12) of Lee Seung-hoon (rit 13). Zij kunnen zich op de tijd van Kramer richten. Maar dan nog.

Zijn tegenstanders moeten het vooraf hebben van hooguit een strohalm. „Seung-hoon speelde met Kramer”, bluft Kevin Crockett, de Canadese coach van de Zuid-Koreaan Lee Seung-hoon, die vier jaar geleden in Vancouver achter Kramer zilver won op de vijf kilometer. De Koreanen houden zich vast aan een trainingsrace over drie kilometer, vorige week in Thialf. In een rechtstreeks duel bleef Lee toen verrassend dicht bij Kramer. Crockett: „Hij liet Sven weglopen en kwam steeds terug. Dat geeft vertrouwen. Lee is vrij in zijn hoofd, weet dat je een Olympisch record moet rijden voor goud. Hij kent geen grenzen.”

Een tijd tussen 6.10 en 6.15 is morgen genoeg voor goud of het podium, verwacht Poltavets. Zijn kopmannen Ivan Skobrev (rit 8) en Denis Joeskov (rit 7) weten wat ze moeten doen. „De Spelen zijn anders dan alle andere wedstrijden, dat voelt Sven ook. Wie op die ene dag alles uit zijn lichaam weet te halen, wint.” Het nadeel dat zijn schaatsers eerder moeten starten, buigt de Poltavets om in een voordeel. „Als je een snelle tijd neerzet, dwing je de rest hun computer te resetten.”

De Noor Sverre Lunde Pedersen houdt zich vast aan een gewonnen trainingswedstrijd tegen Jan Blokhuijsen. De kopman van Corendon vertrok vorig jaar bij TVM omdat hij zich niet wilde neerleggen bij een tweede plaats achter Kramer. „Ik ben in topvorm”, zegt Blokhuijsen, de enige die Kramer al eens onder druk wist te zetten met een snelle start. Jorrit Bergsma, de derde Nederlander, won in 2011 een vijf van Kramer en reed bij het olympisch kwalificatietoernooi hard bij hem weg op de tien kilometer, tot hij alsnog werd ingehaald. Maar winnen morgen?

„Sven moet alles uit zijn lijf halen”, zei coach Gerard Kemkers vanmorgen na de laatste training. Dat moet genoeg zijn voor goud.