Stage is een les voor het leven

Sinds 2011 doorlopen alle leerlingen in het voortgezet onderwijs een zogeheten maatschappelijke stage. Dat zijn grote woorden voor dertig uur vrijwilligerswerk, te verrichten als onderdeel van, en te verdelen over, alle jaren van de schoolloopbaan. De scholier die al vrijwilligerswerk doet, is snel klaar, want dat telt mee. Voor de anderen kan de school bemiddelen voor klussen die kunnen variëren van hulp bij het fietsexamen op de basisschool tot het meedraaien in de organisatie van een goed doel. Het werk moet onbetaald zijn. Het bijbaantje aan de kassa van de supermarkt telt niet.

Toen de verplichte stage, op instigatie van het CDA, werd ingevoerd hadden veel scholen hun bedenkingen. Maar hun reserves verdwenen snel. Inmiddels zetten scholen niet zelden een langduriger maatschappelijke stage op het onderwijsprogramma, want die blijkt een succes. Dit is nu eens een ‘vak’ waar scholieren warm voor lopen. Er worden soms onvermoede kwaliteiten aangesproken. Maar ook: op tijd zijn, meedraaien in een team, weten dat iemand op je rekent, gewaardeerd worden om wat je presteert – bijna spelenderwijs zien pubers de realiteit van het volwassen leven onder ogen.

Was de opzet van het CDA om jonge mensen klaar te stomen voor vrijwilligerswerk, het effect van de stage reikt verder. De stage draagt bij aan de geestelijke ontwikkeling. Via het verplichte (!) vrijwilligerswerk snuffelen de scholieren aan hun toekomstige plaats in de maatschappij.

Zo makkelijk als de stage werd ingevoerd, zo makkelijk wordt zij nu weggedaan. Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) wil de maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs vanaf het schooljaar 2015-2016 niet langer verplicht stellen en subsidiëren. Dat levert 75 miljoen op. In weerwil van het enthousiasme van de scholen steunt een meerderheid van de Kamer hem. Er is nog een kleine kans voor de stage, omdat zij is gekoppeld aan een herindeling van de klassieke talen en het schrappen van het metavak algemene natuurwetenschappen voor de bovenbouw van het vwo. En met dat laatste hebben veel partijen problemen.

Ondanks wegvallen van verplichting en subsidie hebben nogal wat scholen besloten om de stage op het programma te houden, betaald uit andere middelen. Het zou een reden kunnen zijn voor ouders om hun kind in te schrijven voor een school.

We leren niet voor de school maar voor het leven, zei Seneca. En we leren ook ván het leven, ervaren scholieren die de maatschappelijke stage op hun lesprogramma aantreffen.