Skiën is voor Iraniërs feesten met heupflesjes

Het is al veel te laat als Asal eindelijk met haar skispullen naar beneden komt. Een snowboard onder haar arm, het haar golvend van onder haar muts en de lippen gestift: de 28-jarige verkoopster is klaar voor het gebruikelijke seizoensuitje voor degenen die het kunnen betalen: een dagje skiën in de bergen boven Teheran.

Met de SUV, zoals het hoort in de Iraanse ski-scene, rijden we lachend langs de mensen die met boze gezichten in de file naar hun werk staan. Uit de speakers dreunt housemuziek afgewisseld met Iraanse liefdesliedjes. Asal en haar vriendin zijn permanent aan de telefoon om hun locatie af te stemmen met hun andere vrienden die deze woensdag op weg zijn naar het skidorp Dizin.

Veel mensen denken bij Iran ten onrechte aan kamelen, woestijnen en slangenbezweerders als ze zich een voortstelling over het land proberen te maken. Het land is juist heel divers. In het zuiden is het warm en lonkt het blauwe water van de Perzische Golf, in het noorden aan de Kaspische Zee is het net zo groen en nat als in Nederland. Tussen beide klimaatsgebieden ligt het meer dan 4.000 meter hoge Alborz-gebergte en daar is het goed skiën in vaak diepe poedersneeuw.

Maar Iran is ook een land waar niemand echt vrij is, en waar kledingvoorschriften, een verbod op alcohol en dansen het leven een heel andere invulling geven dan elders ter wereld. De regels zijn echter de regels niet, en hoewel iedereen ze op duizend manieren kan ontwijken, is het voor sommigen wel heel makkelijk: die rijden namelijk gewoon naar de piste.

Aangekomen in het lager gelegen skidorp Shemshak verzamelt zich een konvooi auto’s van waaruit luidsprekers schel tegen de bergflanken klinken. ‘Salam Behzad’, kirt Asal als ze een vriend tegenkomt die met slaperige ogen uit zijn appartementencomplex komt lopen. In Shemshak – met de geuzennaam Shibiza, naar het Spaanse feesteiland – wordt het hele seizoen hard gefeest. Achter gesloten deuren, dat wel.

Er is verse sneeuw gevallen, de zon schijnt en Yasaman die bij mij in de auto is komen zitten terwijl we verder de berg op rijden, schuift het dakraam open. Op de klanken van het nummer Can’t Hold Us van de Amerikaanse zanger Macklemore hangt ze dansend uit het raam, net als andere meisjes in andere auto’s. ‘Woohoo!”, roept ze. ‘Woohoo!”, roept iedereen terug.

Bovenop de berg stuift de wind, iedereen is in de weer met ski- en snowboardschoenen en koopt een kaartje voor 570.000 rials – 14 euro, niet goedkoop voor de gemiddelde Iraniër die 170 euro per maand verdient. „Het is duur”, vindt Asal, „maar het is het waard. Hier kunnen we wat vrijer zijn.”

De skiliften stammen nog uit de tijd van de sjah, die verdreven werd in 1979. De rijen zijn vaak een half uur lang. Maar dat maakt niet uit want het skiën in Iran is vooral een sociale bezigheid waarbij je oude vrienden tegenkomt en op de wangen kust door de hekken die de rijen scheiden.

De vrijheid op de pistes is een getolereerde. Op ieder moment kan alles worden teruggedraaid. In Shemshak valt ieder jaar de moraalpolitie wel een paar feestjes binnen, gewoon om de schrik erin te houden. Een paar jaar geleden bonden sommigen agenten ook ski’s onder, om ook de verdorven pistes zedelijk te kunnen maken. Maar dat had weinig zin, de losgeslagen jongeren konden een stuk sneller skiën dan de agenten.

Heupflesjes met drank gaan vluchtig van mond tot mond. Asal heeft een geweldige dag, zegt ze.

‘Woohoo!’