Negen vragen over De beldata die Nederland dus zelf verzamelde

Hoe kwam de zaak aan het rollen?

Door de publicatie van de documenten van Edward Snowden is gebleken dat de Amerikaanse geheime dienst NSA overal ter wereld telefoon- en internetverkeer onderschept. Zo bleek in juni van het afgelopen jaar dat de NSA met behulp van het geheime PRISM-programma toegang had tot e-mails en chatberichten van miljarden wereldburgers. De vraag is of er harde aanwijzingen zijn dat de NSA ook de vertrouwelijke communicatie van Nederlandse burgers afvangt.

Wat weten we over Nederland?

Op 5 augustus van het afgelopen jaar publiceerde het Duitse weekblad Der Spiegel een groot aantal Snowden-documenten. De stukken hadden betrekking op een ‘management tool’ van de NSA met de tot de verbeelding sprekende naam Boundless Informant. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 zijn de capaciteiten van de NSA zó sterk gegroeid dat leidinggevenden nauwelijks nog weten welke informatie waar wordt onderschept. Met het computerprogramma Boundless Informant hebben de NSA-managers een snel overzicht. Zo kunnen ze met een druk op de knop zien hoeveel data de NSA verzamelt „tegen” een bepaald land.

Het verhaal in Der Spiegel concentreerde zich op Duitsland, maar het weekblad publiceerde ook een grafiek met de kop ‘Netherlands – last 30 days’. Uit de grafiek bleek dat de NSA in december 2012 in totaal 1,8 miljoen sets metadata van telefoonverkeer in relatie tot Nederland had verzameld.

Metadata? Wat zijn dat ook weer?

Bij telefoon- en internetverkeer kun je niet alleen de inhoud opvangen, maar ook de verkeersgegevens: wie communiceert met wie, hoe laat de boodschap is verstuurd, en welke mobiele telefoon daarvoor is gebruikt. De NSA probeert zoveel mogelijk metadata te verzamelen en legt daarvoor gigantische databases aan.

Wat zei Nederland tot nu toe over deze kwestie?

In antwoord op Der Spiegel – en op berichten over data in andere Europese landen – nam het kabinet een ferm standpunt in, waarin nadrukkelijk de mogelijkheid werd opengelaten dat de NSA op grote schaal Nederlandse burgers bespioneerde. Voor de camera’s opperde de minister van Binnenlandse Zaken dat het zou gaan om telefoontjes van Nederland naar de VS. „Als wij nu naar die 1,8 miljoen kijken”, zei minister Plasterk op 30 oktober in Nieuwsuur, „past dat heel goed op het aantal telefoontjes dat van Nederland naar de Verenigde Staten gaat per dag.”

Wat zeiden de Amerikanen?

Tijdens een hoorzitting van het Amerikaanse Congres nam de NSA-directeur nadrukkelijk afstand van de berichtgeving in de Europese media. „Dit is geen informatie die wij over Europese burgers verzameld hebben”, zei directeur Keith Alexander. „Het gaat om informatie die wij en onze Navo-bondgenoten hebben vergaard voor de bescherming van ons land en ter ondersteuning van militaire operaties.”

Hoe reageerden de bondgenoten?

Grote NAVO-landen als Duitsland en Frankrijk hebben zich tot nu toe niet uitgelaten over Boundless Informant. Maar Noorwegen en Denemarken onderschreven het standpunt van Alexander, en lieten weten dat ze zelf informatie hadden verzameld bij buitenlandse operaties.

Wat zegt Nederland nu?

Met de brief van gisteren schaart het kabinet zich achter het standpunt van de NSA. Volgens het kabinet heeft „aanvullende informatie” en „nader onderzoek” geleid tot de conclusie dat de 1,8 miljoen metadata records zijn verzameld door de Nederlandse diensten AIVD en MIVD „ in het kader van terrorismebestrijding en militaire operaties in het buitenland.” De data zijn vervolgens met de VS gedeeld, adus het kabinet.

Hoe verzamelt Nederland die informatie dan?

Net als de NSA verzamelen de Nederlandse diensten SIGINT (‘Signal Intelligence’). De NSO (‘Nationale Sigint Organisatie’) – een samenwerkingverband tussen de AIVD en de MIVD – onderschept radioverkeer en satellietcommunicatie, zoals op het grondstation in het Friese Burum. Nederlandse inlichtingenmensen onderscheppen ook informatie ter plaatse, tijdens missies in Afghanistan, Mali, of voor de kust van Somalië.

Zijn er nu Nederlanders afgeluisterd?

Dat is moeilijk te zeggen. De NSO in Burum kan niet alles opvangen en richt zich daarom op satellietverkeer dat interessant is voor de Nederlandse ‘inlichtingenbehoefte’. Daarbij gaat het meestal om de bescherming van Nederlandse militairen in het buitenland. Maar in principe kan ook telecommunicatie naar en binnen Nederland worden afgevangen. De Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) uit 2002 geeft de AIVD en de MIVD de bevoegdheid om ‘ongericht’ informatie te verzamelen, als die via de ether (mobiele telefoon) wordt verstuurd – ook die van Nederlanders.