Huiselijke kunst bij de familie Bolink

De crisis brengt meer dan neergang: ze brengt ook kansen om van het gebaande pad af te wijken. Neem het voorbeeld van de vioolbouwende ouders van kunstenaar Merijn Bolink. Zij wonen in een monumentale Pippi Langkous-achtige villa in Hilversum. De helft van het huis wordt doorgaans verhuurd aan expats. Maar niet nu. Wat te doen? Bij de pakken neerzitten, een leeg huis van de straat af gezien bewoonbaar laten lijken? Of de kunst er haar gang laten gaan?

De familie Bolink koos voor het laatste. Zij vroeg galeriehoudster Marjoca de Greef, van de nog relatief jonge galerie Ton de Boer in Amsterdam, een tentoonstelling te maken. Het resultaat is verrassend en sprankelend, met kunst die verstopt zit in de raarste hoeken: in kasten, de kelder, onder de trap, op de overloop.

Er zijn ruimtes waar één kunstenaar de vrije hand heeft gekregen, en er zijn gemengde opstellingen. Van die laatste is die in de voorkamer de meest geslaagde. Hier heeft beeldhouwer en tekenaar Caro Bensca (1964) een ‘cosmic teacorner’ ingericht die bestaat uit een expres bobbelende, monumentale muurtekening en een hoekbeeld van gips, weegschalen en theezakjes. Bensca’s robuuste werk contrasteert mooi met de fragiele bewerkte print Odoodem (Indiaans voor totempaal) van Richtje Reinsma (1979). Zij slaagt er met simpele lijnen, pastelkleuren en een toefje lak in om haar blad een intrigerend stuwend ritme te geven.

Via beelden van Paul de Reus, Tim Breukers, verrassend nieuw werk van Merijn Bolink zelf (een Dubbele Helix in de gangkast, prachtige gefiguurzaagde constructies aan de muur) en nog veel meer, dwaal je naar de eerste verdieping, waar tekenaar Rozemarijn Westerink grandioos een kamer voor zichzelf opeist. Westerink (1982), winnaar van de Buning Brongersprijs voor jonge beeldend kunstenaars in 2006, roept in And Yet (2014) een even onheilspellende als sprookjesachtige wereld op.

And Yet bestaat uit tientallen tekeningen – groot en klein, in strenge slagorde over en naast elkaar geplakt. Zwart past Westerink even goed als gifkleuren die regelrecht uit de stoofpot van een heks lijken te komen. Het visuele vocabulaire van de tattooshop combineert ze met oer-knusse Hollandse huiselijkheid. Westerink ontdoet alles wat meisjesachtig is van zijn lievigheid. Mensen veranderen onder haar handen in maskers, dieren worden reuzen en de oh zo zoete pleziertjes van het leven bestaan om je ogen bij uit je hoofd te huilen.