Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

De stem van een overlever

De Amerikaanse soulzangeres Sharon Jones hoorde juni vorig jaar dat ze kanker had. Nu ze genezen is, gaat ze – kaal nog – alweer op tournee. „Ik herstel onderweg wel.”

Zie de soulzangeres zitten voor de webcam van Skype. Broos, met haar nog maar net van chemokuren herstellende lijf, maar strijdbaar. Al zijn de besognes van Sharon Jones nu even van een andere orde. Zal ze een hoed dragen bij haar comeback op de Amerikaanse televisie in de talkshows van Jimmy Fallon en Ellen DeGeneres? Of gaat ze kaal optreden? Van een pruik moet ze niets hebben, gnuift ze, met een afwerend armgebaar „Dát is Sharon niet.” En stel je voor, schatert ze dan, hoe ze die zou verliezen, al dansend.

Het is nog vroeg in New York als de verbinding wordt gemaakt. Sharon Jones zit in haar hotelkamer. Een restaurant uit de buurt komt eten langs brengen en even ontstaat wat verwarring over de betaling. De zangeres heeft alleen haar creditcard voor de teleurgestelde bezorger. „Ik ga niet graag naar buiten nu het vriest”, legt ze later uit. „Dat is niet goed voor me.”

Redelijk opgewekt is ze. De ochtenden vallen haar goed, dan heeft ze energie. De diagnose viel in juni voor de 57-jarige Amerikaanse soulzangeres als het mes van een guillotine: kanker rond galblaas en lever met uitzaaiingen in de hele buik. En laat ze er geen doekjes om winden; wat zij heeft doorstaan was een regelrechte nachtmerrie en ze dacht dat ze doodging.

Gedetailleerd doet ze haar verhaal. Over de infusen. De stoet artsen rond haar bed. De operaties waarbij ze alles wegnamen, inclusief haar galblaas en een deel van haar lever. De chemokuren die vervolgens over haar heen „pletterden”. Hoe de bijwerkingen haar nog zieker lieten voelen, met uitgevallen haar en zwart uitgeslagen handen en voeten. Nu ja, ga zo maar door.

Ze herstelde op een boerderij waar ze alleen organisch eten at en leefde op sappen en groentes. Haar laatste chemokuur was met Oudjaar. En het beste nieuws maakte ze 24 januari na een bodyscan wereldkundig op Twitter: „Ik ben kankervrij!!!! Dit is een moeilijke reis geweest, maar ik heb het gered.”

Dons

Ze aait over haar schedel. Kijk, dons. Het haar begint weer een beetje te groeien. Jones, als jongste van zes kinderen geboren in Atlanta, Georgia, ziet weer een toekomst. En die klopt onherroepelijk aan de deur: een gevulde touragenda en een promotiestroom van haar muziek. In augustus had Give The People What They Want zullen uitkomen, haar zesde album bij Daptone Records. Maar het is toch onvoorstelbaar, dat ze zo vlug – na een half jaar van chemokuren – weer op tournee gaat? „Ik herstel onderweg wel”, grijnst ze. „Had je me dit maanden terug gevraagd, zou ik je voor gek hebben verklaard. Zoals ik mijn team ook met grote ogen aankeek toen ze me vroegen om een videoclip te maken. Of vroegen of ik naar Europa wilde vliegen voor interviews. Dat heb ik allemaal geweigerd, daar was ik niet sterk genoeg voor.”

Wel heeft ze vaak telefonisch de media te woord gestaan. Want, zegt ze eerlijk, er was ook een zakelijk belang waar ze aan had te denken. Toen haar ziekte werd geconstateerd, werden de nieuwe release en de bijbehorende concerten onmiddellijk afgeblazen. The Dap-Kings, de achtkoppige soul- en funkhuisband van Daptone Records, het label dat ook de andere oudere soulvocalisten Charles Bradley en Lee Fields terug in het zadel hielp, kon een streep halen door de inkomsten.

Haar manager, zegt ze, heeft er zijn handen vol aan gehad. „Ze hebben families en verzekeringen. Daar voel ik me verantwoordelijk voor, snap je? Je weet hoe het gaat in de muziekindustrie, je kán niet zomaar ineens verdwijnen. Ik moest hierover vertellen, was mijn overtuiging. En bovendien, ik had niets te verbergen. Ik heb dus laten weten wat ik doormaak. En kan ik er wat aan doen hoe ik er nu uitzie?”

Toen eenmaal bekend werd wanneer ze haar laatste kuur kreeg, werd weer vooruitgekeken. „De dokter is akkoord, zolang ik niet overdrijf. Ik moet mijn kracht terugkrijgen en de chemo moet mijn lijf uit.”

Vanavond heeft ze in het Beacon Theater in New York de eerste show van een lange tournee die eerst door heel Amerika trekt, daarna oversteekt naar Frankrijk en Duitsland, en 14 mei in Paradiso zal landen. Hoe ze het allemaal op het podium zal aanpakken kan ze op het moment van dit gesprek nog niet overzien. Jones is normaliter een behoorlijke wervelwind in haar shows, met een groot gevoel voor theater. Gedragen door de pakkende vintagesound van de funky blazers in haar band gaat ze vaak pittig door het lint met haar soulknallers.

Zo kreeg James Browns It’s A Man’s Man’s Man’s World eens een geheel andere betekenis toen zij het onderhanden nam: vrouwen hadden er een nieuw feministisch lijflied bij. Of neem het ‘heritage’-deel dat ze regelmatig in haar concert opvoert: dan roept ze haar voorouders aan, vertelt over hun slavernijverleden en danst ze onstuimig met de armen gespreid voor hun vrijheid. „Tja, of ik nu de energie heb om te dansen, of de hele show op een kruk zit?” vraagt Jones zich af. „Ik kijk wel wat er op me afkomt, en hoe ik me voel. Dat doe ik eigenlijk altijd. Dat hoort sowieso bij soulmuziek; het komt eruit zoals je je voelt.”

Dampend album

Het voor haar ziekte opgenomen Give the People What They Want is een behoorlijk dampend en woelig album, met een jarenzestigsound waarin puntige blazers en stevige grooves leiden. Het is wederom opjuttende soulmuziek zonder additieven – niets is gemanipuleerd, het heeft een live-sound die meteen stáát.

Opvallend is de balans op het album. De arrangementen zijn levendig, en het merendeel van de door haar bassist Bosco Mann geschreven en geproduceerde liedjes tonen klasse en muzikale diepte, al is van vernieuwing geen sprake. Binnenkomer is zeker Retreat!, een aanvankelijk licht en vrolijk nummer waarin ze afrekent met wie haar maar in de weg zit. Achteraf is dit haar strijdlied geworden, met de kreet Retreat! als brul van overlevingsdrang – „Het verhaal van een gevecht dat geleverd wordt, van opbouw en gezond worden”. Ook pakkend: Stranger To My Happiness en de ballade Making Up And Breaking Up, door een zangeres die controle heeft over een machtige stem, waarmee ze precies uitdrukt wat ze voelt, zonder tierelantijntjes.

Sharon Jones’ succes in muziek kwam laat. Voor haar doorbraak werkte Jones als bewaker in een New Yorkse gevangenis, waar ze soms zong voor de gevangenen. Ook was ze een tijd bijrijder op een geldwagen. Als feestzangeres zou ze anoniem zijn gebleven in de lokale muziekscene van Brooklyn, als haar band The Dap-Kings niet door producer Mark Ronson was ingeschakeld voor zes van de elf nummers op Back To Black, het doorbraakalbum van Amy Winehouse. In 2007 verscheen Jones’ album 100 Days 100 Nights bij Daptone. Internationale bekendheid verkreeg ze met enerverende optredens waarbij ze de invloed van James Brown, Aretha Franklin en Otis Redding liet doorschemeren.

Maar erkenning kan haar nooit genoeg zijn. „Als je ziet wie nu de Grammy’s winnen… De oude, echte soul wordt steeds weer overgeslagen”, bromt ze zacht. Het zal haar missie blijven om deze muziek onder de aandacht te brengen. Muziek is haar grote vreugde, onderstreept ze nog maar eens. En voor deze late muziekcarrière brengt ze graag offers. Een voorbeeld? Ze is bewust partnerloos. „Ik wil geen man thuis hebben zitten over wie ik me zorgen maak wat-ie allemaal uitspookt terwijl ik weg ben. Of die jaloers is op degenen die ik op tournee ontmoet.”

Bovendien is een echte, oprechte relatie zeldzaam, zegt ze. „Vaak trof ik kerels die het misschien ook niet echt om mij ging, maar meer om wat ik had bereikt. Nu hoef ik me aan niemand te verantwoorden. En als mijn leven wat rustiger wordt, zal ik vast wel weer met iemand gelukkig zijn.”

Maanden heeft ze nu niet gezongen. Muziek kon ze ‘niet verdragen’ op haar ziektebed. Nu oefent ze de liedjes van het nieuwe album weer, die inmiddels een heel andere betekenis hebben gekregen. Het is de stem van een overlever die met recht doorleefde soul brengt. Ondanks haar buikoperaties lijkt haar stem in orde. „In oktober zong ik voor het eerst weer eens in de kerk. Dat voelde goed. Ja, ik kan het nu écht allemaal wel weer voor me zien.”