Harrie de Lange

„Dit wordt mijn tweede Ring-cyclus in Amsterdam. Deze productie is ontzettend leuk: in de middelste opera’s zit het orkest op het podium. Daar krijgen de noten veel meer ruimte dan in de orkestbak, waar je je eerder gefnuikt voelt. Bovendien staat Brünnhilde soms zomaar naast je, dat geeft een kick. Het spelen is minder zwaar dan je zou denken. Als Wagner uitpakt, doet hij vooral een beroep op de acht hoorns. De trombones worden eerder ingezet voor de zachte sacrale koraaltjes, bijvoorbeeld in de begeleiding van oppergod Wotan. Natuurlijk dreigt het gevaar dat zangers worden overstemd. Dirigent Haenchen is zeer gebrand op een zacht orkest onder de zanglijnen. Soms tekent hij ná de laatste repetitie nog iets in je partij. Dan blijkt bij de première ‘piano’ opeens verzacht naar ‘pianissimo’. Speel je dat meteen goed, dan krijg je van Haenchen een knipoog.”

Interviews: Floris Don