Opinie

De Götterdämmerung op de valutamarkt

Wordt dit even erg als de Libor-zaak? Gisteravond werd bekend dat het New Yorkse Department of Financial Services een eigen onderzoek begint naar de manipulatie van valutakoersen door grote banken. Twaalf banken zijn daarover inmiddels ingelicht. Het onderzoek komt naast dat van de Britse autoriteiten en die in veel andere landen – waaronder Nederland. De Zwitsers waren afgelopen zomer een van de eersten die aan de bel trokken. En dan, last but not least, is er een onderzoek van het Amerikaanse ministerie van Justitie en de Commodities and Futures Trading Commission (CFTC). Dat laatste koppel kennen we in Nederland maar al te goed: het legde in de Libor-zaak voor 2 miljard euro aan boetes op aan vier banken, waaronder de bulk van de megaboete van de Rabo.

De kwestie ligt iets anders dan bij Libor. Daar was sprake van het manipuleren van de dagelijkse referentiewaarde voor de belangrijkste rentes in de geldmarkt. In de valutamarkt is er eveneens sprake van dergelijke fixings, een koers die voor de belangrijkste valutaparen elk half uur wordt bepaald en dan enige tijd geldt als referentie voor aan- en verkopen van grote klanten die achteraf willen weten waar ze aan toe waren. Maar deze fixings worden niet door onderlinge inzendingen overeengekomen, zoals bij Libor. Ze zijn het resultaat van de koersvorming van dat moment.

De mogelijke manipulatie zit dan ook meer op dat vlak: het beïnvloeden van de koersen vlak voor de fixing, of het vooruitlopen daarop met grote orders van klanten die bij de bank al bekend zijn. Of, mogelijk verwoestend, het onderling delen van informatie daarover. De belangrijkste fixing is overigens die van 4 uur ’s middags in Londen – het onbetwiste centrum van de internationale valutamarkt.

De vraag is nu: hoe groot kan de schade worden als aangetoond wordt dát er gemanipuleerd is? In theorie is die schade enorm. Volgens de jongste driejaarlijkse telling van de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) is de dagelijkse omzet op de internationale valutamarkt 5.345 miljard dollar. Dit cijfer duikt vaak op in verband met het valutaschandaal, maar bevat ook de derivatenhandel (swaps, opties en dergelijke). Vermoedelijk is de totale omzet op de ‘spot’-markt, waar direct in valuta’s wordt gehandeld, hier relevanter. Die omzet is, met 2.046 miljard dollar per dag, nog steeds enorm. Bereken daar maar eens een schadepost uit. De boetes kunnen overweldigend worden, en dat op een moment dat Europese banken de stress-test wacht, aan de vooravond van de bankenunie. De geschiedenis leert dat de Amerikanen zich daarvan niets zullen aantrekken.

Achter de hele kwestie ligt nu de vraag: moeten er wel fixings zijn. Er is de aloude Wet van Goodhart, genoemd naar de gelijknamige Britse econoom. Die stelt dat, als beleid wordt toegespitst op één enkel cijfer, dat cijfer zich onmiddellijk zal gaan misdragen. Toegepast op de financiële markten: als de markt zich toespitst op één enkele standaard, zal iedereen rond die standaard zich onmiddellijk gaan misdragen. Fixings stammen uit de tijd dat de markt nog overzichtelijk was. Nu is de valutamarkt een 24-uurscircus waar banken al lang niet meer de dienst uitmaken. Kleinere banken, hedgefondsen en andere niet-financiële instellingen rukken snel op, aldus de BIS. En high frequency trading, oneindig veel sneller dan de handelaar, heeft ook hier zijn intrede gedaan. En dat leidt dan weer tot de volgende conclusie: de schandalen met Libor, valuta’s en andere fixings zoals die van goud, zijn wellicht de laatste stuiptrekkingen van een markt die ooit was, van handelaren die ooit goden waren. De valutakwestie is, in dit licht, best welkom.