De Fictiefabriek: warmen aan vuur van verbeelding

Schrijver A.H.J. Dautzenberg (A.) en Diederik Stapel (d.) buigen zich over de kracht van fictie . Ze werken aan een brievenroman, waarvan we de komende maanden fragmenten voorpubliceren.

vertekeningen door Diederik Stapel
vertekeningen door Diederik Stapel

Je keuze voor initialen fascineert me. Ik heette vroeger – vóór mijn zelf bestelde maatschappelijke dood – Diederik A. Stapel. Ik probeer nu verder te leven zonder A. Met de nadruk op ‘probeer’. Ik heb ook verschillende pseudoniemen geprobeerd, maar die zijn onopgemerkt gebleven. Het is ook moeilijk, vind ik, om met hetzelfde gezicht, maar een andere naam door het leven te gaan. Namen en Gezichten horen nu eenmaal bij elkaar. Een pseudoniem verwijst bovendien naar een geheim. En dat kan niet, wanneer het mij betreft. Ik heb mijn geheim moeten afleggen.

d.

Waarom kunnen Nederlandse filmmakers ‘het’ niet? Altijd die hang naar realisme, alsof ‘echt gebeurd’ een kwaliteitsgarantie is. De hele kunstwereld wordt hier al jaren door geteisterd, de werkelijkheid als ideaal. Misschien kunnen Hollandse kunstenaars wel helemaal niet magisch of symbolisch denken. Het calvinisme zit te diep in ons verankerd.

A.

Wat is het ‘weinige’ dat je serieus neemt? Dat zou ik graag willen weten. Vooral omdat je niet schrijft dat je ‘niets’ serieus neemt, ben ik heel benieuwd naar de inhoud van het weinige dat je kennelijk wél serieus neemt. Dat is immers hetgene wat je in leven houdt en wat je tot actie aanzet. Waar vindt Het Weinige zijn oorsprong en wanneer en in welke vorm dringt het zich aan je op?

d.

Wat is het morele verschil tussen een (idealistisch geladen) daad en een (opzettelijk) verzuim? Terwijl je mijn brief leest sterven honderden kinderen de hongerdood. Ben je daar schuldig aan, omdat je niks doet? Zijn we meer dan vermeende hoeders van het mededogen? Zijn we gemankeerde solipsisten? Verhullen we onze eigen schuld door die te projecteren op anderen – het zondebokprocedé? We onthouden vooral de schade die we zelf menen te hebben geleden, de schade die we aanrichten vergeten we snel.

A.

Het enige geloof dat echt is opgewassen tegen de zinloosheid en onkenbaarheid van het bestaan is het geloof dat deze zinloosheid en onkenbaarheid niet ontkent maar viert: het geloof in de kracht van het geloven zelf, het geloof in de kracht van de illusie.

d.

Veel slapen, dat helpt. Met mijn nachtoog probeer ik telkens opnieuw mijn aangename dromen vast te nieten aan de wakkere dag.

A.

Zullen mensen ons willen en kunnen resemiotiseren (schitterend woord, gisteren opgepikt op een plein in Nijmegen)? Ik vrees met grote vreze, Anton. De maatschappij heeft ongelooflijk veel geïnvesteerd in een aantal goed in het gehoor liggende en in het hoofd beklijvende typeringen en vindt het wel best zo. Bestaande betekenissen zijn als koeien: je duwt ze niet zo makkelijk om. Cow tipping gaat niet zonder hulp.

d.

Pegasus, het gevleugelde paard. Het is in de (antieke) kunst misschien wel hét symbool van de verbeeldingskracht. Pegasus kan een rol spelen in onze voorstelling. Of de pendanten ervan: Rocinante (leidde Don Quichot rond in zijn droomwereld), ‘Hi Ho Silver’ (maakte the Lone Ranger nog mysterieuzer), Black Beauty en Pippi Langkous’ Witje (lieten de kinderfantasie galopperen). En wat te denken van het hobbelpaard? In een boek, ik geloof van Sybren Polet, las ik dat in de achttiende eeuw het hobbelpaard gebruikt werd als een soort hometrainer voor de stadsbewoners.

Al hobbelend konden ze hun fantasie de vrije loop laten. Misschien kunnen we een houten hobbelpaard op het podium zetten. Daar gaan we op zitten en vertellen een verhaal, over de kindertijd, of juist het tegenovergestelde: over de machinaties van de volwassen wereld.

A.

In je laatste brief beschuldig je mij van optimisme. Dank daarvoor, maar je ziet meer dan er is.

d.

In elk mens zit volgens mij ergens diep van binnen een NSB’er verscholen, iemand die stiekem hoopt om in actie te mogen komen voor ‘het algemeen belang’. Het zijn de omstandigheden die hem een opkontje geven en hem helpen om door het keurig gelakte luikje naar buiten te klimmen (‘eindelijk’), om op het drukbevolkte marktplein met een verontwaardigde stem te verkondigen wat hij wel niet allemaal gezien en gehoord heeft, om daarbij zonder aarzelen te wijzen in de juiste richting.

A.

Goed idee. We brengen een verbeeldingspil op de markt, alleen te koop tijdens workshops, optredens en spreekbeurten. De verbeeldingspil. Te verkrijgen voor de voorstelling begint. Voor het ultieme voorstellingseffect. In een leuke verpakking. Zo’n zakje waar ook wel eens pepermuntjes in zitten. Met op de voorkant als beeldmerk een kleine Pinocchio.

d.

Cultuur wordt door de populistische (liberale?) politiek niet langer gezien als een nutsfunctie. Stel nu dat de regering ‘veiligheid’ niet langer als een publiek goed beschouwt? – politieagenten kunnen dan zelf hun salaris bij elkaar gaan bedelen... Veiligheid is ook fictie. We voelen ‘ons’ in neokapitalistisch Nederland onveiliger dan ooit, terwijl het nog nooit zo veilig is geweest. Eén spectaculair nieuwsbericht (‘station ontruimd na verdacht pakketje’) heeft meer impact dan duizend wandelende politieapen… En laat nu juist de cultuur dáár iets over zeggen, als het goed is. Tel uit je winst...

A.

Kreatief met Smet. Daar moet toch interesse voor zijn? Er zijn toch wel meer mensen die iets hebben, aan wie iets kleeft, die ergens doorheen moeten? Ik stuur je hierbij een tekening van Piet de Dalskier (husselen!) Die staat symbool voor de man met de ultieme smet, die op zijn razendsnelle ski’s in al zijn domme overmoed in het diepste dal is geraakt, daar besmeurd is met pek en veren en overladen met eieren en tomaten en toch besluit verder te gaan. Terug omhoog. Waarom? Omdat hij gelooft in de kracht van de verbeelding. Fuck het dal. Draai het om, hussel het, en het is een berg. De verbeelding is Piets houvast.

d.