‘Akkoord over humanitaire hulp aan Syrische stad Homs’

Een huis in Homs is beschadigd na een aanval.
Een huis in Homs is beschadigd na een aanval. Foto EPA / SANA

De Syrische regering en rebellen hebben waarschijnlijk een akkoord bereikt over het toelaten van humanitaire hulp aan de belegerde stad Homs. Dat zegt een woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, schrijft persbureau Reuters.

“Het toelaten van humanitaire hulp aan Homs is besproken. Op basis van de laatste informatie lijkt het erop dat er tussen de oppositie en de overheid een akkoord is bereikt.”

De woordvoerder wilde verder geen details geven.

Het is nog afwachten of het akkoord ook daadwerkelijk gesloten is. Tijdens de vredesconferentie in Syrië leek er ook overeenstemming te zijn over humanitaire hulp aan de Syrische stad. Dat akkoord bleek later niks waard te zijn.

Tijdens de conferentie wist Lakhdar Brahimi, de gezant van de Verenigde Naties en de Arabische Liga voor Syrië, wel een akkoord te bereiken zodat vrouwen en kinderen de stad kunnen verlaten.

Hulpgoederen staan tien kilometer verderop klaar

Eind januari schreef buitenlandredacteur Floris van Straaten over de humanitaire hulp:

“De toestand in het centrum van de belegerde Syrische stad Homs is zo wanhopig dat de bewoners gras eten en sterven bij gebrek aan voedsel en medicijnen. Dit blijkt uit een skypegesprek van de BBC met een inwoner van de zwaar gehavende oude stad. Daar hebben opstandelingen zich al bijna twee jaar verschanst.

Het wrange voor hen is dat hulporganisaties van de Verenigde Naties, waaronder Unicef, amper tien kilometer verderop hulpgoederen klaar hebben staan. Maar zolang de Syrische regering en de rebellen geen akkoord hebben bereikt komen de hulptransporten de oude stad niet in.

De onderhandelingen hierover op de Syrische vredesconferentie in Genève zitten nog muurvast. Voor veel Syriërs is het overleg over hulp voor Homs uitgegroeid tot een lakmoesproef voor het vredesberaad. Een complicatie hierbij is dat veel opstandelingen het gezag van de onderhandelaars in Genève, ook die namens de oppositie, niet erkennen.”