Opinie

Wie verzuipt als eerste in de slag op het Wad?

In 2008 vierde rederij Doeksen haar 100-jarig bestaan met onder meer een groots en gratis strandconcert op Terschelling. Vanaf zee zorgde de sleepboot Holland voor een lasershow, op het strand speelden Hessel, de meest gevierde eilander, en Ellen ten Damme, een vermaarde eilandgast. Zo heet daar een toerist.

Toen vroeg ik me af: zou Doeksen ook de show gestolen hebben als er geen gemor op het eiland was over hoge tarieven en schraler dienstbetoon? Inmiddels hebben enkele eilanders een alternatief georganiseerd: EVT, Eigen Veerdienst Terschelling. EVT ging in 2012 ook auto’s overzetten. Dat doet Doeksen pijn, net als de onrendabele winterse overtochten zonder toeristenschare. Doeksen vecht op dit traject voor zijn bestaan. De ‘slag op het wad’ is inzet van rechtszaken van Luxemburg tot ’s Gravenhage.

Per territoir wisselt het conflict van inhoud. Voor Nederland is de vraag: kun je concurrentie combineren met het publieke belang van dienstverlening (regelmaat, veiligheid, betrouwbaarheid) tegen een acceptabele prijs.

In Luxemburg moet het Europees Hof antwoord geven op de vraag of de Nederlandse overheid zo’n langlopend (15 jaar) contract voor het varen op Terschelling en Vlieland ondershands mocht gunnen aan één partij. Doeksen.

Op Terschelling zelf is het ook naijver en landjepik. Zoals een ondernemer daar vorig jaar tegen mijn collega Margriet Oostveen zei: „Als Doeksen de horeca gaat overnemen, dan nemen wij een boot”. De lokale horecamannen voelden hun profijtvolle oligopolie bedreigd. Hun reactie staat bekend als pacman -strategie, vernoemd naar een ooit populair computerspelletje. In deze strategie stelt het doelwit zich bij een aanval, zoals een ongewenste overname, niet lijdzaam op, maar valt zelf de aanvaller aan.

In Den Haag heeft de zaak een politiek aspect doordat het gerechtshof in Den Haag vorige week gehakt maakte van de eis van de staat dat EVT de publieke havenfaciliteiten ontruimt. Het hof laakt het gebrek aan overleg met EVT en de buigzame winst- en verliescijfers die Doeksen inleverde.

Met particuliere dienstverlening, publieke belangen en een (bijna) monopolistische marktordening heeft Nederland de afgelopen twintig jaar ervaring opgedaan. Fusies op de kabel- , energie- en zorgverzekeraarsmarkt stuitten zelden op serieuze bezwaren van de kartelwaakhonden. Daar behield de consument keuzemogelijkheden.

Op de rails zijn de kaarten geschud: staatsbedrijf NS op het intercitynet en commerciële vervoerders in de regio. Zij hebben monopolies, maar een deel van hun klanten kan ook voor ander (eigen) vervoer kiezen. Soms verbetert een commerciële nieuwkomer de dienstverlening, soms moet er toch geld bij om de trein te laten blijven rijden.

Bij de Waddenveren hebben de meeste reizigers geen alternatief. Het is niet politiek correct, maar een monopolie is wel zo efficiënt, al was het een flater van de minister om Doeksen het particuliere monopolie onderhands te gunnen.

Wat zijn de kansen voor een oplossing zonder rechtszaken? Geef Doeksen het monopolie op drie voorwaarden. 1. De tarieven zijn kostprijs plus een geringe opslag voor een calamiteitenbuffer. 2. De tarieven staan, evenals bijvoorbeeld die voor gastransport (ook een monopolie), onder controle van concurrentiewaakhond ACM. En 3: de overheid compenseert de gemaakte kosten van EVT.

Tweede optie: Doeksen geeft eilanders de kans tegen een reële prijs aandelen te kopen in het waddenveer. Die prijs kan gezien de klachten van Doeksen nooit hoog zijn.

Het laatste dat Luxemburg, Den Haag en Terschelling moeten willen is dat de twee veerdiensten elkaar financieel uitputten, waarna één kopje onder gaat en de ander een monopolie wint plus levenslange winst.