Van slachtafval via insuline naar anticonceptiepillen

De geschiedenis van MSD gaat terug tot 1923, toen Saal van Zwanenburg het bedrijf Organon oprichtte.

„Het varken is een wonder van bijna onbegrensde mogelijkheden”, zei Saal van Zwanenberg (1889-1974) in een gesprek met het tijdschrift Neerlands Welvaart. Het was voor hem de reden om in 1923 het bedrijf Organon op te richten – ‘Naamlooze Vennootschap tot bereiding van orgaanpreparaten op wetenschappelijke grondslag’.

Een van de mogelijkheden waar Van Zwanenberg op doelde, leverde de Canadese arts Frederick Banting in 1923 een Nobelprijs op. Hij was, samen met de Schot John Macleod, erin geslaagd insuline te extraheren uit de alvleesklier van varkens. Inspuiting van insuline hielp tegen suikerziekte – het suikergehalte in het bloed daalde erdoor.

Van Zwanenberg onderzocht alle mogelijkheden om uit dierlijke organen werkzame stoffen te extraheren. Gedroogde varkensmagen, testikels van stieren en hersenen van schapen dienden als grondstoffen voor medicijnen die door handelsreizigers over de hele wereld werden verkocht.

In het begin specialiseerde Organon zich in de productie van insuline, hormoonpreparaten en vitamines. De grootste innovatie was begin jaren zestig ‘de pil’, een uitvinding die een eind maakte aan de angst voor ongewenste zwangerschappen. Het werd een wereldsucces.

In 1963 werd Van Zwanenberg opgevolgd door jonkheer Gualtherus Kraijenhoff. Organon was gestaag gegroeid en Kraijenhoff gaf organisatieadviesbureau McKinsey de opdracht om het bedrijf een bredere basis te geven. In 1967 leidde de heroriëntatie tot een fusie tussen Zwanenburg Organon en Koninklijke Zout Ketjen. Ze gingen verder als Koninklijke Zout Organon.

Twee jaar later, in 1969, volgde de fusie van KZO met de Algemeene Kunstzijde Unie. Daarmee was Akzo geboren, met ‘Gup’ Kraijenhoff als eerste voorzitter van de raad van bestuur. AkzoNobel ontstond in 1994 na de overname van Nobel Industries, dat voortkomt uit de Zweedse springstoffenfabriek van Alfred Nobel.

Organon was jarenlang een cash cow van AkzoNobel. Groot was de verbazing toen bestuursvoorzitter Hans Wijers in 2007 het bedrijf voor 11 miljard euro verkocht aan Schering- Plough. „Verf en anticonceptiepillen gaan niet samen onder één dak”, argumenteerde Wijers. Het Amerikaanse farmacieconcern fuseerde in 2009 met branchegenoot Merck tot MSD.

AkzoNobel concentreerde zich onder leiding van Wijers op verf en chemie. Met het geld van Organon werd het Britse ICI overgenomen, waardoor AkzoNobel de grootste verffabrikant in de wereld werd.

De voordelen van die schaalgrootte zijn nog niet gerealiseerd – en dat is de belangrijkste taak voor Tom Büchner, die twee jaar geleden Wijers opvolgde. Verbetering van de productiviteit en organische groei zijn daarbij de sleutelwoorden. In zijn eigen woorden: „Verbeteren van binnenuit”.

Morgen – wanneer het concern zijn jaarcijfers presenteert – moeten blijken of dat afgelopen jaar is gelukt.