Opinie

Schilderij voor Wilders

Hoe kan het dat Geert Wilders zaterdag een schilderij in ontvangst neemt uit handen van een kunstenaar die „niets met hem heeft”? Wilders’ voorlichter Michael Heemels bevestigde me dit telefonisch („Ja hoor, klopt!”). Meer wilde hij niet zeggen.

De schilder in kwestie heet Sef Berkers. Oogt enigszins als een verlegen broer van Henny Vrienten. Sef schonk koffie en draaide een shagje in zijn atelier in Venlo, in een voormalige gymzaal van het Marianum College, waar Wilders als kind nog in de ringen hing. Sefs vriend Rob Frey („Ik pruts me door het leven”) droeg donkere, om niet te zeggen ‘linkse’ kleding onder een opgewekte ongeschoren kop. Hij was het brein van deze operatie.

De schilderijenverkoop liep niet. Dus Sef had aan Rob gevraagd hem „nou eens in de markt te zetten” en Rob bedacht prompt een tienjarenplan. Er moest een expositie komen. Voor de nodige aandacht zou Rob daar „Wilders omheen hangen”.

Maar hoe líét linksehobbyhater Wilders zich om een schilderij van Sef Berkers hangen? Was het te danken aan de oude vriendschap tussen de moeder van Rob Frey en de moeder van Geert Wilders? Rob was vroeger, rond zijn tiende, weleens „veroordeeld tot een middag met Geert”, als zijn moeder daar op bezoek ging. Ze zijn allemaal even oud – vijftig. Daarom heet de expositie ook 50 jaar Grond.

Was het zo erg, destijds? Ach, zei Rob Frey. Hij was ook kwaad op zijn eigen moeder, die hem meesleepte – als je mee móést, dan werd het nooit leuk. Later hoorde Frey wat een drama Wilders’ carrière voor diens moeder was. Over haar bezorgdheid, om haar kind, en hoe ze her en der werd buitengesloten. Hoe sommige lidmaatschappen plotseling werden opgezegd. Frey wilde Wilders daarom via háár vragen. „Als een soort vredespijp.” Maar Wilders’ moeder raadde hem aan het rechtstreeks te doen. Frey schreef een brief, vermeldde slim dat Sef trouwens nooit subsidie aannam, en daarna was het snel rond.

In Venlo zijn sommigen nu kwaad. De eigenaar van de monumentale villa St. Lucia, waar de expositie oorspronkelijk zou zijn, haakte af omdat Wilders komt – nu wordt het de gymzaal.

Sef legde uit hoe hij ieder nieuw werk als een action painter op popmuziek schildert. Eerst honderden schetsen op hetzelfde nummer. Dan gooit hij de verf op het doek. Zijn werk voor Wilders schilderde hij op Bob Dylans ‘Highway 61’ (Oh God said to Abraham, ‘Kill me a son’/ Abe says, ‘Man, you must be puttin’ me on’). Het schilderij stond achter me klaar. Enorm, vierkant, abstract. In de kleuren rood, wit en blauw.

Lieve help, lachte ik. Bob Dylan voor Wilders. In rood-wit-blauw.

„Het is als kapstok niet de stomste zet”, zei Rob Frey tevreden.

Sef keek wat zorgelijk. Bij het blauw had hij gedacht aan „de jonge Dylan” en bij rood aan „de emotionele kant van het verhaal”. Maar toen zag hij naderhand wat hij op het doek had gegooid en – tja.

„Toen dacht ik: shit.”