Problemen blijven na straffen Culemborg

Zes leden van een jeugdbende gaan voor jaren de cel in. „Je mag hopen dat ze er een vak leren”, zegt criminoloog Henk Ferwerda.

De veroordeling van zes leden van een criminele jeugdgroep uit Culemborg tot jarenlange celstraffen, gisteren door de rechtbank Gelderland, „is pas het begin van de aanpak van de jeugdcriminaliteit daar”, vindt criminoloog Henk Ferwerda. „Je moet niet denken dat het nu klaar is.”

De zes jongeren, in de leeftijd van 17 tot en met 21 jaar, maakten deel uit van een veel grotere groep. Die bestond mogelijk zelfs uit vijftig personen, en zij moeten de komende tijd goed in de gaten worden gehouden, vindt Ferwerda. „De angel is er nu uit, maar in de groep staan mogelijk nieuwe leiders op. Als je niks doet, dan herhaalt de geschiedenis zich.”

De groep pleegde in 2012 en 2013 ten minste tientallen inbraken, voelde zich de baas in de wijk Terweijde, intimideerde bewoners. Volgens de rechtbank was er sprake van een hoge organisatiegraad en zijn de inbraken „op een doortrapte manier voorbereid en gepleegd”.

Ferwerda pleit voor begeleiding van de veroordeelden tijdens en na hun gevangenschap. „De reclassering moet ze in de gevangenis al oppikken”, vindt hij. Anders ziet hij hun toekomst somber in. „Het belangrijkste is dat ze zelf de motivatie hebben om iets anders te doen. Als die er niet is, dan is de kans groot dat ze in no time vervallen in hun oude gedrag. Het is lastig om je in zo’n wijk aan de straatcultuur te onttrekken. Deze jongens hebben niet veel perspectief; ze hebben geen la vol diploma’s, ze hebben gezien dat misdaad loont. Je mag hopen dat ze tijdens hun detentie een vak leren. Misschien kunnen ze straks beter ergens anders gaan wonen. Als ze in Culemborg terugkeren, weet iedereen meteen: dat zijn de leiders van de criminele groep waar half Nederland het over had.”

Mogelijk is er sprake van een concentratie van probleemgezinnen in de wijk Terweijde, oppert Ferwerda. Volgens hem is er sinds 2001 een jeugdgroep actief. In het begin veroorzaakte die vooral veel overlast. „Ik sluit niet uit dat de jongens die nu zijn veroordeeld de broers en neven zijn van de groepsleden van toen.” De meeste leden van de huidige groep zijn van Marokkaanse afkomst.

De criminoloog vindt het daarom belangrijk dat ook de gezinnen waarin deze kinderen zijn opgegroeid „onder de loep worden genomen” – ter voorkoming van het ‘Dalton-effect’ waarbij jongere broers in de voetsporen treden van hun criminele oudere broers. „Het is de vraag hoe corrigerend ouders optreden. Sommigen zijn pedagogisch onverschillig. Niet zelden profiteert een heel gezin van de criminele opbrengst.” Als gezinnen niet vrijwillig meewerken, dan moet je nadenken over „dwang en drang”, meent Ferwerda.

De jarenlange gevangenisstraffen – de hoogste straf is vier jaar voor woninginbraak, heling, witwassen en lidmaatschap van een criminele organisatie – verbazen Ferwerda niet. Hij noemt het bijzonder dat een minderjarige jongen van 17 als meerderjarige is berecht vanwege de „volwassen criminaliteit” en zijn „leidende rol” – in de woorden van de rechtbank. Dat de rechtbank deelname aan een criminele organisatie bewezen acht, vindt hij ook niet alledaags. De politie heeft in zijn ogen lang en intensief gerechercheerd in Culemborg, geheel in de lijn van de strengere aanpak van jeugdcriminaliteit die overheid, justitie en politie een paar jaar geleden hebben ingezet.