Op tv worden buitenlandse journalisten zwart gemaakt

De laatste keer dat ik Mohammed Fadel Fahmy zag – hij woont bij mij om de hoek in Kairo – maakte hij zich zorgen. Kunnen wij hier nog lang werken als journalisten, vroeg hij zich af. Zijn bezorgdheid was terecht. Vorige week werden Fahmy en negentien andere journalisten van Al Jazeera English, onder wie ook vier buitenlanders, officieel aangeklaagd wegens steun aan het terrorisme.

De aanklacht past bij de repressie van de Moslimbroederschap, waarvan Al Jazeera hier als spreekbuis wordt gezien. Tegelijk wordt er in traditionele en sociale media al zes maanden fel campagne gevoerd tegen buitenlandse journalisten, omdat ze zouden sympathiseren met de Moslimbroederschap.

De laatste weken is die campagne verhevigd. Op televisie wordt nu gezegd dat buitenlandse journalisten worden betaald door de Moslimbroederschap. Op Twitter is de afgelopen dagen opgeroepen om adressen van buitenlandse journalisten in Kairo op internet te publiceren.

Niet naar Tahrirplein

Dat heeft effect op de berichtgeving. Dit jaar ben ik voor het eerst niet naar het Tahrirplein gegaan voor de derde verjaardag van de Egyptische ‘revolutie’. Het plein was opgeëist door de aanhangers van legerleider al-Sisi. Activisten waarschuwden dat buitenlanders beter konden wegblijven.

Nadine Marrouchi, een jonge Britse freelancer, ging toch en werd bijna gewurgd met haar eigen sjaal door een oudere dame die haar ervan beschuldigde voor de ‘terroristische zender’ Al Jazeera te werken. Dat was niet zo, maar dat deed er niet toe.

Marrouchi en een collega werden door de politie ontzet, en konden pas uren later het gebouw verlaten waar ze hun toevlucht hadden gezocht. Duitse en Spaanse cameraploegen moesten voor verzorging naar het ziekenhuis. Op een bepaald moment zette de menigte op het Tahrirplein een refrein in: „Al Jazeera waar zijn jullie nu? Kijk eens met hoeveel wij zijn?”

Tja, Al Jazeera zit in de gevangenis. En zoals blogger en politicus Mahmoud Salem schreef: ‘Als jullie willen dat buitenlandse journalisten naar jullie luisteren, is het misschien een idee om hen niet voortdurend uit te schelden en af te te tuigen.’

De aanklacht tegen Al Jazeera English roept juridische vragen op. Kan voortaan elke journalist die een lid van de Moslimbroederschap interviewt, worden beschuldigd van terrorisme? Egypte beschouwt Fahmy nu als terrorist. Wat betekent dat voor mensen die hem kennen?

Na lang aandringen hebben de autoriteiten vorige week geantwoord. Contact hebben met, of bevriend zijn met iemand die wordt beschuldigd van een misdaad is op zichzelf geen misdaad, aldus het communiqué, „tenzij er sprake is van bijstand, aansporing of een eerdere afspraak”.

Het zijn vage woorden die niet echt geruststellen. Temeer daar Egypte talmt met het uitreiken van perskaarten voor 2014, dat kan nog wel een maand duren. Werken met een verlopen perskaart is een risico. Familie en vrienden van Fahmy vrezen dat hij in de aanklacht niet als journalist wordt aangeduid, maar als een lid van de ‘terroristische Moslimbroederschap’. „Wie hem kent, weet dat Mohammed geen Moslimbroeder is”, zegt zijn oudste broer Adil. „Hij staat echt mijlenver van de ideologie van die groep.”

De aanklacht maakt bovendien geen onderscheid tussen het Arabische Al Jazeera en Al Jazeera English, waarvoor Fahmy en de andere beklaagden werken. De Arabische zender is erg op de hand van de Moslimbroederschap: broodheer Qatar was Morsi’s voornaamste bondgenoot. „Al Jazeera English is iets heel anders: zij werken zoals CNN of de BBC”, zegt Adil. „Mijn broer en zijn collega’s zijn gewoon professionele journalisten die hun werk deden.”

Na de afzetting van Morsi werden alle media van de fundamentalisten gesloten; de overgebleven staats- en privé-media steunen het nieuwe regime door dik en dun. Daardoor domineert het officiële verhaal. Weinig Egyptenaren weten daardoor bijvoorbeeld dat er op de derde verjaardag van de revolutie zeker 49, volgens anderen zelfs 103 betogers zijn gedood door de politie. En de meeste, fervente aanhangers van al-Sisi zeggen dat als er doden zijn gevallen bij de ontruiming van de zitactie van Morsi’s aanhangers in augustus, die vast door de Moslimbroederschap in de rug zijn geschoten.

Niet alleen voor buitenlandse, ook voor Egyptische journalisten die gewoon de actualiteit willen verslaan is het link. Mosa’ab Elshamy is een 23-jarige fotograaf die naam heeft gemaakt sinds de opstand van 2011. Zijn oudere broer Abdullah zit in de gevangenis sinds 14 augustus. Hij werkte voor Al Jazeera Arabisch. Zijn jongere broer Mohammed, ook fotograaf, werd vorige week korte tijd opgepakt. Hij werkt voor een Turks agentschap, en Turkije heeft Morsi’s afzetting veroordeeld.

Je denkt wel twee keer na

„Je denkt tegenwoordig twee keer na voor je als fotograaf de straat opgaat. Het heeft echt invloed op de berichtgeving”, zegt Elshamy. Hij hoopt dat de interim-regering gaat beseffen dat zij een monster in het leven heeft geroepen dat zij niet langer controleert. „Daarom is het zo belangrijk dat iedereen die begaan is met de persvrijheid in Egypte nu zoveel mogelijk lawaai maakt.”

Het is een thema waarover de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Nabil Fahmy zal worden aangesproken wanneer hij deze week Duitsland, Italië en Nederland bezoekt.

Want als je moet onderhandelen over hulp dan is het niet handig als een prominent journalist op televisie verkondigt dat „alle Amerikanen in Egypte in hun huizen zullen worden afgeslacht” omdat „Obama van plan is om al-Sisi te vermoorden”. En in een land dat afhankelijk is van het toerisme is het al helemaal niet goed als elke buitenlander met een fototoestel gezien wordt als een terrorist.