Ondertussen op kantoor

Er is geen groter taboe in de Nederlandse kantoortuin dan salaris. Het is het monster dat alles opvreet, verpest, doodt en weer tot leven wekken kan. En toch vertellen we nog liever over de intercom over ons laatste valleiorgasme dan dat we onze collega’s vertellen wat we verdienen. Of we zeggen: ik weet het écht niet, hoeveel ik verdien! Of we mompelen een vaag bedrag en zeggen dat er dan nog van alles afgaat aan belastingen en pensioenpremies. Maar het eerlijk zeggen? Nee.

Dat komt: niemand weet hoe het werkt met salaris in Nederland. Salaris is hier altijd willekeur. Een gevolg van bilateraaltjes en wie dan de grootste mond heeft, of wie zich laat afschepen. En niemand krijgt ooit wat hij verdient. Net zoals altijd de vlotte babbel met de voetbalmetaforen de baan krijgt en niet degene die er het meeste verstand van heeft, zo krijgt ook altijd de verkeerde persoon het meeste salaris of te weinig. Net als jij.

In Amerika, zo laat ik mij vertellen – want wat weet ik nou helemaal van Amerika – schijnt iedereen meteen bij het kennismaken al te zeggen wat hij verdient. Hop, bij het handen schudden ‘ik verdien 8.000 dollar netto per maand, hatsa’ (en dan zonder hatsa natuurlijk). En dan meteen er achteraan: ‘Wat verdien jij?’ Dat is, zo zeggen experts, omdat in Amerika mensen ook echt verdienen wát ze verdienen. En als je niet presteert, word je salaris afgepakt. En de verschillen zijn er dan dus ook groot! In Nederland word je doodleuk gepromoveerd als ze van je af willen en laten ze je zitten als je geweldig bent. Daarom hebben we het er niet over. Omdat we altijd bang zijn dat collega’s denken: krijg jij nog steeds dat managerssalaris? En als ik je nodig heb, ben je altijd de hond aan het uitlaten (geen namen)! Of: wat verdien jij wéínig!! We zwijgen over salaris omdat we ons schamen.

Ik zeg dan ook: we stoppen met de geheimzinnigheid. We gooien de ramen van het loongebouw wijd open en laten de stank vervliegen, transparantiegewijs. Iedereen in het hele land maakt bekend wat hij verdient, Matthijs van Nieuwkerk voorop, en dan iedereen als dominostenen er achteraan. Ik dacht aan een bord met dagkoersen in de kantine, hoeveel iedereen van minuut tot minuut waard is. En dat je daarop kunt wedden zoals op paardenraces, met dikke sigaren, hoeden en glazen martini, en dat je je eigen baas kunt vergelijken met die van de concurrent. Verder wil ik gesprekken bij de koffieautomaat over salaris in plaats van over het weer. En het loonzakje moet terug, en elke dag uitbetalen met een handdruk en een praatje van de baas: de beste krijgt de grootste zak. Moet u eens opletten hoe snel alle rommel is opgeruimd.

Ik doe overigens niet mee met deze openheid, dan weet u dat alvast. Ik ben mijn hele leven al doodsbang dat uitkomt dat ik überhaupt geld krijg voor een uit de hand gelopen hobby. Ben ik de uitzondering. En u heeft daar uiteraard alle begrip voor.