Moreel bestaan er alleen maar vijftig tinten grijs

Amerikanen zijn in de ban van bedriegers. De overeenkomsten tussen The Wolf of Wall Street en American Hustle, twee films die ongeveer tegelijkertijd uitkomen en meedingen naar de Oscars, zijn opmerkelijk. Goed, de film van Martin Scorsese met Leonardo DiCaprio als gewetenloze beurshaai speelt zich af in de jaren negentig. American Hustle van David O. Russell gaat terug tot een corruptieschandaal in de jaren zeventig – aanleiding voor uitbundige verkleedpartijen. Maar de overeenkomsten zijn treffend.

Beide films gaan over oplichters, beide films maken een deels geïmproviseerde indruk, beide films zijn opmerkelijk goedgemutst en beide lijken ook niet helemaal te weten wat ze van hun ambigue hoofdpersonen moeten vinden: snelle jongens met een vlotte babbel zonder scrupules, maar zijn dat niet de types die het land hebben opgebouwd? Zijn ze niet door en door Amerikaans?

Met vertraging bereiken de financiële schandalen van de laatste jaren zo Hollywood , maar minus enige woede over alle oplichterij en zelfverrijking. Als deze Hollywoodfilms iets doen, is het balsem op de wonde smeren, om Amerika zich weer te verzoenen met zichzelf. Van aanklagen of aan de kaak stellen is geen sprake. Misschien is dat ook te veel gevraagd van films die vooral willen vermaken.

Geïmproviseerde scènes

En vermakelijk is American Hustle zeker; goed voor 10 nominaties bij de Oscars. De acteurs mòeten zich wel overgeven aan het moment door de impulsieve manier van werken van de regisseur Russell, met deels geïmproviseerde scènes die soms pas op de draaidag zelf ontstaan. Russell werkt uitsluitend met een draagbare steadycam en laat hele kamers uitlichten, waardoor de acteurs kunnen gaan en staan waar ze willen. Dat draagt enorm bij aan de levendigheid. Enigszins chaotisch is American Hustle ook, maar juist daardoor lijkt er zoveel leven in te zitten.

Alle films van Russell zijn eigenlijk familiefilms. Zo ook hier: oplichter Irving (Christian Bale, geweldig) vindt een partner in crime in Sydney (Amy Adams, adequaat), maar hij heeft nog een vrouw, van wie hij maar niet los kan komen: Rosalyn (Jennifer Lawrence, ijzersterk). Als het oplichtersstel in handen valt van FBI-agent Richie (Bradley Cooper, bleekjes) zijn ze gedwongen om mee te werken aan een lokoperatie die corruptie in de Amerikaanse politiek moet blootleggen. Maar daar gaat het eigenlijk niet om. De film draait meer nog om bedrog in de liefde, en ook om zelfbedrog. Die slimme thematische verwevenheid houdt de hele boel bij elkaar. Nog net. Alleen maffiabaas Robert De Niro houdt niemand voor de gek: „We’re real”, zegt hij dreigend. „We’re a real organisation.”

Russell doet niet echt iets nieuws in deze film, en het laatste half uur is een anticlimax. Maar in een filmwereld die zich meestal zo insnoert en wil voldoen aan allerlei verwachtingen,is zijn losse stijl niet minder dan een verademing.