Met een lach en een traan zoals in de liedjes van de charmezanger

De Italiaanse Belg Rocco Granata, de volkszanger met de hese stem, had eind jaren vijftig een grote hit met het liedje Marina, de B-kant van zijn eerste single. De Belgische film Marina vertelt het verhaal van de moeizame totstandkoming van deze wereldwijde, veel gecoverde hit uit 1959 – het jaar waarin prins Albert met de Italiaanse prinses Paola huwde.

Het enorme succes bracht Granata zelfs in de prestigieuze Carnegie Hall, meestal voorbehouden aan klassieke musici. De film is gebaseerd op de jeugdherinneringen van Granata (1938), die zelf een cameo heeft als accordeonverkoper.

Marina begint anno 1948 in Italië, met het besluit van Rocco’s straatarme vader Salvatore om in België aan de slag te gaan als mijnwerker. Al snel laat hij zijn familie overkomen. Eerst wonen ze met meerdere gezinnen in een kleine, zompige barak, later krijgen ze een eigen woning. Rocco leert zichzelf Nederlands met behulp van striptijdschriften en hij wordt halsoverkop verliefd op de blonde kruideniersdochter die weg is van crooner Dean Martin.

Tegen de zin van zijn door stoflongen chronisch hoestende vader wil Rocco professioneel muzikant worden, maar daarvoor heeft de platzakke Rocco een dure accordeon nodig. Marina laat Rocco’s strijd zien met zijn trotse en koppige vader om toch een muziekcarrière van de grond te krijgen. Ook is er veel aandacht voor het achteloze racisme van de Belgen tegenover de Italiaanse immigranten. Van Rocco’s vasthoudende pogingen de kruideniersdochter te versieren zijn ze niet gediend.

Zij luistert eind jaren veertig naar Dean Martins Buona sera, een lied dat pas in 1958 verscheen – in film kan alles. Als Rocco het hoort, valt bij hem het muzikale kwartje: dit is wat hij wil. Wat volgt is even pretentieloos als de liedjes van Rocco Granata, met meestal een lach en soms een traan.