Is die verplichte stage nou wel of niet afgeschaft?

Gisteren leek het einde nabij van de verplichte stage en het vak algemene natuurwetenschappen. Toch is dat nog allerminst zeker.

Foto thinkstock

Zwabberbeleid, jojobeleid. De voorstanders van een verplichte maatschappelijke stage op de middelbare school hadden er geen goed woord voor over, gisteren in de Tweede Kamer. De verplichte stage bestaat pas sinds 2011 en toch maakt de politiek er nu al een einde aan. Tijdens het debat van gisteren bleek dat het plan van het kabinet om de stage vrijwillig te maken op steun van de meerderheid van de Kamer kan rekenen. Alleen CDA, ChristenUnie en SP waren tegen. Einde van de verplichte maatschappelijke stage dus.

Of toch niet?

De voorstanders van de stage hoeven nog niet te beginnen met rouwen, zo bleek aan het einde van het debat.

Het wetsvoorstel van staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) dat gisteren werd behandeld, regelt namelijk niet alleen het afschaffen van de verplichte maatschappelijke stage, maar ook een hervorming van de vakken Grieks en Latijn en de afschaffing van het vak algemene natuurwetenschappen (ANW) in de bovenbouw van het vwo. Met de steun van regeringspartijen VVD en PvdA is hiervoor een meerderheid in de Tweede Kamer, maar het brede draagvlak dat de coalitie nodig heeft om haar voorstellen ook door de Eerste Kamer te krijgen, lijkt nog niet aanwezig.

PVV en D66, die beide instemmen met de afschaffing van de verplichte maatschappelijke stage, hebben grote moeite met het verdwijnen van het vak ANW, dat aan alle vwo-leerlingen kennisleer en maatschappelijk relevante toepassingen van de natuurwetenschappen onderwijst. PVV-Kamerlid Harm Beertema zei gisteren zelfs dat dit onderdeel van de wet voor hem het zwaarst weegt. En omdat het niet mogelijk is om met sommige delen van de wetswijziging wél akkoord te gaan en met andere niet, zou hij zijn fractie adviseren om tegen te stemmen, zo meldde Beertema aan het einde van het debat.

Daarmee werd de steun van D66 extra belangrijk. Onderwijswoordvoerder Paul van Meenen zette zijn bezwaren tegen de afschaffing van ANW uitvoerig uiteen. Hij wilde dat ook leerlingen die een maatschappijprofiel kiezen in de bovenbouw van het vwo met natuur en techniek in aanraking blijven komen. „Basale kennis van wat de natuurwetenschappen inhouden en de manier waarop je kennis kritisch kunt toepassen, is immers ook heel nuttig als je later economie, sociologie of geschiedenis gaat studeren”, zei hij.

Dekker vroeg zich af of leerlingen deze kennis wel in een „apart vakje” moeten krijgen en of het niet beter was dat ze toepasbare kennis zouden krijgen aangereikt in de „belangrijke vakken” die ze volgden.

Van Meenen toonde zich niet onder de indruk. Dekker zei daarop toe een laatste poging te doen om D66 „nader te overtuigen”. Hij beloofde voor de stemming over het wetsvoorstel, dinsdag, een brief te sturen waarin hij uiteenzet op welke momenten in het lesprogramma van het vwo de onderdelen die nu in het vak ANW zitten in de toekomst behandeld gaan worden.

Na afloop van het debat zei Van Meenen dat Dekker veel moeite zou moeten doen om hem te overtuigen. Wat voor hem uiteindelijk zwaarder zou wegen – het afschaffen van de maatschappelijke stage, waar hij voor is, of het tegen zijn zin afschaffen van het vak algemene natuurwetenschappen – wilde hij nog niet zeggen. Wat D66 zal stemmen, is dus nog onduidelijk.

Een complexe wetswijziging en dito politieke verhoudingen zorgen er dus voor dat Dekker en zijn ambtenaren nog een keer aan de slag moeten om voor het kabinetsbeleid een meerderheid te bewerkstelligen, in beide Kamers van het parlement. De voorstanders van de verplichte maatschappelijke stage kunnen nog even een klein sprankje hoop koesteren.