In Sotsji hoor je de drilboren nog

De sporters zijn verrukt over de accommodaties. Maar daarbuiten heeft ‘Sotsji 2014’ een ander gezicht: half afgebouwde hotels en overal actieve bouwvakkers.

De behuizing was nog nooit zo ruim, de bewaking voelde niet eerder zo luchtig. En de stadions, vijf minuten op de fiets, zijn dichterbij dan ooit. Zelfs als Shani Davis diep nadenkt kan hij niets bedenken dat hem niet bevalt aan Sotsji. „Sporten in een subtropisch resort met uitzicht op de Zwarte Zee. Ik hou van de Zwarte Zee”, grijnst hij onder een strakblauwe lucht in het olympisch dorp.

De tweevoudig olympisch schaatskampioen uit Chicago was er al bij in Turijn (2006) en Vancouver (2010). Maar de Amerikaan is, net als de meeste van de bijna drieduizend sporters, verrukt over de plek waar hij de komende weken moet presteren: fonkelnieuwe stadions als pronkstukken van het moderne Rusland.

Maar neem eens een kijkje buiten de bubbel van de olympische sport, en ‘Sotsji 2014’ heeft een heel ander gezicht. Half afgebouwde hotels, opgebroken straten en rondslingerende bouwmaterialen tonen aan dat de bouwvakkers de race met de klok hebben verloren. Met name journalisten – Sotsji verwacht er elfduizend – klagen steen en been over de bouwput die Sotsji nog steeds is.

Ruim tachtig maanden verstreken sinds de toewijzing van de Spelen op 4 juli 2007. Maar ondanks de recordinvestering van 38 miljard euro moesten onder de besneeuwde bergtoppen, in het skiresort Krasnaja Poljana, honderden journalisten op zoek naar andere kamers. En twee dagen voor de openingsceremonie klinken tot diep in de nacht monotone boren en dreunende hamers in appartementencomplexen als het op het oog chique Ekatarininskiy Kvartal, even ten zuiden van het olympisch park.

In sommige hotels zijn hele etages nog niet klaar, in andere ontbreken bedden, stopcontacten, elektriciteit of water. Internet- en telefoonverbindingen werken slecht – of helemaal niet. Een Amerikaanse journalist trof deze week twee zwerfhonden aan in zijn kamer, een ander vond in zijn bed een bouwvakker die even was gaan liggen. Zo’n ontvangst is anders dan de dynamische slogan ‘Hot. Cool. Yours’ op bussen en gebouwen suggereert.

Het organisatiecomité en het IOC hadden hun prioriteiten: de sporters mag het aan niets ontbreken. Een jaar geleden werden de sportaccommodaties al getest en goedgekeurd. Aan alle details, van de tijdwaarneming tot de trainingsfaciliteiten, en van de toiletten tot aan het postkantoortje in het olympisch dorp, is gedacht. De hotels waren van latere zorg.

Dat gold niet voor de veiligheid, vooraf gezien als het belangrijkste gespreksonderwerp in Sotsji. Maar eenmaal binnen de vesting aan de voet van de Kaukasus lijken weinigen zich zorgen te maken over terreuraanslagen of excessieve beveiliging tegen dergelijke dreiging.

De sporters in elk geval niet. „Ik merk er helemaal niets van”, zegt schaatser Michel Mulder, tweevoudig wereldkampioen sprint. Hij fietst ontspannen door het comfortabele atletendorp voor een kopje koffie en een potje poolbiljart. „Alles is perfect in orde. Ik ga ervan uit dat het veilig is.”

Toch doken gisteren bij de Oostenrijkersbrieven op waarin gedreigd twee sporters te ontvoeren. Hoe serieus de bedreiging was werd niet duidelijk. In januari kregen verschillende landen, waaronder de VS, al dreigbrieven waarvan het IOC later vaststelde dat ze niet serieus waren. Tot nu toe leveren de dreigementen vooral nieuws op, de sporters lijkt het niet te deren.

Het verschil met recente Spelen, zoals Vancouver (2010) en Londen (2012), is voelbaar in de binnenste beveiligingsschil: hier geen helikopters boven het olympisch dorp en geen bewakers met kogelvrije vesten of militairen met automatische wapens bij de ingang .

De Russische regering heeft volgens de officiële cijfers 37.000 beveiligingsmensen in en rond de badplaats gestationeerd – schattingen liggen veel hoger. Hun opdracht is duidelijk: laat je zo weinig mogelijk zien. Soldaten waren slechts zichtbaar langs de landingsbaan van de luchthaven. De meeste bewakers dragen met een glimlach een fleurig skipak van de organisatie. Bezoekers en sporters worden bij het olympisch park onderworpen aan een veiligheidsregime dat op internationale vliegvelden gebruikelijk is, maar niet bovenmatig streng. Eenmaal binnen lijkt iedereen vrij.

De Russische geheime dienst FSB heeft veel werk uitbesteed aan elektronica: van surveillance-drones in de vorm van minihelikopters tot geavanceerde afluistersystemen voor telefoon- en internetverkeer.

Hoe ze ook bekeken of beluisterd worden, de tijdelijke bewoners van Sotsji merken er weinig van. „We worden nauwelijks gecontroleerd. Je laat je accreditatie zien en je loopt door”, zegt Jeroen Otter, bondscoach van de shorttrackers. Je ziet nauwelijks beveiliging.” Alleen ’s avonds, als hij nog een blokje omloopt in het olympisch dorp, herkent hij wel eens een gezicht. „Ze zijn er wel, stille mannen, in onopvallend blauw. Maar je hebt er totaal geen last van.” Schaatser Sven Kramer sprak vanmorgen op een persconferentie niet over veiligheid, maar vooral over zijn kansen. „Goud, de rest is teleurstellend.”

In Sotsji heet die opvallend onzichtbare beveiliging de ‘zesde olympische ring’: rond het vliegveld, de ijsstadions, het olympisch dorp en de weg naar de bergen van de Kaukasus zijn er veiligheidsschillen die in de maanden voor de Spelen van binnenuit zijn ‘schoongeveegd’.