‘Ik vecht tegen het zuur in mijn land’

De Vlaamse cineast zei ja tegen een film over zanger Rocco Granata. „Maar dan wil ik er wel mijn eigen verhaal van maken.”

Rocco Granata (Matteo Simoni) is van de ene op de andere dag een vreemdeling in een nieuw land.
Rocco Granata (Matteo Simoni) is van de ene op de andere dag een vreemdeling in een nieuw land.

Rocco Granata belde zelf op. Zijn liedje Marina, een wereldhit die intussen tot het klassieke meezingrepertoire behoort, zou binnenkort vijftig jaar bestaan. Was dat geen goede reden voor een boek, een documentaire en een speelfilm? En was Stijn Coninx niet de aangewezen regisseur?

Coninx, de Vlaamse cineast die eerder succes boekte met twee lachfilms rondom de komiek Urbanus (Hector en Koko Flanel), het schilderachtige maar ook strijdbare epos Daens en de schrijnende film Soeur Sourire met het ware verhaal van de zingende non wier royalty’s in de kloosterkas verdwenen, moest erover nadenken. Een reguliere Granata-biografie leek hem geen goed idee. Maar het verhaal dat de in Vlaanderen nog altijd hoogst populaire zanger vervolgens vertelde over zijn jeugdjaren – als telg van een Italiaans mijnwerkersgezin in Belgisch Limburg – wekte wel zijn aandacht.

„Ik maak overal mijn eigen verhaal van”, zegt Coninx. „Ik heb nog nooit een scenario zomaar gedraaid; ik herschrijf het altijd. En ik zeg het altijd duidelijk tegen de scenaristen: wat er ook gebeurt – ik zal het finale scenario schrijven. In dit geval begreep ik heus wel dat Rocco Granata, die een geweldig artiest en gevoelig mens is maar tevens een goed zakenman, zo’n film niet bedoelde om mijn carrière vooruit te helpen, maar in de eerste plaats de zijne. Ik heb pas ja gezegd toen ik de invalshoek had gevonden: het verhaal van een Italiaanse jongen die emigreert en van de ene dag op de andere een vreemdeling wordt in het België van de jaren 50. Dat sloot aan bij een onderwerp dat mij al langer bezighoudt: de angst van veel mensen om alles kwijt te raken door iets dat van buiten komt, in dit geval duizenden Italianen. Zo kon ik in het verhaal van Rocco ook mijn eigen visie steken. Om die reden wilde ik deze film gemaakt hebben vóór de verkiezingen van 2014 in België. Niet omdat het een politieke film moest worden, maar in de hoop enige nuancering aan te brengen tegen de verzuring die gaande is. Denk aan rechts, denk aan Antwerpen – wat er gebeurt als die angst moedwillig door politici wordt gestimuleerd. Dat is mijn eigen verhaal naast dat van Rocco.”

Zo heeft hij altijd gewerkt, stelt Coninx vast. Zelfs in zijn toch zo onbezorgd ogende Urbanus-films verwerkte hij persoonlijke elementen. Al was het maar, in Koko Flanel, het feit dat de filmer en de komiek beiden astmatisch waren: „We konden geen wol dragen, vandaar flanel.” En neem ook zijn beweegreden voor Soeur Sourire: „Toen dat op mijn pad kwam, liep ik al jaren rond met een project over de vlucht van homo’s en lesbiennes naar de kloosters – omdat ze nergens anders met hun driften naar toe konden. Mijn eigen betrokkenheid had te maken met het feit dat mijn broer homo is en met een man is getrouwd. Daarop is in ons gezin en onze directe omgeving heel positief gereageerd, gelukkig. Maar andere takken van de familie zijn afgehaakt. Dat gaf mij alle reden om die film te maken.”

Wat hij in Marina laat zien, aldus de regisseur, is voor 85 procent waargebeurd. „En de andere 15 procent is óók de waarheid, maar niet uit het leven van Rocco afkomstig. Bijvoorbeeld de scène waarin de dochter des huizes haar Italiaanse moeder Nederlands leert spreken. Dat is in werkelijkheid gebeurd bij onze premier Elio Di Rupo, die immers ook van Italiaanse afkomst is.”

De film draait sinds drie maanden in Vlaanderen en mag daar, met tot dusver ruim 470.000 bezoekers, succesvol heten.

Hoe het Nederlandse publiek zal reageren, is vooralsnog de vraag. Marina is de eerste van drie Vlaamse films die deze en de komende maand in Nederland in roulatie komen. Hierna volgen nog Het vonnis van Jan Verheyen en De behandeling van Hans Herbots. Wat in de Vlaamse bioscopen goed loopt, is echter nog lang niet verzekerd van succes in Nederland. Integendeel zelfs – en dat gebrek aan belangstelling is wederzijds, want Vlaanderen lijkt al evenmin geïnteresseerd in Nederlandse films. Het grootste Vlaamse succes van de laatste jaren, Loft, was hier alleen te zien in een Nederlandse remake. En het grootste Nederlandse succes van de laatste tijd, Alles is liefde, onderging hetzelfde lot: in Vlaanderen alleen vertoond in een speciaal voor het Vlaamse publiek gemaakte versie.

„Ik weet niet wat daarvoor de reden is”, zegt Coninx. „Ik heb zelf betere ervaringen. De films met Urbanus hebben natuurlijk in Nederland veel profijt gehad van zijn grote bekendheid bij jullie. Daens heeft het ook bij jullie goed gedaan, met meer dan 100.000 bezoekers. Ik probeer onderwerpen te kiezen die mij raken en die niet alleen in Vlaanderen spelen. Ook elders hebben Italiaanse mijnwerkers gewerkt. Het maken van een film kost zo veel tijd en energie en persoonlijke inzet, dat ze eigenlijk grenzenloos moeten zijn. Dat ze ook ten noorden en ten zuiden, ten oosten en ten westen van België moeten aanspreken.”

En op de vraag naar zijn verwachtingen voor Nederland: „Ik heb hier al veel liefde voor Marina gevoeld. Dus ik heb mijn hoop erop gevestigd dat het toch weer mogelijk zal zijn: een Vlaamse film in Nederland.”