‘Het maakt uit wat met deze kinderen gebeurt’

Nooit was er toezicht op de vooral Turkse internaten waar honderden kinderen wonen. Tot een jaar geleden een klokkenluider in Rotterdam erover aan de bel trok. Nu grijpt de minister in. Wie zich niet aan de regels houdt, „kan de boel sluiten”.

Mosliminternaat in Rotterdam.
Mosliminternaat in Rotterdam. Foto Robin Utrecht

Het begon met een bouwinspecteur die misstanden bij moskee-internaten in Rotterdam onder de aandacht bracht, ruim een jaar geleden. De overheid keek niet eerder om naar de kinderen die er verblijven. Vandaag ligt er een wetvoorstel waarin landelijk toezicht op alle private internaten is vastgelegd. Dat zijn vooral moskee-internaten, maar bijvoorbeeld ook opvanghuizen voor slachtoffers van loverboys.

Het gaat naar schatting om ruim 700 kinderen in dertig internaten. Pas nu moeten internaten zich bij de gemeente melden en wordt duidelijk hoeveel het er echt zijn.

Minister Lodewijk Asscher (Integratie, PvdA) zette zich steeds voor de internaatkinderen in. Eerst sprak hij met gemeenten en bestuurders van internaten. Die beloofden zich aan gezamenlijk besproken regels te onderwerpen. Sinds januari controleren gemeenten dat. En met het wetsvoorstel van vandaag kunnen ook internaten worden gecontroleerd die dat liever niet hebben.

Ook scherpte hij deze week regels aan waardoor ouders van kinderen in moskee-internaten geen aanspraak meer kunnen maken op dubbele kinderbijslag.

U antwoordde vorig jaar op vragen van Kamerleden over moskee-internaten dat in Rotterdam geen sprake was van vriendjespolitiek, cliëntelisme, falend toezicht of brandgevaar. Hoe denkt u daar nu over?

„Ik beschikte niet over eigen onderzoek over wat daar speelde. Dan moet je uitgaan van de informatie die je op dat moment krijgt.”

Bent u van mening veranderd?

„Ik doe geen uitspraken over specifieke gemeenten, of internaten. Ik ben altijd kritisch geweest over instellingen waarin kinderen met de rug naar de samenleving opgroeien. Met de gemeenten en met een flink aantal internaatbestuurders heb ik om tafel gezeten. Ik heb de boodschap gebracht: u zou het toezicht moeten omarmen.”

Zagen de internaatbestuurders dat ook zo?

„Het gaf een gemengd beeld. Er zijn mooie plekken waar kinderen geholpen worden met hun huiswerk, daar is niets mis mee. Maar je hebt ook bestuurders die heel wantrouwend zijn tegen de Nederlandse overheid.”

Waaraan merkte u dat?

„Nou, sommige bestuurders kwamen niet opdagen, dat is een slecht teken. Sommigen kwamen wel, en waren heel negatief. Maar er waren ook bestuurders die dit juist zagen als een teken dat ze serieus genomen worden.”

Waarom noemde u moskee-internaten eerder een belemmering voor de integratie?

„Kinderen wonen er soms met alleen maar jongens of alleen maar meisjes. Ze worden weggehouden van contacten met de samenleving waarin ze leven. Kinderen groeien op in een parallelle gemeenschap, terwijl je wil dat ze ten volle profiteren van de kansen die dit land te bieden heeft.”

Had u de moskee-internaten liever willen afschaffen?

„Alleen in gevallen waarin de integratie belemmerd wordt. Het is ook de reden dat ik de regels voor dubbele kinderbijslag heb aangescherpt. Het is niet goed om te subsidiëren dat ouders hun kinderen uitbesteden aan dit soort instellingen. Maar de vrijheid om zo’n instelling op te richten is beschermd en niet iets waar je zomaar een streep doorheen haalt.”

Wat is het belang van deze wet?

„Dat we als samenleving zeggen: het maakt ons uit wat er met deze kinderen gebeurt. We houden hun welzijn in de gaten en creëren een veilig pedagogisch klimaat.”

Er moet een onafhankelijke vertrouwenspersoon worden aangesteld. Mag het de oom van de penningmeester zijn? Een vaste moskeeganger?

„Het kan belangrijk zijn om in eigen kring de zorgen te kunnen uiten, maar dan wel bij iemand die zich onafhankelijk kan opstellen. Dat zal niet de oom zijn.”

Wanneer moet de gemeente een internaat sluiten?

„Als de acute veiligheid van de kinderen in gevaar is.”

En als zogeheten verbeterpunten zich jaar op jaar blijven herhalen?

„Zeker, ook dat kan leiden tot sancties. Bij een veilig pedagogisch klimaat hoort ook burgerschap, meedoen, integratie. Wie zich daar niet aan houdt, kan de boel sluiten. Het kader is wel vrijblijvender dan bij kinderopvang. Zorg aan heel jonge kinderen stelt meer eisen aan de verzorging en is gesubsidieerd, waardoor je er als overheid veel hogere kwaliteitseisen aan mag en moet stellen.”

Had de gemeente Rotterdam de ambtenaar mogen ontslaan die de misstanden naar buiten bracht?

„Die zaak is onder de rechter, daar kan ik niets over zeggen.”

Is er spanning geweest omdat u als PvdA’er problemen oplost die onder uw partijgenoten in Rotterdam zijn ontstaan?

„Nee. Ik dien de Kroon en ben streng voor iedereen die de integratie van kinderen dreigt te belemmeren. Daarbij maakt het niet uit wat mensen geloven, stemmen, of denken.”

Wat hoopt u met de wet te bereiken?

„Ik hoop dat de goedwillenden die de kinderen helpen met hun huiswerk, de deuren en de ramen open zetten. En dat het degenen die een andere agenda hebben, onmogelijk wordt gemaakt.”