Geen dienstauto, toch macht

Van links naar rechts: Kamerleden Elbert Dijkgraaf (SGP), Steven van Weyenberg (D66) en Carola Schouten (ChristenUnie).
Van links naar rechts: Kamerleden Elbert Dijkgraaf (SGP), Steven van Weyenberg (D66) en Carola Schouten (ChristenUnie). Foto ANP

Het ene akkoord is nog niet afgesloten, of het volgende staat alweer in de steigers. Maandag kwam het kabinet met de ‘constructieve drie’ D66, ChristenUnie en SGP overeen dat de plannen voor de bijstand en de onderkant van de arbeidsmarkt worden aangepast. En vandaag staat alweer de volgende kwestie op de agenda waarin de drie hun invloed zullen doen gelden: het nieuwe Groninger gasbeleid.

Het liefst houden kabinet en de ‘meest geliefde oppositiepartijen’ vol dat ze een gelegenheidsverbond hebben. Een „overzichtelijke samenwerking op financiële issues”, om met D66-leider Alexander Pechtold te spreken. „Ruimte om het beleid aan te passen”, in de woorden van Arie Slob (ChristenUnie).

Maar dat zijn nog slechts geluiden voor de bühne. De samenwerking tussen Rutte II en D66, ChristenUnie en SGP – die het kabinet in de Eerste Kamer aan een meerderheid helpen – is het akkoordenstadium ontgroeid. De ‘constructieve drie’ praten inmiddels ook mee over beleid dat niet direct te maken heeft met de begroting – zelfs als ze niet de meest voor de hand liggende partners zijn. Formeel spreken ze eens in de maand, maar in de praktijk is er voortdurend contact tussen kabinet, fractieleiders en inhoudelijk specialisten. Het begint, kortom, een echte gedoogcoalitie te worden.

Hoewel de kern van de kabinetsplannen – strengere regels voor de bijstand – overeind blijft, hebben D66, ChristenUnie en SGP het beleid deze week opnieuw op een aantal voor hen essentiële punten weten bij te sturen: jonggehandicapten worden ontzien, bijstandsmoeders met jonge kinderen worden niet verplicht te solliciteren, er komt geen wachttijd van vier weken.

Vandaag alweer een deal

De bijstandsdeal is de vierde grote afspraak tussen het kabinet en het oppositietrio. Eerder was er een woonakkoord, een herfstakkoord en een pensioenakkoord. Maar in tegenstelling tot die eerdere drie akkoorden was een deal met D66, ChristenUnie en SGP hier niet de meest vanzelfsprekende optie. De plannen voor de bijstand en de onderkant van de arbeidsmarkt gaan pas per 2015 in, dus strikt genomen is er geen verband met de begroting van 2014. En inhoudelijk gezien staat het CDA hier dichter bij het kabinet: de christen-democraten hebben vergelijkbare plannen in hun verkiezingsprogramma.

Maar, zo geven ze binnen de coalitie eerlijk toe, het gaat inmiddels om meer dan alleen financiële afspraken. Er is „vertrouwen” en een „gedeelde ambitie om hervormingen door te voeren”. Waarom dan niet meteen even doorpakken met andere zaken die niet vanzelfsprekend door de Eerste Kamer komen? De drie oppositiepartijen verwachten op hun beurt dat het kabinet eerst bij hen aanklopt.

Hoezeer hier een gewoonterecht ontstaan is, bewijst een andere aanpassing van het regeerakkoord. Dit weekend werd bekend dat kleine scholen hun speciale toeslag behouden.

Dat was een wens van SGP en ChristenUnie, die vreesden dat christelijke schooltjes op het platteland straks hun deuren moeten sluiten of moeten fuseren met openbare scholen. Arie Slob en Kees van der Staaij (SGP) wendden zich tot staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) en kregen hun zin. Daarmee bedongen ze een kleine, veelzeggende concessie: de invloed van de drie partijen strekt zich nu uit tot het onderwijsbeleid.

Vandaag volgt de volgende kwestie waarin kabinet en D66, ChristenUnie en SGP met elkaar zaken gaan doen. Dan spreekt de Tweede Kamer over de gasafspraken die minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) maakte met de NAM en de provincie Groningen, die voorzien in tijdelijk minder winning bij Loppersum en ruim 1 miljard euro voor schadevergoeding, versterking van gebouwen en stimulering van de lokale economie.

En ja, ze weten alles

Hoewel ze niet rechtstreeks bij de onderhandelingen waren betrokken, werden D66, ChristenUnie en SGP wel van tevoren ingelicht over de inhoud van die deal – zoals dat hoort bij echte gedoogpartners. En hoewel ze vooralsnog niet gebonden zijn aan de afspraken, zal hun instemming toch vereist zijn. De Groningse investeringen slaan namelijk een gat in de begroting – en dat is sowieso terrein voor de ‘constructieve drie’.

Waar dat op uitdraait, is eenvoudig te voorzien: ook dit akkoord gaat aangepast worden. CU-leider Slob nam er dit weekend op een partijcongres al een voorschot op: hij liet weten de veiligheidsmaatregelen en investeringen nog onvoldoende te vinden.

Slob zegt ervan uit te gaan dat het kabinet ook hier weer met D66, ChristenUnie en SGP gaat praten, „al is het maar omdat de kosten van dit akkoord vroeger of later ook op ons bordje komen te liggen”.

De steeds diepere penetratie in de kamers van de macht geeft de drie partijen zelfvertrouwen. Arie Slob wees er dit weekend fijntjes op dat een regeerakkoord nog nooit zo vaak is aangepast als in het afgelopen jaar. Om vervolgens te grappen: „Je zou VVD en PvdA haast de meest geliefde coalitiepartijen noemen.”

Bij D66 zeggen ze te genieten van hun positie. „We hebben geen dienstauto’s”, klinkt het daar. Anders gezegd: wel invloed, maar niet de stress van bewindslieden die gebonden zijn aan een coalitie.

Voor VVD en PvdA is de steeds nauwere samenwerking simpel te verdedigen: geen steun van de drie betekent geen kabinetsbeleid. Maar waarom laten D66, ChristenUnie en SGP zich steeds dieper het samenwerkingsverband intrekken?

Het antwoord is: zolang ze kleine, maar voor hun achterban belangrijke bijsturingen kunnen doen, loont het de moeite.

Totdat één van de drie besluit dat het genoeg is.