Opinie

Een verzamelaar

Een van de opmerkelijkste mensen die ik de laatste tijd heb ontmoet, heet Ebrahim el Hadidy. Hij is 52 jaar en afkomstig uit Egypte. In 1987 ging hij in Bonn studeren, een jaar later stapte hij over naar een studie culturele antropologie in Amsterdam. Uiteindelijk kreeg hij hier een baan in het welzijnswerk. Een van zijn collega’s stuurde me een boekje dat Ebrahim in eigen beheer had vervaardigd: „Het is een heel bijzonder boekje. Ik denk dat u dat ook vindt.”

Dat vond ik inderdaad. Niet omdat Ebrahim zo goed schrijft, want hij is geen schrijver – die ambitie heeft hij ook niet. Mij frappeerde vooral de obsessie van waaruit dat boekje moest zijn ontstaan. Het heet Brief aan dr. Frenkel met als ondertitel ‘De schatten van een verwoeste gemeenschap’. Dr. Frenkel is de naam van de orthopedisch chirurg die zijn knie behandelde.

Hij vertelde Frenkel over zijn hobby, het verzamelen van antiek zilver, vooral Joods zilver. Dankzij die hobby had Ebrahim zich steeds meer verdiept in de Tweede Wereldoorlog, iets waarvan hij als Egyptische islamiet zo goed als niets had afgeweten voor hij naar West-Europa ging. Hij legde Frenkel uit dat hij een boekje wilde maken over zijn vondsten. „Ik zou het graag willen lezen”, zei de arts. Waarop Ebrahim besloot diens naam in de titel op te nemen.

Ik zoek Ebrahim op in zijn huis in Amsterdam-West, waar hij met zijn vrouw en twee kinderen woont. Trots laat hij me de vijf voorwerpen zien die hij in zijn boekje centraal stelt: een Frans servies uit 1840 , een chanoekakandelaar uit het Vilnius van 1889, een kaddisjtrein (acht bekers in de vorm van treincoupés), een prachtig schilderij van de Belgische schilder Lucien Stuyts van een Joodse vader en zijn dochter, en een onbekend dagboek van een onderduiker.

Later toont hij me nog meer resultaten van zijn verzamelwoede, allerlei fraaie zilveren bekers en schalen, veel van Joodse herkomst. Ooit wilde hij er handelaar in worden, maar hij werd een verzamelaar omdat hij er geen afstand van kon doen.

Als we rustig in zijn woonkamer kunnen praten, ontpopt hij zich als een emotionele man voor wie de geschiedenis achter die voorwerpen minstens zo belangrijk is als de voorwerpen zelf. Hij vertelt me over zijn verbijstering toen hij hier kennisnam van de bijzonderheden van de Tweede Wereldoorlog. „In Kairo kreeg je op school alleen maar te horen hoe die geweldige Hitler Europa had veroverd. Geen woord over de Holocaust.”

Het veranderde zijn leven ingrijpend. Hij las veel over de Tweede Wereldoorlog, praatte er met anderen over, soms droomde hij ervan. Ook bracht hij met zijn vrouw een bezoek aan Jeruzalem. „Nu pas kom ik er beetje bij beetje achter wat er echt in die oorlog is gebeurd”, schrijft hij in zijn boekje. „Het was de verwoesting van een gemeenschap en van etnische minderheden, wat me heel ongerust maakt over de toekomst van mijn kinderen.”

Hij is nog steeds een moslim, maar benadrukt zijn respect voor het geloof van anderen. „Geloof zou mensen bij elkaar moeten brengen”, schrijft hij, „want God is liefde. (…) Ik vond het erg mooi om bij de Klaagmuur te zijn en de synagoge te bezoeken en ik vond het erg mooi om in de moskee te bidden.”

Hij laat me een van de dierbaarste stukken uit zijn verzameling zien: het aangrijpende dagboekje van een Rotterdamse onderduiker dat hij op Marktplaats kocht.

Daarover morgen meer.