Een slechte Franse traditie

Het is een paradox van het Franse politieke systeem: de staat is sterk, de president machtig, maar tegen spandoeken en betogende burgers op straat is die macht slecht opgewassen. De fermheid van de ene na de andere president smolt de afgelopen decennia weg, als de straten van Parijs zich vulden met burgers die het met hun plannen niet eens waren.

Ook als de demonstranten niet meteen de indruk wekten dat ze de bestorming van de Bastille nog eens dunnetjes wilden overdoen, namen presidenten toch maar het zekere voor het onzekere. Ze slikten verkiezingsbeloftes in en trokken wetsvoorstellen terug alsof het niets was. Dat ze democratisch gekozen waren en meestal ook over een parlementaire meerderheid beschikten, deed er even niet meer toe. De straat moest zijn zin krijgen.

Maandag zwichtte president Hollande voor een betoging van 100.000 Fransen, de dag ervoor, tegen een nieuwe familiewet. De wet zou onder meer adoptie en gebruik van medische voortplantingstechnieken voor homoparen vergemakkelijken. Het was de zoveelste uiting van ‘familiefobie’, volgens de demonstranten, vooral bijeengebracht door conservatieve katholieke en islamitische groeperingen. De regering koos ervoor de strijd niet aan te gaan, niet voor haar overtuiging op de bres te staan, maar bakzeil te halen. Voor 2015 zal het voorstel in elk geval niet naar het parlement gestuurd worden, liet de regering maandag onverwachts weten. De betogers konden in hun handen wrijven.

Onbegrijpelijk is het niet dat de impopulaire en politiek verzwakte president heeft ingebonden. Maar onverstandig is het wel. Hollande heeft afgelopen jaar betrekkelijk ongemerkt een aantal bescheiden economische hervormingen weten door te voeren. Zo moeten de Fransen voortaan langer gewerkt hebben om voor pensioen in aanmerking te komen, wat neerkomt op een verhoging van de pensioenleeftijd. Tot grote demonstraties heeft dat opmerkelijk genoeg niet geleid. Vorige maand kondigde de president ingrijpender economische hervormingen aan, om de slecht presterende economie erbovenop te helpen. Dát zou vanaf nu zijn prioriteit zijn.

Wat dat betekent is nu duidelijk. De regering heeft alle steun die ze kan krijgen nodig voor die economische hervormingen. Als maatschappelijke, ethische en andere niet-economische doelstellingen te veel verzet en gedoe opleveren, dan gaan ze in de ijskast.

Maar daarmee toont de Franse president zijn eigen zwakte en dreigt hij zijn laatste electorale basis van zich te vervreemden. En belangrijker: hij versterkt er ook de slechte Franse traditie mee dat demonstreren altijd loont.