Een ijzeren hein met een hart

De minister van Economische Zaken gaat vanmiddag met de Tweede Kamer in debat over het gas in Groningen. Wie is Henk Kamp, in de ogen van zes politici die met hem regeerden of formeerden?

Minister Kamp verlaat voortijdig de ministerraad in Den Haag om in Groningen uitleg te gaan geven over een akkoord over gaswinning.
Minister Kamp verlaat voortijdig de ministerraad in Den Haag om in Groningen uitleg te gaan geven over een akkoord over gaswinning. Foto ANP/Bart Maat

De meeste mensen in Den Haag zijn Hilbrand Nawijn al lang vergeten. Hij was begin deze eeuw 87 dagen minister voor de Lijst Pim Fortuyn, kwam nog af en toe in het nieuws toen die partij desintegreerde, en verdween vervolgens met stille trom. Maar toen Nawijn in 2006 gemeenteraadslid werd in Zoetermeer, kreeg hij een kaartje van een oude bekende: VVD’er Henk Kamp, oud-collega uit het kabinet-Balkenende I, feliciteerde hem met zijn nieuwe baan. „Uitermate vriendelijk”, zegt Nawijn – nog steeds onder de indruk.

Vandaag moet Kamp, inmiddels minister van Economische Zaken, in de Tweede Kamer zijn gasbesluit te verdedigen. De gaskraan in Groningen gaat een beetje dicht en er wordt 1,2 miljard euro geïnvesteerd in de regio. De vraag is of Kamerleden dat genoeg vinden. En of ze het tempo veroordelen waarmee Kamp tot zijn besluit kwam.

Henk Kamp (61) is niet de meest zichtbare bewindspersoon in het kabinet-Rutte II. Wel is hij het meest ervaren en heeft hij veel invloed. Er zijn weinig mensen die premier Rutte meer lijkt te vertrouwen. Sinds 2002 is Kamp, met tussenpozen, minister geweest. Hij leidde vier departementen in vijf kabinetten.

Dat lukt hem, zeggen politici die met hem gewerkt hebben, omdat hij betrouwbaar en straight is. Onwrikbaar en een tikje saai. Maar ook empathisch en loyaal. „Als je in alle situaties constant en voorspelbaar kunt acteren, kun je het in het maatschappelijk-politieke leven ver schoppen. En lang volhouden”, zegt Johan Remkes (VVD), commissaris van de koning in Noord-Holland, die met Kamp in het kabinet-Balkenende II en III zat. In verschillende periodes werkten ook Thom de Graaf, Hans Hillen, Hilbrand Nawijn, Liesbeth Spies en Wouter Bos de afgelopen jaren met hem samen.

Wie is Henk Kamp volgens hen?

Henk Kamp de minister

Kamp werd in 2002 na acht jaar Kamerlidmaatschap beloond met een ministerspost in het eerste kabinet-Balkenende. Het onderwerp waar hij in de Kamer al het woord over voerde, Vreemdelingenzaken, kreeg hij niet. „Hij heeft herhaaldelijk gezegd dat hij eigenlijk graag mijn portefeuille had willen hebben”, vertelt Nawijn. Maar Kamp moest naar Volkshuisvesting. Volgens Nawijn was hij in de ministerraad al meteen „een autoriteit”. „Omdat hij alle dossiers kende en heel rechtlijnig en gemotiveerd standpunten naar voren bracht. En daar was hij nooit van af te brengen.”

Remkes (VVD), die aanschoof in Balkenende II, kende Kamp uit de Kamer. „Hij kwam in 1994 als wethouder uit Borculo en was duidelijk niet gewend soms op zijn eigen onderwerp te moeten inbinden. Hij stond soms heel ijzerenheinig in een dossier. Maar dat heeft hij wel afgeleerd.” Ook volgens Liesbeth Spies (CDA), die met hem in het vorige kabinet zat, is Kamp iets soepeler geworden. „Ik weet niet of je bij Henk van lenigheid kunt spreken. Maar hij is het spel van geven en nemen wel meer gaan waarderen.”

De meesten omschrijven Kamp als uiterst collegiaal, al heeft Hans Hillen (CDA) dat tijdens Rutte I niet altijd zo ervaren. „Hij wekt altijd de indruk dat hij alles heeft gelezen. Dan confronteert hij je met pagina 13, noot 4. En als je dan begint te hakkelen, staat je hele stuk ter discussie”, zegt Hillen. „Ik heb één gedoetje met hem gehad. Ik had op televisie terloops gezegd dat ik voor een maatschappelijke dienstplicht was. Toen belde hij niet even, maar stuurde een brief om me te informeren dat dat geen kabinetsbeleid was, en dat hij het er ook niet mee eens was. Dat is Henk: formalistisch en stellig.”

Kamp komt stug over. Toch lopen ambtenaren die voor hem werken en ook journalisten met hem weg. „Op Defensie, waar hij flink moest bezuinigen, is hij nog steeds de meest favoriete minister die ze ooit gehad hebben”, zegt Thom de Graaf (D66), collega in Balkenende II. Als minister van Sociale Zaken kreeg hij de vakbonden mee in het verhogen van de AOW-leeftijd. „Hij heeft geen dubbele bodems en geen dubbele agenda. Dat maakt het erg prettig om met hem samen te werken.”

Doet Kamp dan niets verkeerd in de politiek? Het enige waar partijgenoot Remkes aan twijfelt, is de laatste formatie. „Ik wil hem toch nog eens vragen hoe de afweging heeft plaatsgevonden om zo snel alleen met de PvdA te gaan regeren.”

Henk Kamp de VVD’er

„Rechtuit rechts”, noemt Thom de Graaf hem. Kamp komt uit een zeer katholiek Twents gezin, maar koos voor de VVD. „Hij is niet uitgesproken liberaal, maar vooral erg conservatief en van de lijn: regel is regel”, zegt Nawijn.

Binnen en buiten de VVD vragen velen zich af waarom Kamp nooit partijleider is geworden. Remkes heeft daar, zegt hij, in 2006 wel bij hem op aangedrongen. „We wilden de fles wijn voor Mark Rutte niet te vroeg openmaken, en Henk had alles in huis om de partij te leiden. Maar hij maakte meteen duidelijk dat hij daar niets voor voelde, omdat hij dacht dat Mark het beter kon.”

Volgens Nawijn vond Kamp het misschien ook een te groot risico om als voorman „afgebrand te worden”. Zoals hij de portefeuille asiel nooit opeiste, had hij ook niet de ambitie de partij te leiden. Ook in dit kabinet, dat hij als informateur zelf smeedde, nam hij genoegen met het ministerie van Economische Zaken, minder prominent en bovendien uitgekleed. „Een hoog wegcijfergehalte”, noemt Remkes dat.

Wouter Bos (PvdA), die met Kamp informateur was, vertelt dat het juist Kamp was die tijdens de formatie Rutte en fractievoorzitter Halbe Zijlstra terugfloot als ze te veel VVD-punten weggaven in de onderhandelingen. „Dat deed hij dan aan tafel. Ook als partijpoliticus is hij heel transparant.”

Buiten de ministerraad vertolkt hij niet hét geluid van de VVD. Volgens Spies komt dat omdat zijn departementen (VROM, Defensie, Sociale Zaken en Economische Zaken) zich daar matig voor leenden. „Maar binnen een kabinet weet je: als iets de toets van Henk Kamp kan doorstaan, dan krijg je waarschijnlijk de rechtervleugel van de VVD in de Kamer mee.”

Henk Kamp de mens

Zijn menselijke kant – die moet Henk Kamp laten zien in de kwestie van het Groningse gas. Empathie tonen richting de bewoners. Hillen: „Degenen die hem kennen, weten dat dat zijn zwakke plek is. Hij lijkt in de verste verte niet op Sinterklaas, maar op een zuinige belastinginspecteur [wat Kamp ook was voor hij de politiek in ging, red.] die maximaal twee dubbeltjes wil geven.” Ook Nawijn vindt dat Kamp „soms koud overkomt. Voor hij naar Groningen ging, heeft hij er lang over nagedacht wat hij ging zeggen. Hij staat daar als minister, dus wat hij doet moet inhoud en status hebben. Dat verklaart zijn houding”.

Volgens Remkes kan Kamp wel degelijk „een arm om iemand heen slaan”. Sommigen hebben de minister verweten dat hij te lang talmde met een beslissing over het terugschroeven van de gasboringen door allerlei onderzoek te laten doen. „Dat is typisch Henk: al moest hij de mensen lang in onzekerheid laten, hij wilde eerst van A tot Z uitzoeken hoe het zat. Hij laat zich niet door elk incident opnaaien. Hij heeft iets waar het veel politici aan ontbreekt: een hoge mate van zelfrelativering.”

Kamp staat bekend om zijn discipline en gezonde leefstijl. „Een asceet”, noemt Bos hem. „Het is niet iemand waarmee je in het café kan doorzakken”, zegt Hillen. „Hij praat altijd over de inhoud en dan zijn gesprekken vaak kort. Het enige waar je hem misschien een keer op kunt betrappen, is dat hij op zijn motor te hard rijdt.”