Duitsland zoekt grotere rol voor leger

De Duitsers moeten meer doen voor de veiligheid in de wereld, zegt president Gauck. Maar de kwestie ligt gevoelig.

Duitse legervoertuigen in het Afghaanse Kunduz, waar de Duitsers tot vorig jaar actief waren om de orde te helpen bewaren en het Afghaanse leger te trainen.
Duitse legervoertuigen in het Afghaanse Kunduz, waar de Duitsers tot vorig jaar actief waren om de orde te helpen bewaren en het Afghaanse leger te trainen. Foto AP

Eigenlijk had de minister van Buitenlandse Zaken, Frank-Walter Steinmeier (SPD) vorige week in de Bondsdag al geroepen dat het weer eens tijd was voor Duitsland „over de rand van het Europese soepbord te kijken”: een grotere rol moet spelen.

Maar de impact van de woorden van bondspresident Joachim Gauck, afgelopen weekeinde tijdens de vijftigste Veiligheidsconferentie in München, was vele malen groter. Dat had te maken met woordkeus, lang zo huiselijk niet als dat soepbord van Steinmeier. En het kwam door de plek waar hij sprak: op een bijeenkomst van iedereen die ooit wat was, nu wat is of wat wil worden op het terrein van internationale veiligheid en diplomatie. En ook: Gauck kan als voormalige Oost-Duitse predikant niet meteen verdacht worden van een oorlogszuchtig temperament. „Duitsland moet bereid zijn meer te doen voor die veiligheid waarvan het land tientallen jaren dankzij anderen kon genieten.” Gauck betichtte landgenoten ervan dat zij „de historische schuld van Duitsland gebruiken om zich er gemakzuchtig en wereldvreemd achter te verstoppen”.

Na hem herhaalde Steinmeier in München nog eens dat „Duitsland te groot is om de wereldpolitiek alleen vanaf de zijlijn te becommentariëren”. En ook Ursula von der Leyen (CDU), minister van Defensie, die vorige week de Bondsdag nog had onderhouden over de ‘familievriendelijke’ Duitse strijdkrachten, kreeg de smaak te pakken in München: „Onverschilligheid is voor Duitsland geen optie”.

Inmiddels hebben Gaucks woorden opnieuw het oude debat opgerakeld over de plaats en de rol die Duitsland zou moeten spelen in de wereld. Een debat, overigens, waar bondskanselier Angela Merkel (CDU) zich nog niet in gemengd heeft, misschien omdat zij allang volop bezig is een rol te spelen in de wereld. Zo stond zij gisteren nog de Turkse premier Tayyip Erdogan te woord, die in Berlijn was om de Turkse toetreding tot de Europese Unie weer eens onder de aandacht te brengen, en om de anderhalf miljoen Turkse kiezers in Duitsland voor zich te winnen.

Maar niet toevallig praat het kabinet vandaag over de voorwaardelijke voortzetting van Duitse militaire aanwezigheid in Afghanistan, over de deelname van Duitsland aan EU-missies in Mali en misschien straks in de Centraal-Afrikaanse Republiek. En zeker ook over de ophef die maandag is ontstaan nadat Der Spiegel berichtte dat de bondsregering een door het vorige kabinet gesloten exportdeal van meer dan honderd patrouillevaartuigen voor Saoedi-Arabië steunt met een exportkredietgarantie van 1,4 miljard euro. Voor de tegenstanders geldt dat land als autoritair en een vijand van Israël, waarmee Duitsland zich onvoorwaardelijk verbonden heeft.

Columnist Jakob Augstein schreef in Spiegel Online met afgrijzen over het „gepraat over de oorlog” en dat de meerderheid van de Duitsers vindt dat je „de huidige culturele conflicten niet kunt beslechten met wapens”.

Het verzet tegen de daadkrachtige regeringstaal van de afgelopen dagen komt overigens niet alleen van de linkerkant van politieke spectrum. Ook Peter Gauweiler, de aartsconservatieve vicevoorzitter van de Beierse CSU, de zusterpartij van Merkels CDU, benadrukt dat president Gauck „niet de hoofdlijnen van de politiek bepaalt”. Gauweiler zei maandag tegen boulevardkrant Bild dat hij „niet van plan was zich een volgende oorlog te laten binnenpraten”.

Steinmeier somberde vorige week tegenover de Bondsdag dat hij het niet alleen maar onverdraaglijk vond dat er tegenwoordig zoveel te lezen valt over de onbeduidendheid van de buitenlandse politiek. „Met een blik op een wereld, die ons talrijke opgaven voorhoudt, vind ik dat heel erg onverdraaglijk”. Steinmeier voegde deze week de daad bij het woord. Hij dreigde dinsdagavond president Viktor Janoekovitsj van Oekraïne met sancties, indien hij de oppositie in zijn land niet tegemoet komt. Het resultaat was dat Kiev de Duitse ambassadeur gisteren op het matje riep en aandrong op een „terughoudende, constructieve houding” van de bondsregering.

Steinmeiers optreden moet Merkel nogal verrast hebben. Op 23 januari zei zij althans nog geen heil te zien in sancties tegen Kiev. De nieuwe expeditionaire buitenlandpolitiek van Duitsland, zoals die Gauck voor ogen staat, zal als het aan Merkel ligt, niet van vandaag op morgen een feit zijn. Zij benadrukte vorige week al dat „geen conflict alleen met militaire middelen kan worden opgelost”.