De haatliefde van Angelenos voor de film

Op de hoek van Hilhurst Avenue en Hollywood Avenue zit een opvallend mooie vrouw op de motorkap van een klassieke Buick. Ze is blond en draagt een paarse jas, die op de een of andere manier past bij de lichtgroene auto. En ze glimlacht mijn kant op. Ik moet wachten bij het stoplicht, en staar naar haar.

„Kom op, doorlopen”, blaft een jongeman met een semi-nonchalant kapsel. „Je staat in beeld.”

Oh. Ik had de fotograaf, zijn assistenten, de lichtmensen, de complete set even gemist. Nu zie ik dat de dame niet naar mij glimlachte, maar naar de lens.

Los Angeles heeft een complexe verhouding met dat bekende lokale fenomeen: de filmset – die overigens vaak een fotoset, televisieset of reclameset is. Vaak hindert zo’n geïmproviseerde locatie de Angelenos. Want alles en iedereen moet wijken voor de producties.

Neem de omhoog kronkelende weg in Griffith Park, aan de oostkant van de stad. Een populaire bestemming om te wandelen, picknicken, fietsen, of om te klimmen naar het uitzicht op het Hollywood-bord en de wolkenkrabbers in het centrum. Is het mooi weer, dan is de kans groot dat zo’n jongeling met een lichtgevend oranje vest er het verkeer tegen staat te houden.

Laatst werd er een reclame voor autobanden opgenomen. Terwijl Californië kampt met de ernstigste droogte in eeuwen, creëerden de tv-makers regen met tuinslangen, om vervolgens op het natte wegdek een complexe stunt met een sportwagen en een hardloper uit te halen. Vermakelijk. Maar voor wachtende moeders met jengelende kleuters was het een irritant oponthoud. „Hebben we niet genoeg autoreclames”, siste een vrouw.

Kennelijk niet, want de volgende dag trof ik hogerop in het park opnieuw een filmset aan. Dit keer nam Ford er tegen zonsondergang een spotje op. Ik snap dat wel: de top van Griffith Park biedt nu eenmaal het beste uitzicht over de regio, met een enorme zon die, in Hollywood-stijl, dramatisch in de Stille Oceaan zakt. Maar het was bijna donker en de mensen van Ford hadden geen rekening gehouden met een afdalende wielrenner. Ik wist op snelheid nipt tussen de geparkeerde showauto en de rand van de bescheiden afgrond door te suizen.

De spanning tussen film- en tv-makers en de lokale bevolking wordt door het stadsbestuur voor lief genomen. Burgemeester Eric Gacetti en het bureau dat vergunningen verstrekt (FilmL.A) willen juist dat er méér wordt gefilmd in Los Angeles. De entertainmentbranche heeft grote waarde voor de streek. Los van de prijs die studio’s en producenten voor vergunningen betalen, zorgen de opnamen voor werkgelegenheid en aanverwante economische activiteit. Al die lichtmensen en microfoonvasthouders moeten eten en drinken, ze huren auto’s en hotelkamers.

Een rapport van FilmL.A. laat zien dat het aantal opnamedagen in Los Angeles momenteel weer aantrekt. Maar voorzitter Paul Audley vertelde me laatst dat hij zich toch zorgen maakt. Steeds meer film- en tv-productie is verhuisd naar staten met een aantrekkelijker belastingklimaat: Breaking Bad is in New Mexico gedraaid, 12 Years a Slave in Louisiana. Toch: in LA werden in 2013 nog vele tienduizenden opnamedagen goedgekeurd. De grootste groei zat alleen niet langer in speelfilms, maar in reclames, porno en web-series.

In New York doet de bevolking blasé over de sterren in hun midden. „Daar heb je Robert DeNiro. Moet dat nou in mijn straat?” – in die trant. Maar in LA, merk ik, vinden mensen het uiteindelijk toch wel de moeite waard te wachten voor een auto- of shampooreclame (dat was de vrouw op die Buick aan het doen). Het is kennelijk een aanvaardbare prijs voor een blik op Scarlett Johanssen of Brad Pitt.