Choreograaf van lange take

De Hongaarse regisseur Miklós Jancsó, die op 31 januari overleed, had vele bewonderaars. Zijn mooiste films.

My Way Home (1964)

Jancsó’s doorbraakfilm, zijn derde, vertelt in een vloeiende stijl een semi-autobiografisch verhaal over een Hongaarse student die in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog door bezet Hongarije zwerft. Hij sluit vriendschap met een gewonde Russische soldaat.

The Round-Up (1965)

Op obsessieve wijze legde Jancsó in zijn oeuvre de gewelddadige Hongaarse geschiedenis vast. In The Round-Up zitten machthebbers achter rebellen aan en reduceert Jancsó alles tot de kern: geschiedenis als constante strijd tussen onderdrukkers en onderdrukten.

The Red and The White (1967) Een Hongaarse vrijwilliger sluit zich twee jaar na de Russische Revolutie van 1917 aan bij het Rode Leger. Jancsó maakt het bewust moeilijk te bepalen wie wie is en laat zo zien dat oorlog uiteindelijk altijd iedereen ontmenselijkt, het maakt niet uit aan welke kant je staat.

The Confrontation (1968)

De gebeurtenissen van mei 1968 klinken luid en duidelijk door in The Confrontation, waarin marxistische studenten anno 1947 eindeloos discussiëren met hun katholieke tegenstanders over de beste manier om de universiteit meer open te stellen voor arbeiders.

Red Psalm (1972)

Jancsó’s Red Psalm telt slechts 28 shots, waarvan sommige bijna zeven minuten duren. Het is bijna een socialistische musical, met veel revolutionaire gezangen en volksliedjes. De film heeft enorme massascènes met 1.500 figuranten.