De kampioen die nooit verloor

Annie Borckink heeft één grote internationale wedstrijd gewonnen: tijdens de Olympische Winterspelen van 1980 in Lake Placid. Nog steeds begrijpt ze niet waarom Ria Visser haar daarna niet vriendelijk toelachte – net nadat die de wedstrijd had verloren. Simpel: kampioenen kunnen dat gewoon niet. Een sporter die tweede wordt, heeft niet gewonnen Bij Annie Borckink

Annie Borckink tijdens haar gouden 1.500m.
Annie Borckink tijdens haar gouden 1.500m. Foto ANP

Annie Borckink heeft één grote internationale wedstrijd gewonnen: tijdens de Olympische Winterspelen van 1980 in Lake Placid. Nog steeds begrijpt ze niet waarom Ria Visser haar daarna niet vriendelijk toelachte – net nadat die de wedstrijd had verloren. Simpel: kampioenen kunnen dat gewoon niet.

Een sporter die tweede wordt, heeft niet gewonnen

Bij Annie Borckink denken we soms iets te snel dat ze per definitie in de achterhoede eindigde als ze meedeed aan een schaatswedstrijd – de Winterspelen in Lake Placid uitgezonderd. De ene keer de vijftigste plaats, dan weer 263e en op een hele goede dag met wind in de rug misschien opeens rond plek 25. Maar zo erg was het ook weer niet, met name niet in 1980, het beste jaar van Borckink.

Het NK allround dat jaar was vlak voor de Winterspelen. Het jonge talent Ria Visser won daar voor de eerste keer en hield Borckink, die tweede werd, achter zich. Bij de 1.000 meter was Borckink de snelste van de dag, dus ze wist heus wel hoe het voelde om een wedstrijd te winnen.

Borckink was opvallend blij met die tweede plaats in het eindklassement, maar dat had te maken met ernstig blessureleed de maanden ervoor. “Ik heb zelfs een hele poos in een rolstoel gezeten,” zei ze na afloop van het toernooi. “Door dat gedwongen niets doen kwam ik ponden bij. Pas de laatste twee maanden heb ik weer voluit kunnen trainen. Ik viel acht kilo af en nu dit resultaat. Ze kunnen nog lang niet om me heen.”

Borckink had daarom niet het gevoel dat ze dat NK had verloren, maar haar vorm juist had hervonden. Ze was zo blij met de tweede plaats dat ze zich niet meer kon voorstellen dat er ook sporters zijn die erg teleurgesteld zijn als ze met een zilveren medaille naar huis moeten. Iemand als Ria Visser bijvoorbeeld.

De heersend kampioen van Nederland ging met de grootste verwachtingen naar de Winterspelen in Lake Placid. Niemand hield er alleen rekening mee dat Borckink sneller zou zijn op de olympische 1.500 meter – dwars door de sneeuw heen. Op nationaal niveau had ze dan wel eens het erepodium gehaald, maar internationaal nog nooit. “Ik dacht dat de elektronische tijdwaarneming was uitgevallen,” zei ze heel eerlijk.

Ook Visser had het niet zien aankomen. Zij ademde meer de gedachte uit dat topsport is uitgevonden om te winnen. Iemand die voor de gein rondjes wil rijden doet dat maar op een bevroren vennetje. Een sporter die tweede wordt, heeft niet gewonnen – klaar. Visser had niet gewonnen – klaar. Die pijn kon ze niet verbijten toen de fotograaf zich meldde. Het werd een prachtige plaat: Borckink met een kamerbrede glimlach en Visser met een versteende grimas.

Ria Visser en Annie Borckinck

Ria Visser (links) met haar zilveren plak en Annie Borckink met het felbegeerde goud. Foto ANP / Dick Coersen

Borckink heeft dit nooit begrepen, zei ze in een recente uitzending van Andere Tijden Sport. “Waarom nou? Waarom was dit? Gunde je mij dit niet? Kijk, ik was 28, ik was op het einde van mijn carrière en zij begon. Waarom gun je dan je landgenote dit niet? Toen ik ook al die foto’s daarna zag, was ik er best wel een beetje verdrietig om. Wij hadden ook als twee vrolijke dames breed lachend op de foto kunnen staan. En nou heb ik overal foto’s waarop ik breed lachend ben en Ria met een heel triest gezicht.”

neerslachtig naar een paard kijken

Het is duidelijk: 34 jaar na afloop begreep Borckink nog steeds niet waarom dit was gebeurd. Zij was toch ook blij geweest toen ze tweede werd op het NK - achter Ria Visser? De geschiedenis van topsport geeft Visser echter gelijk: kampioenen lachen niet als ze net hebben verloren. Hoe meer ze winnen, hoe slechter ze tegen hun verlies kunnen. De foto’s spreken boekdelen.

De allergrootste kampioen ooit is Michael Phelps met achttien olympische titels. Dan is het toch niet erg als je een keer tweede wordt, zoals in Londen op de 200 meter vlinder? Nou…

Phelps tijdens de podiumceremonie

Phelps tijdens de podiumceremonie na afloop van de finale op de 200 meter vlinderslag tijdens de Olympische Spelen in Londen, 2012. Foto ANP / Robin Utrecht

Sven Kramer is ook zo’n alleswinner. Bij hem was het op de Winterspelen in Vancouver nog erger toen hij met de Nederlandse schaatsploeg brons won. Hierbij vergeleken was Visser een lachebekje.

Mark Tuitert, Simon Kuipers, Sven Kramer en Jan Blokhuijsen

Mark Tuitert, Simon Kuipers, Sven Kramer en Jan Blokhuijsen. Foto ANP / Robin Utrecht

Het is na 1980 trouwens nog een keer gebeurd dat twee Nederlandse schaatsvrouwen naast elkaar stonden op het olympische erepodium. In 2006 won de debuterende Ireen Wüst onverwacht goud op de 3.000 meter en hield Renate Groenewold achter zich. Wüst troostte de winnaar van zilver tenminste nog, wat Borckink niet deed.

Ireen Wüst troost Renate Groenewold

Ireen Wüst troost Renate Groenewold. Foto ANP / Olaf Kraak

En dan de allergrootste olympisch kampioen uit ons land: Anky van Grunsven met Bonfire in 1996 na het winnen van zilver bij de kur op muziek. Zelden iemand zo neerslachtig naar een paard zien kijken.

Anky van Grunsven en Olympic Bonfire

Anky van Grunsven en Olympic Bonfire. Foto ANP / Paul Vreeker

Alleen echte kampioenen kennen het gevoel van het verliezen van een belangrijke wedstrijd. Maak daarom nooit een foto van ze als ze net hebben verloren.