Amsterdam is prachtstad met een lelijke tweedeling

De stedelijke verschillen tussen arm en rijk, gezond en ongezond, worden steeds groter. Pieter Hilhorst wil kansarmen een kans bieden.

Illustratie pavel constantin

Het was een duidelijke boodschap die de Amerikaanse president Obama vorige week gaf in zijn State of the Union: de tweedeling in de VS dreigt te groot te worden en dat bedreigt het hele land. Obama mengt zich daarmee in een maatschappelijke discussie die steeds luider wordt. In 2009 kwam het boek The Spirit Level uit. De auteurs Richard Wilkinson en Kate Pickett laten daarin zien dat een toenemende tweedeling leidt tot meer onveiligheid, minder geluk, meer gezondheidsklachten, slechtere onderwijsprestaties en ga zo maar door. Dat geldt niet alleen voor mensen aan de verkeerde kant van die tweedeling, maar ook voor mensen die het beter hebben getroffen. Ook zij voelen zich minder gelukkig, minder veilig, minder gezond. De auteurs concluderen dat in landen waar de tweedeling het kleinst is, alle inwoners profiteren.

Daarnaast presenteerde het World Economic Forum onlangs zijn rapport over mondiale risico’s. In de top 5 daarvan staat ‘groeiende inkomstenverschillen’. „Gedurende een lange periode slonk het verschil, maar de laatste tijd wordt het gat steeds groter’, aldus hoofdeconoom Jennifer Blanke van het World Economic Forum in een verklaring.

De conclusie die Blanke aan deze groeiende tweedeling verbindt is niet mals. „Mensen pikken het niet langer, dat zet de maatschappelijke structuur onder druk.”

Internationaal scoort Nederland nog altijd goed, er is gelukkig vooralsnog geen sprake van ‘Amerikaanse’ toestanden. Maar ook hier groeien de verschillen en neemt de tweedeling toe. Recht onder onze neus, bijvoorbeeld in Amsterdam.

Zo is sinds 2001 het gat tussen het gemiddelde inkomen binnen de ring (het centrum) en dat buiten de ring (de buitenwijken) met honderden euro’s toegenomen. Het gemiddelde inkomen per persoon in Zuidoost en Noord ligt nu tussen de 22.000 en 26.000 euro per jaar, in Centrum en Zuid is het meer dan 38.000 euro.

Dit probleem gaat echter om meer dan geld. Inkomensverschillen zijn slechts een uiting van een veel bredere tweedeling. Een tweedeling die steeds dieper wordt.

Hoe ziet die tweedeling er uit? Leerlingen in Amsterdam-Zuid en Centrum (de welvarende delen van de stad) halen de hoogste Cito-scores (539), terwijl leerlingen in Amsterdam-Zuidoost, Noord en Nieuw-West de laagste scores (531) hebben. Mensen met een lage opleiding zijn vaker en langer ziek. Ook ligt de levensverwachting zeven jaar lager. Anders gezegd: mensen buiten de ring leven korter in minder goede gezondheid.

Bovendien vinden we daar het hoogste percentage eenzame Amsterdammers. Van de laagopgeleiden is 24 procent werkloos, bij middelbaar opgeleiden is dit elf procent, bij hoog opgeleiden vijf procent. Het aantal werklozen in Zuidoost ligt rond de twintig procent en in Centrum op acht procent.

Welke statistieken je er ook bij haalt, de conclusie is keer op keer hetzelfde: Amsterdam is een prachtige stad met een lelijke tweedeling.

Hoofdeconoom Jennifer Blanke van het World Economic Forum waarschuwt voor die tweedeling en voor de maatschappelijke structuur die onder druk staat. Dat is gezien de rellen die onlangs in Hamburg plaats vonden geen abstracte waarschuwing. Als mensen worden uitgesloten, wreekt dat zich. Dat zie je ook in Nederland. Te veel mensen die hun huur niet kunnen betalen en zich suf solliciteren, geven de moed op. Maar die moedeloosheid slaat gemakkelijk om in frustratie. Blanke heeft het niet over ver weg en later, maar over hier en nu. Onlangs nog schreef ook de Britse krant The Guardian dat de groeiende tweedeling de grote bedreiging is van deze tijd: „it’s the inequality, stupid”.

De grote politieke vraag is wat we met deze tweedeling willen doen. En juist daarom zijn de komende gemeenteraadsverkiezingen van belang. Niet alleen in Amsterdam, maar in heel Nederland.

De keuze is helder: laten we de tweedeling op zijn beloop of gaan we die bestrijden? Ik kies voor het laatste. De rechtse partijen, VVD en de D66, willen tot de helft van de sociale huurwoningen verkopen. Zo jagen ze de beginnende leraar, de loodgieter en de zzp’er de stad uit. De VVD halveert bovendien de onroerendezaakbelasting (ozb), een cadeautje aan woningeigenaren van tientallen miljoenen. Dat geld wordt gevonden door fors te bezuinigen op armoedebestrijding. En D66 voert een lokale huurdersheffing in, alsof de maatregelen van minster Blok huurders niet al hard genoeg raken. Rechts exporteert de tweedeling in plaats van die te bestrijden. Ik wil kansarmen niet wegjagen, maar ze kansen bieden. Daarom willen wij investeren in het bouwen van nieuwe woningen, hebben we plannen voor een Amsterdams hypotheekfonds, gaan we door met de succesvolle wijkaanpak van achterstandswijken, bouwen we lege kantoren om tot woningen en pakken we huisjesmelkers hard aan.