Noodkreten uit hongerend Syrië

De tactiek van uithongering door het regime-Assad treft de omsingelde voorsteden van Damascus; veel vee is dood, nu sterven ook mensen. Een miljoen mensen zitten zonder voedsel en medicijnen. Via Skype is er nog contact. „Als we dood gaan, zullen we vrijheid in de hemel vinden.”

Jongens in het belegerde centrum van de stad Homs, waar de bewoners al twee jaar zijn afgesneden van de buitenwereld. Bij luchtaanvallen door het Syrische regeringsleger op de noordelijke stad Aleppo zijn gisteren tientallen mensen omgekomen, onder wie ten minste zeventien kinderen.
Jongens in het belegerde centrum van de stad Homs, waar de bewoners al twee jaar zijn afgesneden van de buitenwereld. Bij luchtaanvallen door het Syrische regeringsleger op de noordelijke stad Aleppo zijn gisteren tientallen mensen omgekomen, onder wie ten minste zeventien kinderen. Foto Reuters

Soep met kruiden en een paar linzen. Dat was vanmiddag de lunch van Mohammed Abdullah, fotograaf en activist uit de Syrische stad al-Marj. Het is voor hem de enige maaltijd van de dag. Net als gisteren. En net als morgen. „Er zijn mensen die het slechter hebben getroffen”, vertelt hij via Skype. „Sommige families hebben al twee dagen niets gegeten.”

Al vijf maanden duurt de omsingeling van de Ghoeta, de ring voorsteden ten oosten van Damascus waar al-Marj deel van is. Het regime van de Syrische president Bashar al-Assad heeft alle toegangswegen afgesneden, waardoor ruim een miljoen mensen zonder voedsel, medicijnen en brandstof zitten. Toegang van hulpverleners tot deze en andere belegerde wijken leek een van de weinige successen te worden van de vredesconferentie die vrijdag afliep. Maar ook dat lukte uiteindelijk niet. Abdullah en andere activisten kunnen nog skypen door satellietapparatuur die ze kregen van het Westen, opgeladen met noodgeneratoren.

„De mensen blijven in leven met wat ze zelf kunnen verbouwen”, beschrijft Abdullah, die fotografeert voor persbureau Reuters. „Kool, sla en rode bieten. Uien, tomaten en aardappelen zijn niet meer te krijgen. Brood is er alleen voor de mensen die het zich kunnen veroorloven.” Het eenzijdige dieet leidt tot vele aandoeningen: voedselvergiftiging, darmontsteking, diarree, vooral bij kinderen en ouderen. Voor schoon drinkwater moeten mensen kilometers lopen. Driekwart van het vee is gestorven.

Gebrek aan medicijnen is het grootste probleem. Infusen, ontstekingsremmers of verband is niet meer voorradig. Abdullah: „Gisteren kwam een jongen het veldhospitaal binnen met een schotwond in zijn been. Normaal geen dodelijke verwonding, maar omdat we hem niet konden behandelen, overleed hij toch.” Doordat er nauwelijks brandstof is kunnen noodgeneratoren niet meer draaien. Medische apparatuur en couveuses kunnen hierdoor niet worden gebruikt, zodat te vroeg geboren baby’s overlijden.

De situatie in de wijk Yarmoek is nog schrijnender. In de woonwijk die in handen is van de rebellen zitten meer dan 15.000 mensen vast (van de oorspronkelijke 150.000 bewoners). Omdat er nauwelijks ruimte is om voedsel te verbouwen, proberen de mensen in leven te blijven met gekookt water en kruiden. De afgelopen weken verhongerden tientallen mensen. VN-hulporganisatie UNWRA kreeg gisteren toestemming om nog eens 750 voedselpakketten af te leveren. Sinds 18 januari zijn er volgens UNWRA 3.709 pakketten verstrekt.

Volgens Abdullah is dat niet genoeg. „Bovendien kwamen de pakketten vooral terecht bij de mensen die op een of andere manier connecties hadden met het regime. Het zijn leugens waarmee de wereld zand in de ogen wordt gestrooid. We eisen dat het regime de blokkade van alle omsingelde gebieden opheft.”

De kans lijkt klein dat het regime aan deze eis gehoor geeft. Het krijgt er namelijk niets voor terug, behalve weldoorvoede rebellen die terugschieten.

Ook de oude binnenstad van Homs is omsingeld door het leger. Hier zijn 400 families al bijna twee jaar (606 dagen) afgesneden van de buitenwereld. Enkele dagen geleden deed de Nederlandse pater Frans van der Lugt die daar nog steeds verblijft via YouTube een oproep aan de internationale gemeenschap iets te doen. Hassan Aboe Zein (28), activist van een lokale oppositiebeweging uit Homs, bezoekt de pater om de paar dagen om te kijken of hij nog iets nodig heeft.

Pater Frans heeft nooit veel opgehad met de revolutie. Hij maakte er net als de meeste christenen in Syrië geen geheim van aan de kant van het regime te staan. „Nu is hij echter heel betrokken”, vertelt Aboe Zein via Facebook. „Waarschijnlijk omdat hij gezien heeft dat het regime bij de verwoesting geen onderscheid maakt tussen kerken en moskeeën.”

Hoewel de verhoudingen tussen christenen en moslims door de revolutie overal in Syrië op scherp zijn komen te staan, zitten volgens Aboe Zein christenen en moslims in het omsingelde deel van Homs in hetzelfde schuitje. „Beide gemeenschappen zijn sterk naar elkaar toegegroeid.”

De situatie voor de mensen die vast zitten in de oude binnenstad is hopeloos. Geen voedsel, geen medicijnen, wel voortdurende bombardementen. Kinderen lopen uitgemergeld op straat. „Het enige wat we nog hebben zijn olijven”, vertelt Aboe Zein. Groot probleem is schoon drinkwater. Omdat er geen elektriciteit is, wordt het water met dieselpompen opgepompt. Het water raakte vervuild, waardoor meerdere mensen zijn vergiftigd.

Aboe Zein weigert echter om aan overgave te denken. „We hebben hier in Homs nu zoveel mensen verloren, dat niemand nog bereid is zijn wapens in te leveren. En als we dood gaan, zullen we vrijheid in de hemel vinden.”