Opinie

Etnische afkomst in de krant: duidelijk of dubbele moraal?

De ombudsman

Eerst was er de „Turk” die scheidsrechter was en toen was er een „politieman van Turkse afkomst” die corrupt zou zijn geweest. Beide omschrijvingen leidden tot afkeurende reacties van lezers en op Twitter. Stigmatiseert de krant?

Is een Nederlander in de krant opeens een Marokkaan, als hij in de fout gaat?

De eerste omschrijving besprak ik al eerder: het ging om het verslag van een Amsterdamse, multiculturele voetbalclub, waarin ook een Surinaamse speler en Turkse ouders voorkwamen.

De tweede kwalificatie kwam uit een reportage afgelopen zaterdag over de drugsteelt in Brabant (Tilburg wietstad, 25 januari). Turkse Tilburgers zouden het grootste deel van de daar geproduceerde hennep opkopen, voor de export.

Die beweringen komen niet van de auteur, maar van een criminele spijtoptant die bij de politie te biecht ging – en om wie het verhaal draait.

Toch leidde ook dat citaat tot verontwaardiging op Twitter.

Hoe gaat de krant om met etnische afkomst?

Het Stijlboek zegt dat het vermelden daarvan alleen gepast is wanneer het „relevant” is – dat afgepeigerde trekpaard van de journalistieke ethiek. In beide verhalen lijkt mij dat het geval.

Ik zou wel, in het algemeen, wat rekkelijker, willen zeggen: Nederland is een multicultureel land, en journalistiek is een concreet vak. Waarom dus vaag zijn? Ik lees liever over Surinaamse, Marokkaanse of Turkse Nederlanders dan over „allochtonen” – die rare, statistische grauwsluier die nu al jaren over complete bevolkingsgroepen hangt.

Problematisch, stigmatiserend of ronduit racistisch wordt het als etnische afkomst steevast in negatieve zin wordt gebruikt. Of als die er suggestief bij wordt vermeld, terwijl het niets met het verhaal te maken heeft; overbodig dus (om het trekpaard Relevantie in de stal te laten).

Dat gevaar is geen politiek correcte hersenschim. De jarenlange ophef over integratie in Nederland is getekend door een dubbele moraal en morele ambivalentie. Daarbij is de strijd om integratie ook, en soms vooral, een woordenstrijd – waaraan ‘nieuwe Nederlanders’ sinds Zwarte Piet van harte meedoen.

Dat bleek ook uit een prikkelend stuk van Maral Norad Sharifi in nrc.next van vorige week, waarin deskundigen betoogden dat media, inclusief NRC Handelsblad, bevooroordeeld zijn. Kort samengevat: doe je het goed, dan ben je een Nederlander, ga je de fout in, dan ben je opeens een Marokkaan, Surinamer of Antilliaan (Zo ben je Nederlander, zo een Marokkaan, 24 januari).

Aanleiding voor dat stuk was een rapport over discriminatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau, Ervaren discriminatie, dat nrc.next alert oppikte. De middagkrant bracht het niet.

Toch was dat verhaal in next ook weer niet helemaal overtuigend.

Bewijsstuk nummer A was Greenpeace-activiste Faziah Oulahsen. Naast haar portret op de cover stond de uitspraak: „Als ik in Nederland had vastgezeten, hadden ze me Marokkaan genoemd”.

De aanklacht werd geadstrueerd met het feit dat maar „in één NRC-verhaal” sprake was van haar Marokkaanse gezin.

Maar dit voorbeeld is twijfelachtig. Oulahsen en haar medearrestanten (minder ravissant, dus door de media allang weer vergeten) raakten verzeild in een internationaal conflict tussen staten. Dan is het logisch dat zij allereerst wordt geïdentificeerd als Nederlander.

Bovendien telde ik in de berichtgeving in deze krant niet één maar twee verwijzingen naar Oulahsens Marokkaanse achtergrond – toch een verschil van 100 procent. Belangrijker: dat was in een portret en in een interview. Kortom, wanneer het verhaal om háár gaat, in positieve zin, is wel degelijk gewag gemaakt van haar Marokkaanse afkomst.

Ik vind het frappanter dat next Oulahsen al bij haar voornaam noemde – kennelijk is Faizah al bijna een merk.

Hoe zit het met die andere Bekende Marokkaanse Nederlanders van wie next bij dit verhaal portretten afdrukte?

Over de actrice Maryam Hassouni vond ik, bij de Emmy die zij won in 2006, keer op keer verwijzingen naar haar Marokkaanse achtergrond. En, ook toen al, een mooi kritisch stuk over de negatieve beeldvorming over Marokkanen: Huh, een Marokkaanse met succes?

En dan hebben we Badr Hari. Deze kickbokser duikt in het archief meestal op als… nou ja, „kickbokser”. Maar hij maakte zijn debuut in NRC Handelsblad in mei 2003 als „het 18-jarige Marokkaanse natuurtalent”. Ook intrigerend: toen hij in de fout ging omdat hij op een toernooi „bleef slaan en trappen” identificeerde de krant hem niet als Marokkaan, maar als „Amsterdammer”.

Ja, de krant zat toen nog in Rotterdam.

PvdA-politica Fatima Elatik werd in 2001 grof beledigd in het Cultureel Supplement (als „publieke slavin van de geitenneukers”.) Afzender: Theo van Gogh. Maar doorgaans wordt ook deze politica zakelijk omschreven, en wordt neutraal verwezen naar haar Marokkaanse afkomst.

Zo gaat het door.

O ja, dan hebben we nog de „kopschoppers” uit Eindhoven, van wie maar sporadisch zou zijn gezegd dat ze Belgen waren. Maar ik vond al in de eerste berichtgeving in deze krant dat het ging om „drie jongens van Nederlandse afkomst” en hun vrienden, van wie vijf „Vlaams”.

Kortom.

Veel opvallender vond ik dat NRC Handelsblad in die Eindhovense zaak al snel vaststelde dat het vaak „hele normale jongens zijn” die zoiets doen (Vaak zijn het hele normale jongens, 28 november). Hetzelfde viel in de nationale media te horen na de Projext X-invasie van Haren.

Maar ja, niet na de ophef over „Marokkaans straattuig” in Gouda.

Niet het ‘benoemen’ van etnische achtergrond als zodanig is dus het probleem. Eerder is dat de focus van de berichtgeving: geweld van blanke jongens komt kennelijk door externe factoren (drank, verveling, internet) want eigenlijk zijn ze „heel normaal”. Maar dat van Marokkaanse jongens komt door hun etnische afkomst, of door hun ‘cultuur’.

Zou het zo overzichtelijk zijn?

Dát journalistieke probleem verhelp je niet met nieuwe etiketten.

Reacties: ombudsman@nrc.nl