Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Een kil kantoor is goed voor de lijn

Minder eten, meer bewegen, prima. Maar wat ook helpt om overtollig vet kwijt te raken is de thermostaat wat lager zetten. Bij milde koude verbrandt het lichaam extra vet. Bijna een halve kilo per jaar.

foto yara van der velden
foto yara van der velden

De thermostaat in de meeste Nederlandse huizen en kantoren staat afgesteld op een comfortabele 20 tot 21 graden Celsius. Dat kan best een tikkeltje lager, vinden onderzoekers van de vakgroep Humane Biologie van de Universiteit Maastricht. Dat bespaart niet alleen stookkosten, maar is ook gezonder voor de bewoners. Met een lagere omgevingstemperatuur wordt het lichaam gedwongen meer warmte te produceren, waardoor overtollige calorieën verstookt worden. „Het beste is om het lichaam het werk te laten doen, niet de cv-ketel”, zegt hoogleraar Wouter van Marken Lichtenbelt.

In een spraakmakend overzichtsartikel (Trends in Endocrinology and Metabolism, 22 januari) schrijven Van Marken Lichtenbelt en zijn medewerkers dat regelmatige blootstelling aan milde kou een gezonde en makkelijke manier is om het energieverbruik van het lichaam op te schroeven in de strijd tegen overgewicht.

„Evolutionair is het lichaam erop afgesteld zo zuinig mogelijk om te gaan met energie”, zegt Van Marken Lichtenbelt. Echter, in onze moderne comfortabele leefomgeving met voedsel te over is die neiging van het lichaam ‘om te sparen voor later’ eigenlijk niet meer toepasselijk. Het leidt makkelijk tot overgewicht.

„Een koelere omgevingstemperatuur levert ten eerste een gunstiger energiebalans”, zegt Van Marken Lichtenbelt. Ten tweede zal in reactie op de wisselingen in temperatuur de huiddoorbloeding veranderen. Dat heeft ook gezondheidseffecten voor het lichaam als geheel. Bij een volgende blootstelling aan koude of warmte, zal de huid sneller reageren. Net zoals je door bewegen het lichaam kunt trainen, kun je ook met temperatuur je lichaam in goede conditie houden.”

Milde koude

Niemand hoeft kou te lijden, zegt Van Marken Lichtenbelt. Milde koude, de thermostaat een paar graden omlaag, is al voldoende voor een effect. Volgens bouwkundige Lisje Schellen, die sinds kort het Maastrichtse team als postdoc versterkt, zit de truc ’m erin de temperatuur gedurende de dag te laten variëren. „’s Ochtends als mensen net van buiten komen kan de temperatuur gerust 17 graden Celsius zijn. Dat voelt dan nog steeds aangenaam. In de loop van de ochtend laat je de warmte langzaam oplopen tot de thermostaat tegen lunchtijd op 21 staat. Dan kun je het geleidelijk weer laten afkoelen naar 19 of 18 graden. Mensen vinden die variabele temperatuur helemaal niet oncomfortabel.”

Bij het tegengaan van obesitas richt de aandacht zich nu vooral op de inname van te veel calorieën en het verhogen van energieverbruik door meer te gaan bewegen, zegt Schellen. „Maar de omgeving speelt ook een belangrijke rol. De temperatuur in huis en op het werk is bepalend, zeker als je bedenkt dat wij 90 procent van onze tijd binnenshuis verblijven.”

De Maastrichtenaren rekenen met de zogeheten thermoneutrale zone. Dat is de bandbreedte van omgevingstemperatuur waarbinnen de normale stofwisseling van het lichaam voldoende warmte produceert om de kerntemperatuur op 37 graden te houden. Daarboven gaan mensen zweten en verwijden de bloedvaten in de huid om zoveel mogelijk warmte af te voeren. Beneden de thermoneutrale zone gaat het lichaam extra warmte produceren door meer te verbranden. Dat gebeurt door de activatie van het zogeheten bruin vet, een type vetcellen dat glucose en vetzuren direct kan omzetten in warmte. Koelt iemand nog verder af, dan reageert het lichaam met rillen; de spiercontracties genereren opnieuw extra warmte.

De temperatuur waarbij mensen gaan rillen, verschilt per persoon, zegt Van Marken Lichtenbelt. „Bij dat omslagpunt wordt het echt oncomfortabel. Wij richten ons onderzoek op milde koude; lage temperaturen die je nog kunt verdragen zonder te gaan rillen. Dat omslagpunt verschilt ook van persoon tot persoon. In een proef van promovenda Anouk van der Lans waarbij we vrijwilligers gedurende tien dagen zes uur lang in een ruimte van 15 à 16 graden Celsius lieten zitten, heeft één van de proefpersonen nooit gerild. Alle anderen deden dat wel in het begin, maar na gewenning nam dat af en begonnen zij zich steeds lekkerder te voelen in de koude. De proefpersonen droegen al die tijd een korte broek en een t-shirt. Maar een vrouwelijke proefpersoon had het tijdens het experiment zo koud dat we haar een dun hesje hebben toegestaan.”

Spartaanse proef

Het doel van deze Spartaanse proef was om te zien of regelmatige blootstelling aan milde koude de warmteproductie van het lichaam, en dus het energieverbruik, zou kunnen opschroeven. Dat bleek het geval: in reactie op de kou steeg de verbranding van proefpersonen aanvankelijk al 11 procent en aan het eind van de proef was dat toegenomen naar 18 procent. Hun lichaam wende aan de kou. De deelnemers rapporteerden dat zij zich in de loop van de dagen steeds comfortabeler gingen voelen in de koude. Hun bruin vet bleek actiever dan ervoor. Doorgerekend naar 24 uur in de kou, zouden de Maastrichtse vrijwilligers uiteindelijk 70 kilocalorieën extra aan lichaamswarmte produceren. Maar het effect was helaas niet meetbaar op de weegschaal.

Dat koude toch helpt bij afslanken toonde een soortgelijk experiment van Masayuki Saito van het Tenshi College in Sapporo, Japan wel aan (Journal of Clinical Investigation, augustus 2013). De vrijwilligers van Saito brachten zes weken achtereen dagelijks twee uur in een ruimte van 19 graden door. Na afloop wogen de jonge mannen nog vrijwel hetzelfde, maar hun lichaamsvet was gemiddeld met ruim 5 procent (700 gram) afgenomen. Degenen die het meeste vetmassa waren verloren hadden aan het eind van de proef ook de grootste toename in de activiteit van hun bruin vet. Hun lichaam bleek daadwerkelijk getraind in het bijstoken tegen de koude. Na zes weken gewenning aan de kou was de extra warmte die hun lichaam produceerde om warm te blijven ruim 2,5 keer hoger dan in het begin.

De invloed van de omgevingstemperatuur kan in ieder geval bij proefdieren fors uitpakken. Wageningse fysiologen onder leiding van Jaap Keijer lieten onlangs zien dat muizen die onder thermoneutrale omstandigheden gehouden worden (voor deze knaagdiertjes is dat 28 tot 30 graden) een heel ander metabolisme hebben dan wanneer deze proefdieren onder standaardcondities gehouden worden (20 tot 24 graden) (Molecular Nutrition and Food Research, november 2013). Bij de hoge temperatuur werden de muizen snel dik. Niet alleen als zij heel vet aten, maar ook als zij normaal voer kregen. Keijer: „Het verschil tussen de twee diëten verdwijnt volledig.”

Maar wat voor muizen geldt gaat niet zonder op voor de mens, zegt Keijer. Muizen hebben naar verhouding veel meer bruin vet dan mensen en misschien is het effect daarom bij deze dieren groter. Daarnaast zit ook onze gemiddelde kamertemperatuur nog niet in gevaarlijk gebied, zegt Keijer: „Bij mensen ligt de thermoneutraliteit rond de 28 graden voor een naakt persoon. Met kleding aan komt dat uit op 23 à 24 graden. Maar bij die temperatuur gaan mensen al snel klagen over de warmte. Daarom staat de thermostaat op 21 graden, zodat mensen nog makkelijk overtollige lichaamswarmte kunnen kwijtraken.”

„Als je wilt afvallen kun je beter een boterham minder eten”, zegt Keijer. „Door extra bewegen stijgt het energieverbruik van je lichaam, maar heel hard gaat dat niet. Bij kou gaat dat mogelijk in het begin iets harder, maar het lichaam past zich aan. Bovendien moet je altijd oppassen dat je het niet gaat compenseren door meer te eten of je warmer aan te kleden.” Of de thermostaat omlaag draaien nou de methode is om overtollige kilo’s kwijt te raken, weet ook Van Marken Lichtenbelt niet. „Wel bekend is dat mensen in een koudere omgeving actiever worden en dus misschien nog meer energie verbruiken. Omgevingstemperatuur is een belangrijke factor in combinatie met lifestylefactoren als voeding en beweging.”

Alle kleine beetjes helpen, schrijft de Japanner Saito in een overzichtsartikel dat binnenkort in het Annual Review of Physiology komt. Dagelijks 10 kilocalorieën extra verbranden door koude betekent dat er in 24 uur 1,1 gram aan lichaamsvet verdwijnt, rekent hij voor. In tien jaar tijd telt dat in theorie op tot wel 4 kilo lichaamsvet. Dat komt overeen met het tempo waarin mensen normaal aankomen als zij ouder worden, aldus Saito.

Om bij voorbaat ruzies met huisgenoten of collega’s over de beste temperatuurinstelling te voorkomen, kunnen mensen misschien ook een trui minder aantrekken, koud afdouchen of ’s nachts met open raam slapen. „Dat zal allicht al schelen”, denkt Van Marken Lichtenbelt. „Maar of dat ook echt zo is, zal nieuw onderzoek moeten aantonen.” Schellen schat het pessimistischer in: „Douchen is te kort om substantieel bij te dragen en in bed lig je onder een isolerende deken, waaronder het nog steeds warm is. Die warmte heb je overigens ook nodig om in slaap te kunnen vallen.”